Onderwerp: Bezoek-historie

Wegwijzer bekostiging digitale zorg 2022
Geldigheid:01-01-2022 t/m 31-12-2022Status: Toekomstig geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Als NZa zien we dat digitalisering een steeds grotere rol inneemt in de organisatie van zorg. Wij denken dat goede digitale zorg (naast preventie, zorg en ondersteuning) een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappij en aan een betere gezondheid van mensen. Met name door de zorg ook in de toekomst toegankelijk en van goede kwaliteit te houden. Om deze reden volgen we de ontwikkelingen rondom digitale zorg met grote belangstelling. Maatschappelijke uitdagingen zoals arbeidsmarktproblematiek in de zorg, vergrijzing en de snelle technologische ontwikkelingen vragen om nieuwe oplossingen zoals werken in netwerken en veelal regionale oplossingen. We stimuleren digitale zorg dan ook als integraal onderdeel van passende zorg.

De behoeften en wensen van patiënt en zorgverlener blijven het uitgangspunt, ongeacht de vorm waarin zorg gegeven wordt. De mogelijkheden en meerwaarde van digitale zorg of digitale ondersteuning van zorg verschilt per zorgvorm en per patiënt. De mogelijkheden qua bekostiging van digitale zorg staan uitgelegd in deze Wegwijzer. Wat verstaan we onder digitale zorg? Wie bepaalt of iets wordt vergoed en wanneer? Ook zijn een aantal aansprekende voorbeelden per sector opgenomen.

Voor deze Wegwijzer bekostiging digitale zorg hebben we dankbaar gebruik gemaakt van ideeën en voorbeelden afkomstig uit gesprekken met Patiëntenfederatie Nederland, zorgverzekeraars, zorgkantoren, zorgverleners en leveranciers. We hopen dat de Wegwijzer het gesprek tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars of zorgkantoren gaat bevorderen over hoe de zorg het beste geleverd kan worden, in het belang van de patiënt of cliënt. En dat deze helpt bij het maken van passende prijsafspraken. Door zorg digitaal aan te bieden of digitaal te ondersteunen waar het kan en van toegevoegde waarde is, werken we aan passende zorg voor de patiënt. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat de zorg, nu en in de toekomst, toegankelijk en van goede kwaliteit blijft.

Leeswijzer

Corona en zorg op afstand

Inmiddels hebben zorgaanbieders ruime ervaring met het (anders) aanbieden van zorg tijdens deze pandemie. Veel tijdelijke verruimingen die golden tot en met 31 december 2020 om zorg op afstand te declareren, zijn per 2021 structureel in de NZa-regels verwerkt. Steeds vaker zien we dat digitale zorg onderdeel is van reguliere zorg. In overleg met de patiënt als het kan, fysiek als het moet. De algemene lijn is dat zorg op afstand kan worden gedeclareerd, tenzij het veld samen met de NZa oordeelt dat een face-to-face contact opnemen in de bekostigingsregels nodig is om redenen van veiligheid en/of kwaliteit. In deze update van de Wegwijzer zijn de nieuwe verruimingen die per 2022 ingaan te vinden en lichten we weer een aantal interessante ontwikkelingen toe.

In het kort: de verruimingen per 2022

  1. GLI: ook het eerste contactmoment kan via een beeldverbinding verlopen.

  2. Medisch specialistische zorg: de zorgactiviteiten voor het intercollegiaal consult en medebehandeling zijn ook te declareren als deze op afstand plaatsvinden.

  3. Kraamzorg: een intakegesprek kan in alle gevallen op afstand plaats kan vinden.

Wat is er nog meer nieuw in deze Wegwijzer?

De hoofdstukken 'digitale zorg in vogelvlucht' en die over medische applicaties zijn geactualiseerd. Er zijn nieuwe vragen en antwoorden toegevoegd die aansluiten bij de meest recente ontwikkelingen. Ook het nieuwe kenniscentrum Digitale zorg van Zorgverzekeraars Nederland en de internationale kwaliteitsstandaard voor gezondheidsapps (waar het National eHealth Living Lab bij betrokken is) wilden we als NZa niet onbenoemd laten. Uiteraard zijn er ook weer vele goede voorbeelden en ontwikkelingen uit de praktijk opgenomen.

Mocht u in uw sector nog aanlopen tegen een belemmering in onze regels om zorg op afstand te leveren, dan verzoeken wij u vriendelijk dit aan ons te melden via info@nza.nl.

1 Digitale zorg in vogelvlucht

Wat verstaan we onder digitale zorg?

Met digitale zorg bedoelen we de toepassing van zowel digitale informatie als digitale communicatie om de gezondheid en de gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren. Dezelfde definitie is door Nictiz opgesteld voor de term e-health.

Wij gebruiken de term digitale zorg in plaats van e-health, omdat we vinden dat deze term dichter bij de patiënt staat. Daarnaast past het beter bij de maatschappelijke ontwikkelingen waarin voor veel mensen digitalisering en online afspraken maken steeds normaler wordt. We verwachten dezelfde ontwikkeling voor digitale zorg.

Onder digitale zorg vallen veel ontwikkelingen. De volgende indeling van digitale zorg, zoals opgesteld door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, geeft houvast:

  1. E-zorg: e-diagnosestelling, e-consulten, e-care zoals monitoring, e-preventie interventie bij hoog risico bij een individu.

  2. E-ondersteuning: e-inzage in patiëntendossier, e-management zoals het maken van afspraken online.

  3. E-public health: e-gezondheidsvoorlichting, e-preventie zoals het opsporen van bepaalde risicogroepen.

Waarom houden we ons als NZa bezig met het onderwerp digitale zorg?

Dit doen wij in het belang van de burger. Dit klinkt nog vrij algemeen. Heel concreet: veel van de kosten van nieuwe ontwikkelingen in de zorg komen uiteindelijk terecht in de regels voor prestaties en tarieven die de NZa vaststelt en zorgaanbieders declareren. Het gaat dan om zorgkosten die worden vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Dit zijn kosten die uiteindelijk worden betaald met maatschappelijk geld, opgebracht door de burger.

Wie bepaalt of digitale zorg kan worden geleverd?

De zorgverlener en patiënt bepalen dat samen. De zorgvraag van de patiënt vormt het startpunt voor de zorg en de patiënt behoudt zo veel mogelijk de regie over de zorg. De zorgverlener geeft informatie en uitleg over de wijze waarop de inzet van digitale zorg kan bijdragen aan het herstelproces en weegt de voor- en nadelen af, zodat de patiënt, in samenspraak met de zorgverlener, een weloverwogen keuze maken: face–to-face, digitaal, blended (een combinatie van voorgaande twee), zelfzorg).

Welke prestaties en tarieven zijn er voor digitale zorg?

Prestaties en tarieven voor digitale zorg verschillen afhankelijk van het soort digitale zorg en de sector. Voor alle sectoren geldt dat we de zorgprestaties (altijd in overleg met veldpartijen) zoveel mogelijk functioneel beschrijven. De prestatie omschrijft in de regel een medische handeling door een zorgaanbieder die - zo nodig - ook op afstand kan plaatsvinden. We omschrijven dus de zorg, maar schrijven niet voor wie de zorg levert, waar en op welke wijze deze wordt uitgevoerd. Dit biedt zorgaanbieders en zorgverzekeraars of zorgkantoren veel ruimte om eigen keuzes te maken over de inzet van digitale zorg. Hierdoor kunnen zorgaanbieders bijvoorbeeld het bedrijfs- en zorgproces veranderen door face-to-face contact gedeeltelijk te vervangen door digitale zorg. Of ze kunnen bijvoorbeeld digitale zorg combineren met een fysieke behandeling.

Ondersteunende functies van digitale zorg, zoals inzage in patiëntendossiers en het online maken van afspraken zijn in de regel onderdeel van de integrale zorgprestatie van een sector. Dit is vergelijkbaar met de overhead of praktijkruimte van een zorgaanbieder. De kosten zitten voor de zorgaanbieder verwerkt in de tarieven van de prestaties.

Wie mogen prestaties en tarieven voor digitale zorg declareren?

Een zorgaanbieder mag als enige de prestaties en tarieven van de NZa in rekening brengen bij zorgverzekeraar, zorgkantoor of patiënt. Een zorgaanbieder is - kort samengevat - een natuurlijke of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg levert. Bij digitale zorg zijn daarnaast vaak bedrijven betrokken die digitale toepassingen en oplossingen ontwikkelen met als doel bijvoorbeeld de efficiency of kwaliteit van de zorg te verbeteren. De zorgaanbieder koopt dan de digitale toepassing als klant in. Stel dat er een effectieve en veilige VR-behandeling beschikbaar komt. De zorgaanbieder levert de behandeling aan patiënten en mag hiervoor de prestaties en tarieven declareren bij diens zorgverzekeraar ten laste van de Zorgverzekeringswet. De leverancier van de VR software en/of hardware of technologieontwikkelaar factureert op zijn beurt weer bij de zorgaanbieder.

Wie beoordeelt of digitale zorg wordt vergoed?

In eerste instantie is het aan de zorgverzekeraar om te toetsen of gedeclareerde zorg daadwerkelijk binnen de Zorgverzekeringswet valt en dus vergoed mag worden. Dit is ook het geval voor digitale zorg. Bij de Wet langdurige zorg zijn het de zorgkantoren die oordelen welke digitale zorg wordt vergoed. Het Zorginstituut Nederland speelt bij de toets of en welke zorg op basis van de Zvw en Wlz vergoed mag worden een belangrijke rol. Hierover verder meer.

Zorgverzekeraars toetsen gezamenlijk innovaties voor digitale zorg

Zorgverzekeraars gaan gezamenlijk nieuwe toepassingen van digitale zorg beoordelen. Zij hebben daarvoor het Kenniscentrum Digitale Zorg opgericht. Ontwikkelaars kunnen daar terecht om hun innovatie te laten toetsen. Het streven is om snel inzicht te geven of zorgverzekeraars een digitaal initiatief kansrijk vinden voor grootschalige toepassing in de zorg en wat hiervoor nodig is vanuit verzekeraarsperspectief. Het gaat bijvoorbeeld om toepassingen die artsen helpen bij het stellen van een diagnose, apps waarmee patiënten hun gezondheid kunnen volgen en systemen voor het uitwisselen van gegevens. Zij hebben op basis daarvan een gezamenlijke leidraad opgesteld waarmee zij innovaties snel kunnen beoordelen. Deze leidraad wordt sinds begin dit jaar structureel toegepast om digitale zorgtoepassingen te beoordelen en met als doel om gebruik van toepassingen die waarde toevoegen aan de zorg, verder op te schalen. Met behulp van feedback uit het veld en een verbetercyclus wordt de leidraad verder ontwikkeld.

Welke digitale zorg wordt vergoed?

Alleen die digitale zorg die voldoet aan de zogenaamde 'pakketcriteria' mag door zorgaanbieders worden gedeclareerd ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz). De belangrijkste criteria zijn dat de zorg veilig en bewezen effectief moet zijn. Bepaalde hulpmiddelen zijn onderdeel van de medisch specialistische zorg en komen voor rekening van het ziekenhuis (diagnose-behandelcombinatie). Andere vallen onder de hulpmiddelenzorg en worden apart vergoed door de zorgverzekeraar. Het Zorginstituut heeft een besliswijzer gemaakt om dit vast te kunnen stellen. Steeds geldt dat er sprake dient te zijn van zorg conform 'de stand van de wetenschap en praktijk'.

In het algemeen geldt dat als bestaande, al verzekerde zorg in een digitale vorm wordt aangeboden, die zorg verzekerde zorg blijft als de samenstelling en de effectiviteit ervan niet wezenlijk wijzigen ten opzichte van de oorspronkelijke zorg. Voorbeelden daarvan zijn: e-consults in de eerste en tweede lijn, o.a. als er sprake is van cognitieve gedragstherapieën en fysiotherapie, en telemonitoring bij COPD, hartfalen en zwangeren met hoog risico. Om te beoordelen of er nog sprake is van verzekerde zorg is het van belang om na te gaan wat de meerwaarde van de digitale zorg toepassing is ten opzichte van de bestaande manier van zorglevering. Daarvoor dient duidelijk te zijn om welke technologie het precies gaat en of de digitale zorg toepassing bestaande zorg vervangt dan wel aan een bestaande behandeling wordt toegevoegd.

Nieuwe zorg wordt vergoed uit het basispakket zodra zorgpartijen het erover eens zijn dat deze zorg effectief is en voldoet aan de voorwaarden die de wet stelt. Slechts voor een klein deel van de zorg vindt een beoordeling door het Zorginstituut plaats, voordat de zorg wordt toegelaten tot de basisverzekering. Partijen in de zorg bepalen dus grotendeels zelf welke zorg uit de basisverzekering wordt vergoed. Ook bepalen zij gezamenlijk wat goede zorg is.

Wat is de rol van het Zorginstituut?

Zorginstituut Nederland levert met zijn wettelijke taken een belangrijke bijdrage aan het op peil houden van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg. Het adviseert de minister over het basispakket van zorg, beoordeelt geneesmiddelen en maakt duidelijk wat wel of geen verzekerde zorg is (duiden). Iedereen in Nederland moet erop kunnen rekenen dat hij of zij goede zorg krijgt. Niet meer dan nodig en niet minder dan noodzakelijk. En dat daarvoor geen onnodige kosten worden gemaakt. We betalen er immers met zijn allen voor. Daarom houdt Zorginstituut Nederland de zorg die in het basispakket zit, regelmatig tegen het licht. Dat houdt in dat we beoordelen of die zorg patiëntgericht, effectief en doelmatig is. Ook speelt het Zorginstituut een belangrijke (uitvoerende) rol bij geldstromen die omgaan in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Met de financiële taken draagt het Zorginstituut bij aan een goed werkend en betaalbaar zorgstelsel voor iedereen.

Samen met zorgverzekeraars, zorgaanbieders en patiënten werkt het Zorginstituut aan het stimuleren van continue kwaliteitsverbetering in de gezondheidszorg en het voor iedereen toegankelijk maken van begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg. In het Openbaar Register van het Zorginstituut: www.zorginzicht.nl, staat wat zorgaanbieders, patiënten, cliënten en zorgverzekeraars samen hebben afgesproken over wat goede zorg is voor een specifiek zorgonderwerp; dat gebeurt in de vorm van kwaliteitsstandaarden. Het zorginstituut ondersteunt dit proces met advies, onderzoek en het ontwikkelen van algemene spelregels voor het maken van kwaliteitsstandaarden.

Om innovatieve zorg sneller bij de patiënt te brengen, pakt het Zorginstituut sinds begin 2019 o.a. als volgt een stimulerende rol:

  1. Het voert de subsidieregeling Veelbelovende zorg uit. Via deze regeling is het mogelijk subsidie te krijgen voor behandelingen die veelbelovend lijken maar nog niet uit het basispakket worden vergoed. Met deze regeling stelt het ministerie van VWS jaarlijks maximaal € 69 miljoen beschikbaar. Het Zorginstituut verleent ook subsidie voor anonieme 'e-mental health'.

  2. Ook is het Zorginstituut partner in 'Zorg voor Innoveren' (ZvI) en de 'Digitale zorgzandbak'. ZvI heeft als doel zorginnovators op maat te ondersteunen bij het (door-) ontwikkelen van hun businesscase en andere vragen waar zij tegenaanlopen. Als maatwerk geen oplossing biedt en bestaande kaders exemplarische knelpunten in stand houden die het leveren van passende zorg belemmeren, dan biedt de ZorgZandBak leerruimte om als overheid met innovators tot nieuwe afspraken te komen: www.zorgzandbak.nl

  3. In de kwaliteitsstandaarden kunnen condities worden beschreven voor goed en verantwoord gebruik van digitale zorg als integraal onderdeel van goede zorg. In dat kader heeft de Patiëntenfederatie samen met FMS, NHG en KNGF een subsidieaanvraag ingediend bij ZonMW voor de ontwikkeling van een kwaliteitskader digitale zorg met de bedoeling om effectieve innovaties die voldoen aan de principes van passende zorg versneld te integreren als goede zorg. Het Zorginstituut ondersteunt hen daarbij.

Wat als de huidige zorgprestaties van de NZa niet voldoende ruimte bieden?

Wanneer bestaande zorgprestaties niet voldoende ruimte bieden om nieuwe of een ander type zorg te leveren, kunnen zorgaanbieders en zorgverzekeraars of zorgkantoren een nieuwe prestatie aanvragen. De NZa kan ook uit eigen beweging een nieuwe prestatie vaststellen. In dat geval consulteren we stakeholders zoals brancheorganisaties, wetenschappelijke verenigingen en patiëntenorganisaties over nut en noodzaak van de nieuwe prestatie. Bij een positieve conclusie stellen we de prestatie en een bijbehorend tarief vast. Vaak is dat een vrij tarief waarbij veel maatwerk mogelijk is.

Veel sectoren kennen extra ruimte om digitale zorg te bekostigen, zoals een facultatieve prestatie, max-maxtarieven of bijvoorbeeld segment 3 van de huisartsenzorg (zie ook de begrippenlijst in hoofdstuk 5).

Is de Beleidsregel Innovatie voor kleinschalige experimenten ook geschikt voor digitale zorg?

Ja. De Beleidsregel Innovatie voor kleinschalige experimenten biedt de mogelijkheid om drie jaar (en in sommige gevallen vijf jaar) een kleinschalig experiment uit te voeren met een innovatieve vorm van zorg. Bij een geslaagd experiment kunnen de innovatoren een aanvraag indienen voor een landelijke prestatie. De innovatie moet gericht zijn op een van de volgende verbeteringen:

  • Nieuwe of vernieuwde zorglevering met een betere prijs-kwaliteitverhouding;

  • Een efficiëntere zorgorganisatie;

  • Betere kwaliteit van zorg.

Zorgaanbieder en zorgverzekeraar of zorgkantoor moeten gezamenlijk een verzoek tot experiment indienen. Tijdens het experiment kunnen andere zorgaanbieders en zorgverzekeraars of zorgkantoren aansluiten om de schaal van het experiment te vergroten. Voor de afloop van het experiment kunnen zij een aanvraag bij ons indienen om de zorg in het experiment regulier te bekostigen. Wij onderzoeken vervolgens of de zorg een plek kan krijgen binnen de reguliere bekostiging.

Voor welke digitale zorg zijn geen zorgprestaties mogelijk?

Digitale zorgtoepassingen ondersteunen meestal de primaire zorgverlening aan de patiënt. Een digitale toepassing is zelfstandig bezien meestal geen zorg in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). Voor dit soort toepassingen kunnen we dus (nog) geen zorgprestatie vaststellen. Dit geldt voor zowel de kosten van hardware, software als ontwikkelingskosten. Kosten die gemaakt worden voor digitale zorgtoepassingen kunnen in de regel niet los gedeclareerd worden door de zorgaanbieder aan de zorgverzekeraars naast de zorgprestaties voor de geleverde zorg. Deze kosten moeten worden terugverdiend door de zorgaanbieder als onderdeel van de tarieven voor de geleverde zorg.

Voor digitale zorg in de vorm van een ICT-applicatie of gezondheidsapp die losstaat van een geneeskundige behandelrelatie tussen zorgverlener en patiënt of cliënt kunnen we (nog) geen zorgprestatie vaststellen. Consumentenapps om bijvoorbeeld fitheid te meten vallen (meestal) niet onder verzekerde zorg.

Houdt de NZa rekening met nieuwe ontwikkelingen in de tarieven?

In de zorgsectoren waarin we de tarieven vaststellen (dat gedeelte van de zorg waar geen vrije tarieven gelden) nemen we de kosten van digitale zorgtoepassingen zoveel mogelijk mee in de hoogte van het tarief.

Als NZa voeren we periodiek kostenonderzoeken uit in deze zorgsectoren, waarbij integraal alle kosten van zorgaanbieders in kaart worden gebracht. Bij dit proces van tariefherijkingen worden steeds de laatste ontwikkelingen meegenomen in de nieuw vast te stellen tarieven voor de zorg. Hierbij geldt in het algemeen dat kosten in de loop van de tijd kunnen veranderen en lokaal of per zorgaanbieder sterk kunnen verschillen. Soms worden de kosten op normatieve basis vastgesteld. Kosten die gemoeid zijn met digitale zorg horen hier ook bij.

We beoordelen steeds per geval of een nieuwe zorgactiviteit of nieuwe toepassing daadwerkelijk bij zorg hoort die valt onder de Zvw of Wlz. Ook beoordelen we per geval of de kosten noodzakelijk en onvermijdelijk zijn. We consulteren hierbij steeds de relevante veldpartijen over nut en noodzaak van de nieuwe prestaties en tarieven.

Waarmee moet ik nog meer rekening houden?

Voor alle vormen van digitale zorg gelden minstens dezelfde wettelijke kaders als reguliere zorg. Belangrijke wettelijke kaders zijn de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) en Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO). De Wkkgz omschrijft normen voor het aanbieden van goede zorg die van goede kwaliteit en van goed niveau moeten zijn. Per zorgvraag en situatie moet hieraan invulling worden gegeven door de zorgaanbieder. De WGBO regelt de rechten en plichten van de patiënt.

De zorgaanbieder is bij al zijn contacten met patiënten verplicht om 'de zorg van een goed hulpverlener' in acht te nemen. Dit criterium verwijst naar professionele normen, richtlijnen en protocollen van de beroepsgroep en door de inspectie en de tuchtrechter ontwikkelde kaders. Dit criterium van 'goed hulpverlenerschap' is niet anders bij de inzet van digitale zorg door de zorgaanbieder.

In het bijzonder wordt verwezen naar de KNMG-richtlijn 'Omgaan met medische gegevens'. Hierin zijn richtlijnen opgenomen over digitaal contact tussen zorgaanbieders en patiënten en tussen zorgaanbieders onderling. Deze vermelden dat zorgvuldigheid is geboden bij digitaal contact, onder andere omdat fysiek onderzoek niet mogelijk is en de veiligheid van de uitgewisselde informatie van belang is. Als er geen bestaande behandelrelatie met de patiënt is, kan online contact slechts plaatsvinden als de daaraan verbonden risico's geminimaliseerd zijn en als dat contact de patiënt ten goede komt.

Voor het voorschrijven van medicijnen geldt bovendien de Geneesmiddelenwet. Wij adviseren voor het digitaal voorschrijven van medicijnen door een arts de meest actuele richtlijnen daarover te raadplegen.

Online medicijnen voorschrijven na videoconsult blijft voorlopig mogelijk

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft de mogelijkheid voor het online voorschrijven van medicatie in situaties waarin de voorschrijver een patiënt nog niet eerder fysiek heeft gezien, verlengd tot 1 januari 2022.

Kan een behandelrelatie ook tot stand komen met digitale zorg?

De behandelrelatie kan ook tot stand komen via digitale middelen. Bijvoorbeeld wanneer tijdens beeldbellen een diagnose kan worden gesteld of als een medisch beleid bepaald en geleverd wordt. Een geneeskundige behandelovereenkomst is wettelijk vereist om zorg te mogen declareren. De zorgaanbieder die de (digitale) zorg wil declareren, moet wel daadwerkelijk bij de behandeling betrokken zijn geweest.

2 Bekostigen digitale zorg per zorgsector

2.1 Preventie

In veel sectoren bestaat ruimte om preventieve zorg te bieden. Waar dit mogelijk is, is het doorgaans ook mogelijk die zorg digitaal aan te bieden.

Preventie is ook onze zorg. Daarvoor is het noodzakelijk dat leefstijl en preventie integraal onderdeel zijn van de zorg. We verleggen de focus van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag.

Preventie is te verdelen in vier soorten preventie. Twee daarvan vallen binnen de zorg: geïndiceerde en zorggerelateerde preventie. Geïndiceerde preventie richt zich op individuen met een verhoogd risico op ziekte. Zorggerelateerde preventie omvat het voorkomen van verergering bij een lichamelijke of psychische aandoening of het voorkomen van een aanvullende aandoening. Preventieve zorg of zorg met een preventief element kan voorkomen in iedere zorgsector. Er is veel ruimte om daarover afspraken te maken.

Enkele voorwaarden die Zorginstituut Nederland stelt aan preventie om het verzekerd te laten zijn in de Wlz en Zvw, zijn:

  • De verzekerde heeft een ziekte of een hoog risico op ziekte;

  • De zorg behoort tot de te verzekeren prestatie;

  • De preventie-interventie moet voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk;

  • De preventie-interventie in de Zvw moet voldoen aan het criterium 'zoals … dat plegen te bieden'.

Door deze voorwaarden is het mogelijk om preventieve elementen in bestaande zorgprestaties tot verzekerde zorg te laten horen. Veel zorgprestaties zijn ruim omschreven en noemen geen specifieke handelingen, waardoor hier ruimte is om preventieve zorg te leveren. Zo zijn huisartsenconsulten bewust algemeen beschreven voor de veelheid aan situaties die langs komt in de huisartsenpraktijk. In bijvoorbeeld de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) zijn de activiteiten meer in detail omschreven, om specifiek ruimte te bieden voor erkende GLI-programma's.

Tegelijk beperkt preventie zich niet alleen tot de Zvw en de Wlz. Zo bestaan preventieve interventies en handelingen waarbij meerdere wetten (Jeugdwet, Wmo, Zvw, Wlz) een bijdrage leveren. In de praktijk betekent dit dat er ook meerdere financieringsbronnen en inkopende partijen bij betrokken zijn. Op onze website is hier meer informatie over te vinden. Zo beschrijven we bijvoorbeeld in het standpunt 'Preventie is ook onze zorg' hoe verschillende wetten betrekking hebben op de vier vormen van preventie. Op het overheidsplatform Zorg voor Innoveren vindt u meer informatie over de verschillende zorgwetten en welke ruimte er is om te innoveren.

Bekostigen digitale zorg

De ruimte om digitale zorg in te zetten bij preventie is in wezen niet anders dan bij reguliere zorg. Volgens Zorginstituut Nederland is behandeling van risico op ziekte niet te onderscheiden van behandeling van een ziekte (CVZ, van preventie verzekerd 2007). In het geval van geïndiceerde preventie en zorggerelateerde preventie is er dus ook ruimte om digitale zorg te leveren en vergoed te krijgen.

Gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)

Vanaf 2022 is het toegestaan om ook het eerste contactmoment (de start van het GLI-programma) via een beeldverbinding te laten verlopen, als het contact zowel zorginhoudelijk als qua tijdsbesteding vergelijkbaar is met een face-to-face contactmoment. Sinds de start van de corona-uitbraak was dit al mogelijk door een tijdelijke verruiming.

Goede voorbeelden

2.2 Huisartsenzorg

Het maakt niet uit of een consult digitaal, telefonisch of fysiek plaatsvindt omdat de zorgprestaties algemeen omschreven zijn. Alleen de duur van het consult maakt uit: kort, normaal of lang. Dit geldt voor een consult bij de huisarts en de praktijkondersteuner (poh-ggz).

De bekostiging van de huisartsenzorg bestaat uit drie segmenten en een aantal prestaties dat buiten de segmenten valt.

  • Segment 1 bevat prestaties met een maximumtarief om de basiszorg van de huisarts te bekostigen. Zo zijn er zorgprestaties voor consulten met de huisarts of poh-ggz. Ook is er een vast inschrijftarief per patiënt voor de financiering van overheadkosten.

  • Segment 2 is bedoeld voor de bekostiging voor een specifieke groep chronisch zieken. Het bevat bijvoorbeeld zorgprestaties met een vrij tarief om ketenzorg voor diabetes mellitus type 2, vasculair risicomanagement en COPD te bekostigen. Zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnen afspreken om zorg voor deze aandoeningen met één prestatie en één tarief in rekening te brengen, maar dat hoeft niet. Zij zijn hiertoe niet verplicht en kunnen de zorgverlening ook met de zorgprestaties van segment 1 in rekening brengen. Het is daarnaast mogelijk om zonder contract een maximumtarief in rekening te brengen voor de meest voorkomende ketenzorgprestaties.

  • Met segment 3 kunnen (gezondheids)uitkomsten en vernieuwing van zorg geleverd in segment 1 en 2 worden beloond. De huisarts kan zorgprestaties in dit segment alleen in rekening brengen als hij/zij hierover een overeenkomst heeft met de zorgverzekeraar. In deze overeenkomst kunnen ook voorwaarden staan over de invulling van deze zorgprestatie. De prestaties in dit segment hebben een vrij tarief.

  • Overig: tot slot valt een aantal losse zorgprestaties buiten de segmenten.

Bekostigen digitale zorg

In ieder segment zijn mogelijkheden voor het bekostigen van digitale zorg.

Segment 1: Het inschrijftarief kan worden ingezet om de website te onderhouden en een online afsprakenplanner te financieren. Ook kan men in dit segment consulten op afstand declareren als reguliere consulten. In de opslag op het inschrijftarief voor inzet van poh-ggz valt onder andere de vergoeding voor begeleiding van zelfmanagementprogramma's door de poh-ggz die de huisartsenpraktijk via een vorm van e-health aanbiedt. Hierover kunnen eventueel nog aanvullende afspraken gemaakt worden met de zorgverzekeraar.

Als een consult op afstand zowel inhoudelijk als qua tijdsbesteding vergelijkbaar is met een consult in de spreekkamer, mag men een vorm van consult declareren. Bij bijvoorbeeld uitgebreider e-mailcontact kan men dus een declaratietitel kort consult, consult of lang consult declareren bij de zorgverzekeraar. Het gebruikte communicatiemiddel tussen huisarts en patiënt (face-to-face, telefoon, e-mail, persoonlijke gezondheidsomgeving etc.) doet er niet toe. Sinds 2019 zijn de consulten van de huisartsen afgestemd op digitale zorg. De poh-ggz die consulten heeft met de patiënt kan vergelijkbare prestaties declareren als de huisarts. Ook voor de poh-ggz geldt dat het communicatiemiddel met de patiënt (digitaal of niet) er niet meer toe doet.

Kortom, het maakt niet uit of een consult digitaal, telefonisch of fysiek plaatsvindt omdat de zorgprestaties algemeen omschreven zijn. Alleen de duur van het consult maakt uit: kort, normaal of lang. Dit geldt voor een consult bij de huisarts en voor een consult bij de poh-ggz.

Segment 2: Met dit segment wordt zorg rondom een specifieke groep chronisch zieken bekostigd. De ketenprestaties zijn algemeen beschreven. Hierdoor kunnen zorgaanbieders onderdelen van de ketenzorg op afstand leveren, of zelfmanagementprogramma's inzetten. Deze toepassingen van digitale zorg kunnen vergoed worden met het afgesproken tarief voor de integrale ketenprestatie (of indien van toepassing het maximumtarief).

Segment 3: In dit segment kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders aanvullende afspraken maken om toepassingen van digitale zorg te bekostigen die volgens hen van waarde zijn voor de patiënt. Zo kunnen zij via de prestatie 'Zorgvernieuwing e-health' afspraken maken over de vergoeding van of beloning voor inzet van digitale zorg binnen de geboden zorgverlening. Dit geldt voor:

  • digitale instrumenten voor zelfmanagement door de patiënt;

  • digitale behandelvormen.

Via de prestatie 'Resultaatbeloning service en bereikbaarheid' kunnen huisartsen met verzekeraars afspraken maken over beloning van zorgkwaliteit en/of kosten door een verbetering in service en bereikbaarheid. Hieronder vallen afspraken over mogelijkheden voor patiënten om digitaal afspraken te maken met de huisartspraktijk, digitaal herhaalrecepten aan te vragen of volledige telefonische bereikbaarheid.

Meekijkconsult

Ook kan de huisarts de prestatie 'Meekijkconsult' gebruiken. Dit consult is bedoeld om expertise van andere zorgverleners, zoals medisch specialisten of andere experts, in te roepen om behandelbeleid te bepalen. Deze raadpleging kan zowel face-to-face als op afstand plaatsvinden. Het doel van de raadpleging is om verwijzing te voorkomen of, als dat nodig is, doelgericht te kunnen verwijzen. De huisarts blijft bij het inroepen van deze expertise de hoofdbehandelaar.

Overig

Een prestatie die valt buiten de drie segmenten is de prestatie 'Teledermatologie'. Hiermee kan de huisarts beeldmateriaal van een huidafwijking delen met een dermatoloog. De inzet van de dermatoloog die de huidafwijking beoordeelt, wordt bekostigd met een prestatie uit de tweede lijn ('Overig zorgproduct'). De huisarts bespreekt de uitslag met de patiënt.

Huisartsenposten: (triage)consult ook mogelijk op afstand

Binnen de ANW-zorg is onderscheid te maken tussen het eerste contact (de triage) en het mogelijke vervolg (consult of visite). Bij de triage wordt de zorgvraag geïnventariseerd en wordt bepaald of verder onderzoek middels een consult of visite noodzakelijk is. Voor het mogen declareren van de triage is het van belang dat de triage leidt tot een zorgadvies aan de patiënt. De wijze waarop triage plaatsvindt (via een speciale app, de telefoon of fysiek) is daarbij niet van belang. Ook het reguliere consult kan fysiek op de huisartsenpost, telefonisch en in digitale vorm (via bijvoorbeeld beeldbellen) plaatsvinden. De zorgprestaties zijn namelijk algemeen omschreven waardoor de wijze waarop de levering van zorg plaatsvindt niet uitmaakt.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Deels vrije tarieven

  • Veel maatwerkafspraken mogelijk in segment 3

  • Ruime prestatiebeschrijvingen in segment 1 en 2

  • Speciale prestaties zoals 'Teledermatologie' en 'Zorgvernieuwing e-health'

Goede voorbeelden

2.3 Medisch-specialistische zorg

In plaats van een poliklinisch consult kan een zorgverlener het consult op afstand doen. Voor zowel een eerste consult op afstand als een herhaalconsult op afstand kan de zorgaanbieder de zorgactiviteit voor een screen-to-screen consult, belconsult of schriftelijke consultatie registreren.

De bekostiging van medisch-specialistische zorg gebeurt met dbc-zorgproducten en overige zorgproducten. De registratie van een diagnose en zorgactiviteiten binnen een vastgestelde periode leidt tot een dbc-zorgproduct. De zorgaanbieder brengt dit in rekening bij de zorgverzekeraar of patiënt. Afhankelijk van de kosten en inhoud van het zorgtraject zijn er verschillende dbc-zorgproducten. Deze producten weerspiegelen een gemiddeld zorgtraject. Verschillende zorgactiviteiten met diagnosen kunnen leiden tot eenzelfde dbc-zorgproduct: zorg die vergelijkbaar is qua prijs en zorginhoud resulteert dan in hetzelfde dbc-zorgproduct.

Soms is het ook mogelijk om zorgactiviteiten los te bekostigen met een overig zorgproduct. Een voorbeeld zijn ic-dagen omdat deze zich lastig in een gemiddelde laten vertalen.

De meeste dbc-zorgproducten (circa 70%) hebben een vrij tarief. Voor de overige 30% gelden maximumtarieven (of hogere max-maxtarieven).

Intercollegiaal consult en medebehandeling

Per 2022 is het voortaan structureel toegestaan om, wanneer de situatie daar om vraagt, de zorgactiviteiten voor het intercollegiaal consult (190009) en medebehandeling (190017) te declareren als deze op afstand worden gegeven. Beoordeling van iedere situatie wordt gedaan door de medisch specialist, arts-assistent, verpleegkundig specialist of physician assistant.

Bekostigen digitale zorg

Zorgactiviteiten beschrijven een medische handeling en mogen dus ook geregistreerd worden indien deze zorg op afstand heeft plaatsgevonden. Zorgactiviteiten zijn namelijk vorm- en locatieonafhankelijk, tenzij dit in de regelgeving of zorgactiviteitenomschrijving beperkt wordt. Over het algemeen geldt dus dat een zorgactiviteit geregistreerd mag worden als deze op afstand is uitgevoerd, mits in de omschrijving geen face-to-face contact wordt vereist.

Vaak staan in de regels geen nadere voorwaarden. Dit betekent dat de meeste zorgactiviteiten ook geregistreerd kunnen worden als deze uitgevoerd zijn of ondersteund worden met digitale zorg.

Voor een aantal toepassingen van digitale zorg gelden in overleg met veldpartijen wel specifieke zorgactiviteiten. Het gaan dan om de volgende toepassingen.

Consulten op afstand

De regels voor consulten op afstand zijn sinds 2021 structureel verruimd.

  • Voor een eerste consult op afstand kan de zorgaanbieder de zorgactiviteit voor een screen-to-screen consult (190165), belconsult (190164) of schriftelijke consultatie (190167) registreren.

  • Voor een herhaalconsult op afstand kan de zorgaanbieder een van deze zorgactiviteiten voor screen-to-screen consult (190166), belconsult (190162) of schriftelijke consultatie (190163) registreren.

Voorwaarde is wel dat het consult op afstand zowel inhoudelijk als qua tijdsbesteding vergelijkbaar is met de zorgverlening tijdens een regulier polikliniekbezoek.

Elektronische berichten met patiënt

In het algemeen geldt dat een zorgactiviteit pas geregistreerd mag worden als deze volledig is uitgevoerd en deze voldoet aan de omschrijving. Voor een schriftelijke consultatie betekent dit dat deze zorgactiviteit pas geregistreerd kan worden na het laatste contact van de consultatie. De verschillende (elektronische) berichten waar het schriftelijk consult uit bestaat maken samen de zorgactiviteit, en is dus bij het laatste bericht pas compleet uitgevoerd. Als een arts verspreid over meerdere dagen meerdere berichten stuurt naar een patiënt (en bijv. vrijdag is het laatste, afsluitende bericht), kunnen deze berichten samen op vrijdag als één schriftelijke consultatie worden geregistreerd.

Medisch-specialistische zorg in de thuissituatie

Dankzij technologische ontwikkelingen is het steeds vaker mogelijk om medisch-specialistische zorg bij patiënten thuis te leveren. Dit is een belangrijk onderdeel van de beweging 'juiste zorg op de juiste plek'; zorg zoveel mogelijk dichtbij de patiënt leveren en alleen in het ziekenhuis als het moet. Vandaar dat de meeste zorgactiviteiten ook locatie-onafhankelijk zijn omschreven. Voor patiënten is het fijn als zij niet steeds op en neer naar het ziekenhuis moeten. Ook kan deze ontwikkeling helpen de zorg betaalbaar te houden. Sinds 2020 is er ook een zorgprestatie (190228) die de declaratie van klinische zorg in de thuissituatie mogelijk maakt.

Transformatiegelden uit hoofdlijnenakkoord

In het budgettair kader msz zijn extra middelen opgenomen (de zogenaamde transformatiegelden) waarmee zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken kunnen maken over initiatieven die bijdragen aan de beweging 'juiste zorg op de juiste plek'. Bij deze beweging wordt uitgegaan van het voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het vervangen van zorg (door digitale zorg). In het hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg zijn afspraken gemaakt over de transformatiegelden tot en met 2022.

Beoordelen van diagnostiek op verzoek van de huisarts

Een medisch specialist kan op verzoek van de huisarts diagnostiek beoordelen. Dit gebeurt meestal via digitale uitwisseling van gegevens. Een medisch specialist kan bijvoorbeeld een dermatologische klacht, een ECG, holteronderzoek, inspanningsonderzoek, of longfunctieonderzoek beoordelen. Hiervoor kunnen de zorgprestaties voor eerstelijnsdiagnostiek gedeclareerd worden. Voor deze prestaties gelden vrije tarieven.

Onderlinge dienstverlening

Om de samenwerking tussen zorgaanbieders niet in de weg te staan, kan sinds 2020 onderlinge dienstverlening ook plaatsvinden tussen zorgaanbieders uit de eerste lijn en zorgaanbieders uit de tweede lijn. Zo dragen we bij aan de juiste zorg op de juiste plek: zorg in de eerste lijn als het kan en alleen in de tweede lijn als het moet.

Zorgactiviteit voor het monitoren van patiënten op afstand

Sinds 2019 is het ook mogelijk om de zorgactiviteit voor telemonitoring (039133, 032716) te registeren en leidt deze samen met de zorgactiviteiten op afstand (of in het ziekenhuis) af naar een declarabel product. In de huidige bekostiging leidt telemonitoring niet af tot een 'zwaarder' declarabel zorgproduct.

Nieuwe ontwikkelingen bij telemonitoren

Bij de NZa zijn meerdere aanvragen facultatieve prestaties ingediend en in behandeling voor de activiteit monitoring op afstand. Het betreft telemonitoren voor verschillende veel voorkomende aandoeningen. De patiënten hoeven niet meer voor alles naar het ziekenhuis en kunnen (een deel van) hun behandeling vanuit hun vertrouwde omgeving volgen. Met deze facultatieve prestaties worden ook de medische inzet en kosten van monitoring op afstand beter inzichtelijk. Wij verwachten de nieuwe facultatieve prestaties op korte termijn vast te kunnen stellen. Na vaststelling zijn de nieuwe facultatieve prestaties voor monitoring op afstand te gebruiken door alle ziekenhuizen die de zorg op dezelfde wijze willen verlenen, mits zij daarover een contract aangaan met de zorgverzekeraar.

De NZa is positief over deze ontwikkeling. De nieuwe facultatieve prestaties passen goed bij de landelijke ambities van de ziekenhuizen om meer zorg op afstand te leveren waar het kan en wenselijk is. Ondertussen werken de branche- en beroepsorganisaties, zorgverzekeraars en de NZa aan een nieuwe wijze van bekostiging van telemonitoren met als beoogde ingangsdatum 2023. Het streven is een landelijke bekostiging in te voeren die voldoende ruimte laat voor de snelle ontwikkelingen rond telemonitoren. Mogelijk kunnen de facultatieve prestaties voor monitoren op afstand dan vervallen.

Facultatieve prestatie

Per 2021 is er een aanvullende mogelijkheid voor bekostiging ingevoerd die kansen biedt voor digitale zorg in de medisch specialistische zorg: de zogenoemde facultatieve prestatie. Met de facultatieve prestatie kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders afspraken maken over (nieuwe) initiatieven die lastig te bekostigen zijn met de reguliere dbc's. Op de speciale themapagina is meer informatie te vinden.

Tijdelijke verruimingen zorg op afstand

Voor een aantal specifieke situaties in de medisch specialistische zorg geldt tot nader bericht nog een tijdelijke verruiming.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Ruime prestatiebeschrijvingen

  • Grotendeels vrije tarieven

  • Max-max tarieven

  • Facultatieve prestatie

  • Speciale zorgactiviteiten voor digitale zorg

  • Transformatiegelden beschikbaar

Goede voorbeelden

2.4 Paramedische zorg

Paramedische zorgprestaties (veelal zittingen) zijn algemeen omschreven. Om deze te kunnen declareren maakt het dus niet uit of de zorg digitaal, telefonisch of fysiek plaatsvindt, mits de zorg voldoet aan de wet- en regelgeving en richtlijnen voor goede zorg. Dit biedt zorgaanbieders en –verzekeraars ruimte om keuzes en afspraken te maken over de inzet van digitale zorg.

Onder paramedische zorg vallen de sectoren fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek. De eerste drie sectoren kennen prestaties per patiëntcontact waarbij een bedrag per prestatie (zoals een zitting) wordt gedeclareerd. Bij ergotherapie en diëtetiek worden deze in tijdseenheden per vijftien minuten gedeclareerd.

Alle prestaties in de paramedische sectoren kennen een vrij tarief en zijn veelal ruim omschreven. Zo kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders zelf verder invulling geven aan hun afspraken in die sector.

Bekostigen digitale zorg

  • Binnen bestaande zorgprestaties mogen zorgaanbieders het zorgproces veranderen door bijvoorbeeld digitale zorg in plaats van een behandeling in de praktijkruimte aan te bieden. Door de ruim omschreven zorgprestaties, zoals de algemene prestatie 'Zitting', is het mogelijk om digitale zorg te declareren. In het geval dat (de voorwaarden van) een prestatiebeschrijving de declaratie van een andere manier van zorgverlening belemmert, kunnen in sommige gevallen een zorgaanbieder en zorgverzekeraar samen een facultatieve prestatie aanvragen.

Of digitale zorg geleverd kan worden, wordt in de meeste gevallen beoordeeld door de zorgaanbieder, met inachtneming van wet- en regelgeving en richtlijnen over goede zorg. Voorwaarde voor het declareren van digitale zorg is wel dat de zorg op afstand inhoudelijk vergelijkbaar is met de reguliere zorgverlening.

Kosten die zorgaanbieders maken voor digitale zorgtoepassingen mogen niet afzonderlijk in rekening gebracht worden. Deze kosten zijn inbegrepen in de tarieven van de zorgprestaties.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Vrije tarieven

  • Ruime omschrijvingen zorgprestaties

  • Facultatieve prestatie

Goede voorbeelden

2.5 Farmaceutische zorg

In de prestaties voor farmaceutische zorg staat niet hoe je de zorg precies moet leveren aan de patiënt. Dit kan dus zowel face-to-face als digitaal of telefonisch. Gesprekken die onderdeel uitmaken van de zorg hoeven dus niet aan de balie plaats te vinden om gedeclareerd te mogen worden.

Bekostiging van farmaceutische zorg gebeurt met zorgprestaties voor onder andere de verstrekking van een geneesmiddel, medicatiebeoordeling en voor farmaceutische begeleiding van een patiënt, bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname.

Alle zorgprestaties kennen een vrij tarief en zijn veelal ruim omschreven. Zo kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders zelf verder invulling geven aan hun afspraken in de sector.

Bekostigen digitale zorg

In de zorgprestaties van de farmaceutische zorg staat niet beschreven op welke manier de zorg geleverd moet worden. Dit mag dus fysiek in de apotheek gebeuren, maar mag ook digitaal plaatsvinden. In beiden gevallen mag de zorg gedeclareerd worden.

Daarnaast is het mogelijk voor een zorgaanbieder en zorgverzekeraar om samen een facultatieve prestatie aan te vragen, wanneer (digitale) zorg aangeboden wordt die afwijkt van de prestaties zoals omschreven.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Vrije tarieven

  • Ruime omschrijvingen zorgprestaties

  • Facultatieve prestatie

Goede voorbeelden

2.6 Mondzorg

De meeste verrichtingen in de mondzorg kunnen alleen uitgevoerd worden als de patiënt fysiek aanwezig is. Wanneer de zorg, zoals omschreven in de prestatie, ook digitaal plaats kan vinden mag je hiervoor de bestaande prestatie in rekening brengen.

Bekostiging van de mondzorg vindt plaats met specifieke mondzorgprestaties. Deze hebben een maximumtarief. In de zorgprestaties (met uitzondering van beugelconsulten) staat niet de vereiste dat een patiënt fysiek aanwezig moet zijn. Echter kunnen verreweg de meeste verrichtingen in de mondzorg alleen uitgevoerd worden als de patiënt fysiek aanwezig is.

Bekostigen digitale zorg

Als het mogelijk is om de zorg zoals omschreven in de prestatie digitaal te leveren, mag hiervoor de betreffende prestatie in rekening worden gebracht. Deze zorg op afstand moet de reguliere vorm van de zorg vervangen.

In afspraak met de zorgverzekeraar kan een zorgverlener ook gebruik maken van het hogere max-maxtarief, waardoor financieel extra ruimte kan ontstaan voor het declareren van digitale zorg.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Max-max tarieven

Goede voorbeelden

2.7 Geboortezorg

Het verschilt per discipline van geboortezorg hoe de zorgprestaties omschreven zijn. De begeleiding van de zwangerschap of postnatale zorg kunnen gedeeltelijk digitaal worden geleverd. Door de algemene omschrijvingen van prestaties kunnen deze dus fysiek of digitaal worden geleverd.

Geboortezorg is de zorg voor moeder en kind rondom de zwangerschap en geboorte. Dit kan op twee manieren bekostigd worden.

  • Integrale bekostiging, bedoeld om samenwerking van zorgaanbieders in de geboortezorg makkelijker te maken en kwaliteit van zorg te verhogen. Deze integrale prestaties hebben een vrij tarief waarover zorgaanbieders en zorgverzekeraar afspraken maken.

  • Monodisciplinaire bekostiging: prestaties die specifiek gelden voor de verloskundige zorg, kraamzorg of gynaecologische zorg.

Verloskunde

Zorgprestaties in de verloskundige zorg omvatten soms een individuele handeling en soms een periode in de zwangerschap, de bevalling of de kraamperiode, zoals volledige prenatale zorg en natale verloskundige zorg. Ook zijn er zorgprestaties voor de volledige verloskundige zorg van een zwangere. De prestaties in de verloskundige zorg hebben een maximumtarief.

Kraamzorg

Zorgprestaties voor kraamzorg en partusassistentie worden per uur gedeclareerd. Aanvullend hierop zijn prestaties per inschrijving, intake en partusassistentie. Het intakegesprek mag in de thuissituatie van de cliënt of op afstand plaatsvinden. Zorgprestaties in de kraamzorg hebben een maximumtarief.

Gynaecologie

Gynaecologische zorg wordt bekostigd met dbc-zorgproducten (zie medisch-specialistische zorg). Deze zorgprestaties kennen – op enkele uitzonderingen na - een vrij tarief.

Bekostiging digitale zorg

Echo's en acute zorg rondom de bevalling kunnen uiteraard alleen gegeven worden als de cliënt fysiek aanwezig is. De begeleiding van de zwangerschap of de begeleiding van de postnatale zorg kan tot op zekere hoogte wel digitaal geleverd worden. In de meeste gevallen staat in deze zorgprestaties van verloskunde en gynaecologie dan ook niet beschreven hoe de zorg geleverd moet worden. Hetzelfde geldt voor de breed omschreven integrale prestaties. Dat betekent dat de zorg ook digitaal geleverd mag worden, wanneer dat mogelijk is. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld digitale consulten georganiseerd worden.

Voor kraamzorg geldt dat vanaf 2022 een intakegesprek in alle gevallen op afstand plaats kan vinden.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Vrije tarieven en ruime omschrijvingen voor integrale bekostiging

  • Vrije tarieven en max-max tarieven voor verloskunde

  • Max-max tarieven voor kraamzorg

  • Ruime omschrijvingen verschillende zorgprestaties bij verloskunde

Goede voorbeelden

2.8 GGZ en forensische zorg

De ggz en forensische zorg kennen algemeen omschreven zorgprestaties, wat betekent dat de manier waarop zorg wordt geleverd niet is voorgeschreven. Dit betekent dat de zorg zowel fysiek als digitaal geleverd kan worden. Het wordt hiermee mogelijk gemaakt om op vele manieren digitale zorg aan te bieden, mits het tarief onder het maximumtarief blijft.

Tot het einde van 2021 geldt er in de bekostiging een onderscheid tussen basis-ggz zorg en gespecialiseerde ggz zorg. Vanaf 2022 zal er een nieuwe manier van bekostiging van kracht zijn: het zorgprestatiemodel. Hierdoor verdwijnt het onderscheid. Hieronder staat de bekostiging beschreven zoals die in 2021 nog geldt, vervolgd door de bekostiging zoals die vanaf 2022 zal gelden in de sector.

Basis-ggz

Zorgprestaties in de basis-ggz zijn algemeen omschreven, en schrijven niet voor hoe zorg geleverd moet worden. Dat betekent dat het mogelijk is om op veel manieren digitale zorg aan te bieden, mits het tarief onder het maximumtarief blijft. In afspraak met de zorgverzekeraar kan een zorgverlener ook gebruik maken van het hogere max-maxtarief.

In de basis-ggz is blended care inmiddels gebruikelijk. Dit is de inzet van zorg waarbij patiënt en behandelaar in dezelfde ruimte zijn, in combinatie met de inzet van digitale middelen. Dit soort zorg is te bekostigen binnen de bestaande prestaties. Blended care biedt ruimte voor zorgaanbieder en zorgvrager om tot een optimale zorgvorm te komen. Zorgverzekeraars kunnen het gebruik hiervan stimuleren door hierover afspraken te maken en eventueel een hoger tarief te vergoeden.

Gespecialiseerde ggz

Zorgprestaties in de gespecialiseerde ggz zijn algemeen omschreven, en schrijven niet voor hoe zorg geleverd moet worden. Dat betekent dat het mogelijk is om op veel manieren digitale zorg aan te bieden. In afspraak met de zorgverzekeraar kan een zorgverlener ook gebruik maken van het hogere max-maxtarief.

Voor de verblijfzorg in de gespecialiseerde ggz is het ook mogelijk om digitale zorg in te zetten binnen de kaders van de prestatieomschrijving. Daarbij hoeven verpleegkundigen en verzorgenden bij deze verblijfprestaties geen tijd te schrijven, terwijl verblijf wel bijdraagt aan 40% van de kosten in de ggz. In de sector langdurige zorg zet men al langer in op deze ontwikkeling vanwege de nijpende arbeidsproblematiek. Dit soort zorg is in de ggz dus ook mogelijk binnen de reeds bestaande regels.

Nieuwe bekostiging van ggz en forensische zorg per 2022

Vanaf 2022 werken de ggz en forensische zorg met een nieuwe bekostiging: het zorgprestatiemodel. De zorgprestaties weerspiegelen de daadwerkelijk geleverd zorg en zijn herkenbaar en controleerbaar voor de patiënt.

Met dit nieuwe model wordt afscheid genomen van de dbc's en zzp's in de gespecialiseerde ggz, de dbbc's in de forensische zorg en de prestaties in de generalistische basis-ggz. Het zorgprestatiemodel geeft sneller inzicht in zorguitgaven, waarbij prestaties gekoppeld zijn aan een dag in plaats van aan een zorgtraject van 365 dagen. Dit zorgt er ook voor dat de administraties van zorgverzekeraars en zorgaanbieders beter op elkaar aansluiten.

In de ggz is blended care gebruikelijk. Dit is de inzet van zorg waarbij patiënt en behandelaar in dezelfde ruimte zijn, in combinatie met de inzet van digitale middelen. Dit soort zorg is te bekostigen binnen de bestaande prestaties. Er zijn veel aanbieders van online behandelplatformen waar digitale dagboeken, psycho-educatie, ondersteunende communicatiemiddelen en ook complete behandelmodules bij elkaar komen. Blended care biedt ruimte voor zorgaanbieder en zorgvrager om tot een optimale zorgvorm te komen. Zorgverzekeraars kunnen het gebruik hiervan stimuleren door hierover afspraken te maken en eventueel een hoger tarief te vergoeden.

Bekostigen digitale zorg

Zorgprestaties in de ggz zijn algemeen omschreven, en schrijven niet voor hoe zorg geleverd moet worden. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen een fysiek of digitaal consult. Dit betekent dat het mogelijk is om op veel manieren digitale zorg aan te bieden, mits het tarief onder het maximumtarief blijft. In afspraak met de zorgverzekeraar kan een zorgverlener ook gebruik maken van het hogere max-maxtarief. Het is ook mogelijk om asynchroon contact, contact waarbij behandelaar en patiënt niet gelijktijdig in dezelfde ruimte zijn, te declareren. Dit kan bijvoorbeeld gaan om e-mail of chatcontact. Hierbij kan het totaal aan digitaal contact op één dag als consult worden gedeclareerd.

Daarnaast is het mogelijk voor een zorgaanbieder en zorgverzekeraar om samen een facultatieve prestatie aan te vragen, wanneer (digitale) zorg aangeboden wordt die afwijkt van de zorgprestaties zoals omschreven.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Max-max tarieven

  • Ruime omschrijvingen zorgprestaties

  • Facultatieve prestatie

Goede voorbeelden

2.9 Landurige zorg

Wonend in een zorginstelling: Het (dag)tarief kan je naar eigen inzicht besteden, dus ook aan digitale zorg.

Thuiszorg: Telefonisch of digitaal contact mag je ook als direct contact declareren, hierbij geldt dus hetzelfde uurtarief. Daarnaast mag je per maand per cliënt in totaal maximaal 6,5 uur declareren voor thuiszorgtechnologie tegen het afgesproken tarief voor verpleging, persoonlijke verzorging of begeleiding. Toezicht op cliënten valt hier ook onder.

Cliënten die verpleging en verzorging nodig hebben kunnen deze zorg thuis krijgen of gaan wonen bij een zorgaanbieder. Deze zorg valt onder de Wlz of (in het geval van wijkverpleging; zie aldaar) de Zvw. Voor de Wlz-zorg heeft een cliënt een indicatie van het CIZ nodig in de vorm van een zorgprofiel.

Wonen in een instelling

Het declareren van Wlz-zorg in een instelling gebeurt op basis van zorgzwaartepakketten (zzp). Een zzp heeft een maximumtarief per dag. De zorgkantoren en zorgaanbieders komen in de inkoop tot de definitieve prijs.

De langdurige ggz en gehandicaptenzorg kent eenzelfde bekostigingssystematiek.

Thuiswonend

In de Wlz gebeurt de bekostiging van verpleging en verzorging thuis via het modulair pakket thuis (mpt), het volledig pakket thuis (vpt) of via een persoonsgebonden budget. Voor het mpt en vpt zijn prestaties vastgesteld met maximumtarieven per uur, per dagdeel of per dag.

Bekostigen digitale zorg

Wonen in een instelling

Zorgaanbieders kunnen het afgesproken dagtarief voor Wlz-zorg in een instelling naar eigen inzicht besteden. Ze kunnen een deel ervan inzetten voor digitale toepassingen voor hun cliënten zoals slimme sensoren die de beweegruimte van cliënten vergroten. Daarnaast kan een instelling met het zorgkantoor afspraken maken over een hoger tarief voor de inzet van digitale zorg. Voorwaarde is wel dat het afgesproken tarief binnen het maximumtarief blijft.

Thuiswonend

In de Wlz kan de zorgaanbieder direct contact met de cliënt in de thuissituatie bekostigen met het uurtarief. Deze prestaties gelden ook voor contacten via beeldscherm en telefonische contacten.

Aanvullende vergoeding voor thuiszorgtechnologie

Sinds 2020 is de aanvullende vergoeding voor het inzetten van thuiszorgtechnologie verruimd. Deze vergoeding kan gedeclareerd worden bovenop de uren voor directe contacttijd, waarbij het niet uit maakt welke vorm van thuiszorgtechnologie ingezet wordt. Zorgkantoor en zorgaanbieder bepalen samen welke thuiszorgtechnologie, zowel software als hardware, voor welke cliënt wordt ingezet. De totaal declareerde zorg (inclusief thuiszorgtechnologie) moet wel binnen de Wlz-aanspraak vallen. Een voorbeeld is het inzetten van digitaal toezicht op afstand in de thuissituatie die het langer thuis wonen mogelijk maakt. Ook de kosten van de inzet van een deskundige die met thuiszorgtechnologie op afstand meekijkt, valt onder deze aanvullende vergoedingsmogelijkheid. Ook valt te denken aan kosten zoals:

  • Aanschaf/huur, installatie, (preventief) onderhoud en storingsonderhoud van het digitale middel;

  • Beschikbaarheid van de achterwachtfunctie;

  • Telefonische controles in geval van falen van apparatuur;

  • Verwerken van uitgiften en signaleringen;

  • Abonnementsgelden.

Per cliënt die door middel van thuiszorgtechnologie zorg ontvangt op basis van een modulair pakket thuis (mpt), kan een instelling in totaal maximaal 6,5 uur per maand declareren tegen maximaal het afgesproken tarief van de prestatie persoonlijke verzorging (H138) of begeleiding (H306) of verpleging (H139). Let op! Dit zijn aparte prestatiecodes voor thuiszorgtechnologie. Directe contacttijd die nodig is bij thuiszorgtechnologie kan via de reguliere prestaties gedeclareerd worden.

Ook kan overeengekomen worden om bijvoorbeeld hardware niet te vergoeden, als de patiënt hier al over beschikt (zoals een mobiele telefoon of tablet). Onder de wettelijke aanspraak van de Wlz valt ook het toezicht op cliënten. Dit betekent dat de mogelijkheid voor een extra vergoeding ook geldt voor deze zorgactiviteit.

Gehandicaptenzorg

De gehandicaptenzorg valt onder de Wlz. Voor de cliënten die in een instelling wonen ontvangt de zorgaanbieder een dagtarief. De betaling van zorg voor cliënten die thuis wonen gebeurt per uur of dagdeel. De gehandicaptenzorg maakt al heel veel gebruik van digitale toepassingen om de zelfredzaamheid en de kwaliteit van leven te stimuleren en de zorgverlening te ondersteunen. Dit varieert van spraakcomputers tot telemonitoring gedurende de nacht.

Zorgaanbieders maken gebruik van de ruimte die dag- of uurtarieven bieden om keuzes te maken voor een goede inzet van middelen. Voor zorg thuis kunnen zorgaanbieders gebruik maken van de prestaties voor thuiszorgtechnologie.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Aanvullende vergoeding thuiszorgtechnologie verruimd en vereenvoudigd

  • Ruime prestatiebeschrijvingen

  • Zorg op afstand mogelijk met directe contacttijd

Goede voorbeelden

  • Vilans: Tijdbesparende technologieën in de ouderenzorg

  • Verzameling technologische toepassingen voor het verpleeghuis

  • Digitale ontmoetingsplek voor ouders en verwanten van kind

  • Vilans: Werk bij zorgtechnologie samen met het zorgkantoor

2.10 Wijkverpleging

Telefonisch of digitaal contact mag je ook als direct contact declareren, hierbij geldt dus hetzelfde uurtarief. Daarnaast mag je per maand per cliënt maximaal 6,5 uur declareren voor thuiszorgtechnologie tegen het afgesproken tarief voor verpleging en/of persoonlijke verzorging. Begeleiding van en toezicht op cliënten zijn niet van toepassing in de Zorgverzekeringswet. Bovendien is er binnen het experiment Bekostiging verpleging en verzorging veel ruimte om afspraken te maken over digitale zorgtoepassingen.

Bekostiging wijkverpleging algemeen

Cliënten die verpleging en verzorging nodig hebben kunnen deze zorg in instellingen ontvangen op basis van Wlz, of thuis op basis van de Wlz of Zvw. Hier gaan wij in op verpleging en verzorging thuis op basis van de Zvw, oftewel de wijkverpleging.

Groot experiment

De bekostiging van wijkverpleging gebeurt grotendeels met het experiment Bekostiging verpleging en verzorging. In dit experiment spreken zorgaanbieders en zorgverzekeraars een vast bedrag per patiënt af op basis van de samenstelling van de populatie. Het experiment biedt veel ruimte om afspraken te maken over digitale zorgtoepassingen.

Bekostigen digitale zorg

Naast het experiment is het mogelijk om gebruik te maken van de ruimte in de reguliere bekostiging met uurtarieven. Ook deze bekostiging biedt ruimte voor afspraken over inzet van digitale zorg. Beeldschermcommunicatie en telefonische contacten maken ook onderdeel uit van het uurtarief voor directe contacttijd met een patiënt.

Aanvullende vergoeding voor thuiszorgtechnologie

Sinds 2020 is de aanvullende vergoeding voor het inzetten van thuiszorgtechnologie verruimd. Deze vergoeding kan gedeclareerd worden bovenop de uren voor directe contacttijd, waarbij het niet uit maakt welke vorm van thuiszorgtechnologie ingezet wordt. Voor deze aanvullende vergoeding geldt een contractvereiste. Zorgaanbieder en zorgverzekeraar bepalen samen welke thuiszorgtechnologie, zowel software als hardware, voor welke patiënt wordt ingezet. Een voorbeeld zijn sensoren in de thuissituatie die het langer thuis wonen mogelijk maakt.

Ook de kosten voor de inzet van een deskundige die met thuiszorgtechnologie op afstand meekijkt, vallen onder deze aanvullende vergoedingsmogelijkheid. Ook valt te denken aan kosten zoals:

  • Aanschaf/huur, installatie, (preventief) onderhoud en storingsonderhoud van het digitale middel;

  • Beschikbaarheid van de achterwachtfunctie;

  • Telefonische controles in geval van falen van apparatuur;

  • Verwerken van uitgiften en signaleringen;

  • Abonnementsgelden.

Per patiënt die door middel van thuiszorgtechnologie zorg ontvangt, kan maximaal 6,5 uur per maand tegen maximaal het afgesproken tarief van verpleging en/of persoonlijke verzorging worden gedeclareerd. Directe contacttijd die nodig is bij thuiszorgtechnologie kan via de reguliere prestaties gedeclareerd worden.

Ook kan overeengekomen worden om bijvoorbeeld hardware niet te vergoeden, als de patiënt hier al over beschikt (zoals een mobiele telefoon of tablet). In tegenstelling tot de Wlz, valt toezicht op patiënten (personenalarmering) niet onder de Zvw en daarmee ook niet onder de prestatie van thuiszorgtechnologie.

Prestatie 'beloning op maat'

Daarnaast biedt de prestatie 'beloning op maat' ruimte om samen op lokaal niveau afspraken te maken over het belonen van innovatie, kwaliteit en uitkomsten van zorg of naar de bediende populatie van de zorgaanbieder. Zo kan men bijvoorbeeld een extra beloning afspreken omdat een aanbieder patiënten op afstand monitort. Voordeel van deze prestatie is dat deze een vrij tarief kent. Ook voor deze aanvullende vergoeding geldt een contractvereiste.

Extra ruimte voor digitale zorg

  • Aanvullende vergoeding thuiszorgtechnologie verruimd en vereenvoudigd

  • Ruime prestatiebeschrijvingen

  • Vrije tarieven voor een aantal prestaties wijkverpleging

  • Experiment verpleging en verzorging biedt veel vrijheid

Goede voorbeelden

2.11 Medische applicaties

Mensen gebruiken steeds vaker applicaties (hierna: apps) om hun gezondheid of leefstijl in kaart te brengen of als ondersteuning bij een ziekte. Een app is een medisch hulpmiddel wanneer deze door een fabrikant is ontwikkeld om een diagnose te stellen, ziekten of gebreken te voorkomen of te behandelen. De fabrikant van zo'n app is verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en veiligheid ervan; het toezicht ligt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

In alle zorgsectoren worden apps gebruikt. Sommigen ondersteunen de bedrijfsvoering, sommigen worden gebruikt om te communiceren, anderen spelen een directe rol in de zorglevering. Afhankelijk van wat de app doet of waar deze wordt gebruikt, valt deze onder verschillende regels. Dit is van invloed op hoe de app bekostigd of gedeclareerd kan worden.

Wanneer is een app een medisch hulpmiddel?

De wet op de Medische Hulpmiddelen heeft een brede definitie van medische hulpmiddelen. Medische hulpmiddelen zijn producten die gebruikt worden bij het voorkomen, het diagnosticeren, de behandeling en de ondersteuning van een ziekte of beperking/handicap. Door deze brede definitie zijn zaken als hoortoestellen, operatiematerialen en bloeddrukmeters allemaal medische hulpmiddelen. Software, zoals een app, kan ook een medisch hulpmiddel zijn als de fabrikant het gemaakt heeft om therapeutisch of diagnostisch te gebruiken. Als software nodig is voor de goede werking van een medisch hulpmiddel, is de software zelf ook een medisch hulpmiddel (hierna: een medische app). Bijvoorbeeld een app voor thuismonitoring van patiënten met hartfalen. Bij het bepalen of iets een medisch hulpmiddel is, maakt het niet uit waar de patiënt, cliënt of zorgaanbieder het hulpmiddel gebruikt.

Hoe wordt een medische app bekostigd?

Het is belangrijk dat een patiënt of cliënt of burger de juiste zorg krijgt. Omdat zorgprestaties veelal functioneel omschreven worden, staat doorgaans omschreven welk soort zorg geleverd moet worden, niet hoe de geleverd moet worden. Als een medisch hulpmiddel gebruikt wordt als onderdeel van zorglevering, staat in onze regelgeving vaak geen bepaling of dat een medische hulpmiddel digitaal of analoog moet zijn. Dat betekent dat als een medische app een functie vervult die eerder analoog werd vervuld, deze op dezelfde manier vergoed en betaald kan worden.

Voor alle zorg, dus ook die door medische apps geleverd of ondersteund wordt, geldt voor alle sectoren dat deze moet voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk om gedeclareerd te mogen worden. Als een medische app voldoet aan de stand van wetenschap en de praktijk, geldt dat dit hulpmiddel op dezelfde manier gefinancierd wordt als de eerder bestaande zorglevering. Wanneer deze norm niet van toepassing is, kan er sprake zijn van eenzelfde financiering wanneer het medisch hulpmiddel in het vakgebied wordt gezien als effectieve en veilige zorg volgens het Besluit zorgverzekering.

Met zorg bedoelen we hier specifiek geneeskundige zorg zoals beschreven in het besluit zorgverzekering en zorg zoals beschreven in artikel 3.1 van de wet langdurige zorg. Dit omvat onder andere zorg zoals huisartsen en medisch-specialisten die plegen te bieden, en zorg als onderdeel van verblijf in een Wlz-instelling.

Medisch-specialistische zorg

Een medisch specialist kan een medisch hulpmiddel voorschrijven. Dit kan dus ook het gebruik van een medische app zijn. Hiervoor moet wel minimaal aan één van de volgende voorwaarden worden voldaan:

- Vervanging van het hulpmiddel valt onder verantwoordelijkheid van een medisch-specialist;

- het heeft een achterwachtfunctie onder verantwoordelijkheid van een medisch-specialist;

- bij falen van het medisch hulpmiddel is spoedeisende hulp vanuit het ziekenhuis nodig.

Zorginstituut Nederland heeft bepaald dat medische hulpmiddelen die gebruikt worden buiten de behandelkamer ook onder geneeskundige zorg kunnen vallen. Indien de medische app een deel van de zorg vervangt, kan dezelfde methode van financiering als de 'oude' zorg gebruikt worden. Bekostiging loopt dan dus via de bestaande prestaties en tarieven, waarover het ziekenhuis en de zorgverzekeraar onderling afspraken maken. Dit houdt in dat het hulpmiddel onderdeel is van het totaalpakket aan geneeskundige zorg en dat de vergoeding verwerkt is in de tarieven van diagnose behandel combinaties (dbc's) of overige zorgproducten (ozp's).

Een voorbeeld van de toepassing van medische apps binnen de medisch-specialistische zorg is het gebruik van telemonitoring. Chronische hartpatiënten kunnen meetapparatuur zoals een digitale bloeddrukmeter, weegschaal of ecg-monitor mee naar huis krijgen na operatie in het ziekenhuis. De meetgegevens worden naar de behandelaar(s) verstuurd, waar deze automatisch worden geëvalueerd en geïntegreerd in het zorgsysteem van de behandelaar(s). De gegevens worden naar de patiënt teruggekoppeld via een app. Zorgverlener en patiënt hebben naast de fysieke polikliniekbezoeken ook gepland en ongepland contact via een beeldverbinding. Voor registratie en declaraties kunnen de bestaande zorgactiviteiten voor telemonitoring en consultatie op afstand worden gebruikt.

Langdurige zorg

De medische hulpmiddelen worden in de langdurige zorg, en dus ook medische apps worden veelal vergoed op basis van de Wlz. Ze worden bekostigd via de prestaties en tarieven die voor de cliënt van toepassing zijn, zoals de zorgzwaartepakketen (zzp), modulair pakket thuis (mpt), en volledig pakket thuis (vpt). De zorgaanbieder kan hierover afspraken maken met het zorgkantoor.

Een voorbeeld van het gebruik van medische apps binnen de langdurige zorg is zorgrobot Tessa. Deze zorgrobot vergroot de zelfredzaamheid van cliënten door ingeplande herinneringen maar ook berichten van zorgverleners en mantelzorgers voor te lezen. Zij kunnen deze met een app naar de robot sturen. De inzet van de robot en bijbehorende applicatie kan gedeclareerd worden via de zorgprestaties 'thuiszorgtechnologie'.

Eerstelijnszorg

Medische apps die worden ingezet tijdens een behandeltraject van een patiënt zijn onderdeel van de geneeskundige zorg. Bekostiging verloopt dan via de bestaande prestaties en tarieven van de sector waarin de app wordt ingezet. In veel sectoren kunnen zorgaanbieder en zorgverzekeraar afspraken maken over de hoogte van tarieven. Via zulke afspraken kan een investering in een nieuwe app vergoed worden.

Een voorbeeld hiervan is online fysiotherapie. Via apps, die aangesloten zijn op fysiotherapie praktijken, kunnen patiënten of cliënten video's van oefeningen bekijken en nadoen. De fysiotherapeut selecteert huiswerkoefeningen in het systeem die ze thuis met behulp van de app (of op de computer) kunnen uitvoeren. Soms kun patiënten via het platform ook beeldbellen met de fysiotherapeut voor vragen en coaching.

Hulpmiddelenzorg

Hulpmiddelen die onder de functionele beschrijvingen in artikel 2.6 van de regeling zorgverzekering vallen, omvatten bijvoorbeeld een hoortoestel of een digitale glucosemeter. Deze digitale glucosemeter maakt het mogelijk om bloedsuikerwaarden snel en accuraat te meten zonder dat hiervoor een vingerprik nodig is. De sensor op de bovenarm van de gebruiker zorgt ervoor dat de waarden kunnen worden afgelezen in een app op een smartphone of via een speciale reader. Daarnaast kunnen deze waarden ook direct worden teruggekoppeld aan de praktijk van de behandelend arts.

De vergoeding van de hulpmiddelenzorg in dit artikel kan door de minister van Volksgezondheid worden gewijzigd. De NZa stelt voor deze groep hulpmiddelen geen zorgprestaties of tarieven vast.

Overzicht bekostiging

Het overzicht biedt een eerste handvat bij het bepalen van welke bekostiging van toepassing kan zijn voor een (digitaal ondersteund) hulpmiddel.

National eHealth Living Lab: nieuw internationale standaard helpt het kaf van het koren te scheiden

Recent is er internationale kwaliteitsstandaard voor gezondheidsapps ontwikkeld. Deze nieuwe standaard, genaamd de ISO 82304-2, Health and wellness apps – Quality and reliability, heeft als doel om de effectiviteit en betrouwbaarheid van een app te kunnen evalueren. Hiermee wordt transparant gemaakt wat het voordeel is van het gebruiken van een app voor de gezondheid van de gebruiker. Dit zorgt ervoor dat effectieve apps een regulier onderdeel van de zorg kunnen worden. Analoog aan het energielabel biedt de nieuwe standaard ook een label voor gezondheidsapps waarmee de consument snel ziet waar de app voor bedoeld is, en hoe goed hij scoort op belangrijke zaken als veiligheid, gebruiksgemak, databeveiliging en robuustheid.

Goede voorbeelden

3 Zorgverzekeraars mogen samenwerken bij inkopen van digitale zorg

Zorgverzekeraars kopen graag digitale zorg in die bewezen beter is dan bestaande zorg of even goed is als bestaande zorg maar bijvoorbeeld toegankelijker of makkelijker is voor de patiënt. Wij vinden het belangrijk dat goede digitale zorg initiatieven niet alleen lokaal succesvol worden toegepast, maar juist breed beschikbaar komen in het belang van de patiënt.

In de praktijk is het opschalen van digitale zorg een weerbarstig proces voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars willen graag samenwerken bij het opschalen.

In de volgende situaties is dat toegestaan:

  • Als zorgverzekeraars een best practice met andere zorgverzekeraars willen delen, staan de mededingingsregels dit niet in de weg. De zorgverzekeraar ziet het bijvoorbeeld als zijn maatschappelijke taak om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Andere zorgverzekeraars mogen deze ideeën dan overnemen en bijvoorbeeld in hun eigen kernregio's toepassen. Zorgverzekeraars prikkelen elkaar op die wijze om met goede ideeën voor de zorg te komen.

  • In het algemeen geldt dat naarmate informatie ruimer toegankelijk is (voor zorgaanbieders en verzekerden), er minder snel sprake is van een concurrentiebeperking. Van die informatie kan immers iedereen profiteren. Zorgverzekeraars dus ook.

  • Ook is er ruimte voor zogenaamd volgbeleid waarin individuele zorgverzekeraars de 'preferente' zorgverzekeraar van een zorgaanbieder in een regio volgen bij het toepassen van een digitaal zorg initiatief. Dit is toegestaan zolang het initiatief om te volgen van de zorgaanbieder komt en de zorgverzekeraars zelfstandig beslissen of ze willen volgen of niet. Het volgen is dus geen verplichting. Hierbij is het wel belangrijk dat zorgverzekeraars individueel prijsafspraken maken met de zorgaanbieder. Uitgangspunt blijft dat zowel zorgverzekeraars als zorgaanbieders contracteervrijheid houden en dat de beschikbare ruimte voor zorgverzekeraars om zich desgewenst van elkaar te onderscheiden blijft bestaan.

Autoriteit Consument en Markt

Er is ruimte voor zorgverzekeraars om samen te werken bij de inkoop van zorg, mits de samenwerking geen mededingingsrisico's oproept. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval als zorgverzekeraars gezamenlijk afspreken om bepaalde innovaties niet te implementeren. De Autoriteit Consument en Markt ziet toe op de samenwerking in de zorg. Meer informatie over samenwerking tussen is te vinden op de website van de ACM.

Rechtmatigheid kosten van digitale zorg

Wij zijn voorstander van een werkwijze waarbij transparante onderlinge afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars die digitale zorg stimuleren, niet achteraf alsnog ter discussie worden gesteld als rechtmatige uitgaven.

Vanwege de collectieve financiering van zorg en ondersteuning is de zorgsector voor een belangrijk deel gereguleerd. Om invulling te geven aan deze regulering hebben we prestaties voor de levering van zorg opgesteld. De regels en prestaties worden soms aangevoerd als argument dat digitale zorg niet ingekocht mag worden. De informatie uit de Wegwijzer maakt duidelijk dat dit anders ligt. Er is juist heel veel mogelijk!

Uitgangspunt is dat zorgverzekeraar of zorgkantoor en zorgaanbieder samen afspraken maken over het leveren van zorg. Hieronder vallen ook inhoudelijke afspraken over de inzet van digitale zorg in het zorgproces van de zorgverlener en de daarbij behorende vergoeding door de zorgverzekeraar of het zorgkantoor. Bij het maken van de afspraken is niet altijd vooraf duidelijk of de inzet van digitale zorg daadwerkelijk leidt tot positieve uitkomsten voor de kwaliteit, betaalbaarheid of toegankelijkheid van zorg.

Achteraf kan de conclusie zijn dat de gedane investeringen in tijd en middelen niet de beoogde resultaten hebben opgeleverd. In de basis is dit niet anders dan bij andere projecten in de zorg waarin wordt geïnvesteerd en die bedoeld zijn om de zorg of het zorgproces te verbeteren.

Afspraken tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders die digitale zorg stimuleren zullen we in principe achteraf niet alsnog ter discussie stellen als rechtmatige uitgaven. Dit geldt ook als achteraf blijkt dat de inzet van digitale zorg niet leidde tot bewezen betere uitkomsten voor de kwaliteit, betaalbaarheid of toegankelijkheid van zorg. Vanzelfsprekend moet de zorgverzekeraar ten tijde van de afspraken samen met de zorgaanbieder kunnen uitleggen waarom de kosten ten laste komen van de Zvw of Wlz. Ook richting zijn verzekerde geldt dat de zorgverzekeraar moet onderbouwen waarom hij een in rekening gebrachte prestatie al dan niet vergoed. Wij kunnen toetsen of de zorgverzekeraar zijn beslissing op afdoende wijze heeft onderbouwd en transparant is geweest richting de verzekerde. Zie hiervoor artikel 20 van de Regeling informatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten.

Door duidelijkheid te geven over de ruimte voor de inkoop van digitale zorg (ook in verhouding tot onze rechtmatigheidstoets) hopen we bij te dragen aan het opschalen van goede digitale zorg initiatieven in Nederland.

4 Zorgaanbieders mogen samenwerken bij inkoop van ICT

Zorgaanbieders kunnen gezamenlijk hun benodigde ICT inkopen. Door deze diensten gezamenlijk in te kopen en daardoor voor één systeem te kiezen kunnen ze makkelijker informatie uitwisselen waar patiënten van profiteren. Welke ruimte is er voor de zorgaanbieders om hierin samen te werken?

Bij de inkoop van ICT is hier veel ruimte voor. Gezamenlijke inkoop van deze diensten beperkt namelijk in veel gevallen de concurrentie niet. Door gezamenlijk in te kopen kunnen zorgaanbieders lagere prijzen en betere voorwaarden bedingen en hun ICT-systemen beter op elkaar laten aansluiten. Dit zijn voordelen die uiteindelijk ook aan patiënten en verzekerden ten goede kunnen komen. Gezamenlijke inkoop levert alleen risico's op als de gezamenlijke inkoop een dusdanig grote afname van een bepaald ICT-product of dienst in een bepaalde markt omvat (als bijvoorbeeld alle zorgaanbieders in Nederland gezamenlijk zouden inkopen), dat de inkopers gezamenlijk 'kopersmacht' kunnen uitoefenen en hier misbruik van maken.

Door een te lage prijs te bieden zou dit bijvoorbeeld tot risico's op kwaliteitsvermindering en/of het terugschroeven van innovatie-inspanningen van een ICT-leverancier kunnen leiden. Hierdoor kunnen er ook nadelige effecten ontstaan voor patiënten. Gezamenlijke inkoop kan ook risico's voor de concurrentie opleveren. Dit is het geval als die inkoop individuele zorgaanbieders onnodige beperkingen oplegt en zij gedwongen of genoodzaakt worden om via het gezamenlijke verband in te kopen.

Autoriteit Consument en Markt: informatiesystemen en gegevensuitwisseling in de zorg

Goed functionerende ICT-markten in de zorg dragen bij aan goede, toegankelijke en betaalbare zorg. Een vereiste hiervoor is dat er adequate en actuele uitwisseling van informatie is tussen zorgaanbieders, die bovendien op een veilige manier met elkaar kunnen worden gedeeld. Hiervoor moeten verschillende systemen en applicaties goed kunnen samenwerken (interoperabel zijn). De ACM wil vanuit haar rol als markttoezichthouder bijdragen aan het verbeteren van het zorginformatiestelsel. Hiervoor zal een leidraad worden opgesteld waarin duidelijke en concrete kaders en verplichtingen worden opgenomen waarin de betrokken partijen gebonden zijn aan mededingingsregels. Een concept hiervan zal in het najaar van 2021 worden gepubliceerd. De ACM benadrukt dat er ruimte is om samen te werken om de benodigde functies en infrastructuur tot stand te brengen. Deze ruimte is er ook voor de inkoop, aangezien deze inkoopsamenwerking en technische afstemming bij kan dragen aan interoperabiliteit en het publieke belang.

Algemene informatie over de concurrentieregels in de zorg is hier te vinden. Mochten er breder levende vragen zijn over de mogelijkheden en risico's van voorgenomen samenwerkingen tussen zorgaanbieders bij de inkoop van ICT, dan gaat de ACM graag met de sector in gesprek.

Goede voorbeelden

5 Toelichting begrippen

Hieronder volgen de begrippen uit de Wegwijzer die we extra willen toelichten.

Max-max tarieven

In bepaalde gevallen is er extra tariefruimte bovenop het (standaard) maximumtarief voor aanvullende afspraken tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Deze extra tariefruimte is het max-maxtarief. Als zorgaanbieders en zorgverzekeraars digitale zorg willen stimuleren, is er dus ruimte om hierover afspraken te maken.

Bij een max-maxtarief is een schriftelijke afspraak nodig met de zorgverzekeraar, waarbij de hoogte van het tarief in de regel maximaal 10% is bovenop het (standaard) maximumtarief van ons als NZa. Een voordeel is dat de gemaakte afspraken niet vooraf door ons getoetst hoeven te worden.

Max-max tarieven zijn mogelijk in de volgende sectoren:

  • Mondzorg

  • Medisch-specialistische zorg

  • GGZ

  • Geboortezorg

Vrije tarieven

Bij vrije tarieven bestaat er veel ruimte voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars om afspraken te maken over digitale zorg.

Dat geldt niet alleen voor de hoogte van de prijs, maar vaak ook voor de samenstelling van de te leveren zorg. Als zorgverzekeraars en zorgaanbieders digitale zorg willen stimuleren, is er dus ruimte om hier afspraken over te maken. Onderhandelen over digitale zorg binnen de tariefruimte van een maximumtarief is vanzelfsprekend ook mogelijk.

Sectoren met vrije tarieven

  • Fysiotherapie

  • Diëtetiek

  • Ergotherapie

  • Oefentherapie

  • Logopedie

  • Farmaceutische zorg

Experiment geboortezorg

  • Experiment verpleging en verzorging (wijkverpleging)

Deels vrije tarieven

  • Huisartsenzorg

  • Medisch-specialistische zorg inclusief eerstelijnsdiagnostiek (met uitzondering van trombosezorg)

  • Verpleging en verzorging (wijkverpleging)

Facultatieve prestatie

Zorgaanbieders en zorgverzekeraars kunnen samen een nieuwe prestatie afspreken in aanvulling op of in plaats van de door ons vastgestelde prestatiebeschrijvingen. Zij kunnen deze als facultatieve prestatie aanvragen bij ons. Dit biedt veel ruimte om afspraken te maken over digitale zorg. Wij voeren een beperkte toetsing uit en stellen bij een positief resultaat de prestatie vast. Dit hele proces neemt minder dan vier weken in beslag.

Ook andere zorgaanbieders kunnen deze nieuwe zorgprestatie leveren als zij hiervoor een overeenkomst hebben met de zorgverzekeraar.

In de volgende sectoren is een facultatieve prestatie mogelijk:

  • Fysiotherapie

  • Diëtetiek

  • Ergotherapie

  • Oefentherapie

  • Logopedie

  • Farmaceutische zorg

  • Medisch-specialistische zorg

  • GGZ (nieuw per 2022!)

  • Forensische zorg

Prestaties (achtergrond)

Patiënten hebben recht op een duidelijke zorgnota. Zorgverzekeraars en zorgkantoren leggen in contracten met zorgaanbieders vast welke zorg er geleverd wordt, van welke kwaliteit en tegen welk tarief. Wij helpen hieraan mee door omschrijvingen van de behandelingen (prestaties) vast te stellen. Voor bepaalde behandelingen gelden maximumtarieven. Dit betekent dat de tarieven dan wel lager, maar niet hoger mogen zijn dan dat maximum. Wij stellen deze maximumtarieven vast op basis van periodiek kostenonderzoek. In een aantal sectoren gelden vrije tarieven: in de gehele paramedische zorg, het grootste deel van de medisch-specialistische zorg en een deel van de huisartsenzorg. Dit betekent dat we voor deze zorg geen kostenonderzoek doen en geen maximumtarief vaststellen. De minister van VWS en de Tweede Kamer bepalen voor welke zorgsectoren vrije tarieven gelden.

Patiënt, cliënt, burger, mens

De Wegwijzer richt zich vooral op de ruimte in de regels voor digitale zorg die wordt vergoed op basis van de Zvw en Wlz. Afhankelijk van dat laatste gaat het om een patiënt of cliënt. Als het functioneren van mensen centraal staat of het betreft een bredere context dan bekostigen van zorg op basis van de Zvw en Wlz gebruiken we ook burger, mens of inwoner.

Informatiekaarten

Voor een aantal sectoren zijn informatiekaarten gemaakt met informatie over de bekostiging van innovatie en preventie: eerstelijnszorg, langdurige zorg en medisch-specialistische zorg.

Naar boven