Onderwerp: Bezoek-historie

Buitenlandse brondocumenten (SB1112)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Bij de beoordeling van het recht op AOW-pensioen, Anw-uitkering, kinderbijslag, AIO-aanvulling of remigratievoorzieningen is soms een buitenlandse akte nodig, die dient als bron om een bepaald feit te bewijzen (brondocument). Een buitenlands brondocument moet door de belanghebbende worden overgelegd als zijn gegevens niet via een andere betrouwbare bron, bijvoorbeeld de BRP of een buitenlands zusterorgaan, kunnen worden verkregen of gecontroleerd. Blijkens de jurisprudentie (onder meer CRvB 23 december 1998 en CRvB 4 juli 2003) berust de verantwoordelijkheid voor het verstrekken van valide en betrouwbare documenten bij de belanghebbende.

Afhankelijk van het land waar het document vandaan komt, moet het aan bepaalde eisen voldoen. Het document dient gelegaliseerd te zijn of, als het land een van de legalisatieverdragen heeft ondertekend, voorzien te zijn van een apostille. Legalisatie houdt in dat de echtheid van de handtekeningen en stempels op een document bevestigd wordt door een hogere instantie dan de instantie die het document heeft afgegeven en dat vervolgens de echtheid van de handtekeningen en stempels van de hogere instantie wordt bevestigd door de Nederlandse vertegenwoordiging in het betreffende land.

Als de belanghebbende woont in een land waarmee een verdrag inzake sociale zekerheid is gesloten, is het, behoudens waar het gaat om remigratievoorzieningen, in principe niet toegestaan een gelegaliseerd buitenlands brondocument te vragen, aangezien de zusterorganen van de verdragslanden de juistheid van de gegevens controleren. Indien betrokkene echter niet onder de personele werkingssfeer van het verdrag valt, speelt het zusterorgaan geen rol en moeten wel gelegaliseerde brondocumenten of brondocumenten voorzien van een apostille worden overgelegd. De kosten van de legalisatieprocedure komen in dat geval voor rekening van de belanghebbende.

Voor vluchtelingen en asielzoekers geldt een uitzondering op de verplichting tot het overleggen van gelegaliseerde brondocumenten, aangezien zij meestal niet in staat zijn contact op te nemen met het land van herkomst.

Voor landen of regio's waar gedurende bepaalde tijd geen centraal gezag is gevestigd, of het centraal gezag niet door Nederland wordt erkend of waar de registers door oorlogssituaties of natuurrampen geheel verloren zijn gegaan, kan de Minister van Buitenlandse Zaken een vrijstelling voor het bevoegdelijk afgeven van stukken en legalisatie en verificatie verstrekken. Als deze vrijstelling is vermeld op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (www.minbuza.nl), verlangt de SVB geen gelegaliseerde brondocumenten uit het bedoelde gebied.

Legalisatie geeft slechts zekerheid over de herkomst van een document, maar geeft geen garantie dat de inhoud van het document juist is. Bij twijfel over de juistheid van de inhoud van het document kan een inhoudelijk verificatie-onderzoek ingesteld worden in het land van herkomst van het document (zie ABRvS 8 september 2004).

De kosten van het verificatie-onderzoek komen voor rekening van de SVB.

Naar boven