Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 16/0763/JA, 25 juli 2016, beroep
Uitspraakdatum:25-07-2016

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 16/763/JA

betreft: [klager] datum: 25 juli 2016

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 74, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], geboren op [...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 7 maart 2016 van de alleensprekende beklagrechter bij de justitiële jeugdinrichting (j.j.i.) De Hartelborgt te Spijkenisse,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 14 juli 2016, gehouden in de rechtbank te Utrecht, zijn klager en het afdelingshoofd [...] gehoord.

Klagers raadsvrouw mr. M.M. Helmers heeft laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft de verlenging van klagers plaatsing op een afdeling voor intensieve behandeling ex artikel 22b, tweede en derde lid, Bjj voor de duur van drie maanden ingaande op 31 december 2015.

De beklagrechter heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Door klager is in beroep het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Plaatsing op een bijzondere zorgafdeling of een reguliere afdeling is haalbaar. Hij heeft eerder op een normale afdeling gezeten met tien tot twaalf personen. Reden voor de plaatsing op de afdeling voor intensieve behandeling (tevens genaamd:
VIC-afdeling) was zijn agressie. Hoewel er nu al lange tijd geen incidenten meer hebben plaatsgevonden - dat wil zeggen in ieder geval geen heftige - wordt het verblijf op de VIC-afdeling voortgezet. Klager begrijpt dit niet. Gevreesd wordt dat klager
op een reguliere afdeling snel in de problemen zal komen, klager geeft daar tegenover aan dat hij op de VIC-afdeling ook problemen kan krijgen. Klager verblijft al sinds december 2013/januari 2014 op een VIC-afdeling. Daarvoor verbleef hij op een
reguliere afdeling. Bij het incident van december 2015 vroeg klager aan een groepsgenoot waarom hij naar hem keek. Hij antwoordde met een tegenvraag en probeerde klager aan te vallen. Klager gaat dan niet wachten totdat hij aangevallen wordt.
Het verblijf op de VIC-afdeling moet inmiddels weer zijn verlengd maar klager is niet gehoord en heeft geen schriftelijke mededeling ontvangen.

De voorzitter deelt mede dat klager, indien hij het niet eens is met de nieuwe verlenging van zijn verblijf op de VIC-afdeling, zich het beste tot zijn raadsvrouw kan wenden.

Klager heeft vervolgens verklaard dat hij ’s ochtends opstaat en dan gaat eten. Hij heeft niet meer zoveel aandacht nodig. Hij heeft niet veel contact met de groepsleiding. Hij zou graag wat anders willen. Op de kleine VIC-afdeling loopt hij vast. Zijn
doel is om op een grotere afdeling te worden geplaatst met meer mensen om zich heen. Hij wil graag weer buiten naar school en hij wil werken. Volgende week maandag heeft hij een intakegesprek voor begeleid wonen in Alkmaar. Klager zou liever eerst naar
een grotere/reguliere afdeling gaan voordat hij naar buiten gaat. Hij heeft dan weer met meer mensen te maken en kan daar weer aan wennen. Anders is de kans groot dat hij het niet zal redden.

Namens de directeur is het standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagrechter, in beroep als volgt toegelicht.
Het is niet mogelijk om klager op een reguliere afdeling te plaatsen. Daar ging het eerder mis. Hij heeft een medewerker beschadigd en is vrij snel op de VIC-afdeling geplaatst. Klager had veel weerstand tegen de VIC-afdeling, maar draait uiteindelijk
mee. Ook op de VIC-afdeling heeft hij geweld tegen het personeel gebruikt. Hij is toen tijdelijk op de FOBA geplaatst, waar het goed ging en is weer teruggeplaatst op de VIC-afdeling. Het gaat nu redelijk goed. Het gedrag dat hij eerder liet zien, is
minimaal aanwezig. Vlak voor kerst vond er een incident plaats waarbij hij een groepsgenoot heeft beschadigd. Het incident kan deels op conto van klager en deels op conto van de groepsgenoot worden geschreven. Zoals klager het incident beschrijft, is
het niet gegaan. De groepsgenoot werd tegengehouden door een groepsleider. Klager stapte op dat moment van tafel en gooide een pot pindakaas. Klager heeft heel veel steun en aandacht nodig. In een grotere groep dient de aandacht over meer jeugdigen te
worden verdeeld. Daarbij komt dat er een psychiater gekoppeld is aan de VIC-afdeling. Klager gaat momenteel redelijk goed om met agressie. Hij vertoont wel uitdagend gedrag, laatstelijk in februari 2016. Doel van het verdere verblijf op de VIC-afdeling
is om te kijken hoe klager kan uitstromen naar begeleid wonen buiten de inrichting. (Incidenteel) verlof is aangevraagd om te oefenen. De stap naar buiten kan via de VIC-afdeling worden gemaakt.

Klager heeft op 15 juli 2016 aan de secretaris van de beroepscommissie telefonisch toestemming gegeven om het perspectiefplan met betrekking tot de periode van 15 oktober 2015 tot 16 februari 2016 aan de beroepscommissie te verstrekken. Op 18 juli 2016
is het perspectiefplan ontvangen. Een afschrift is verzonden aan klagers raadsvrouw.

3. De beoordeling
Uit artikel 22b van de Bjj volgt dat een jeugdige op een afdeling voor intensieve behandeling kan worden geplaatst indien de jeugdige extra begeleiding behoeft en die behoefte het gevolg is van een psychiatrische stoornis of een
persoonlijkheidsstoornis
en de jeugdige ten gevolge hiervan tijdelijk niet in een inrichting kan verblijven met een regime als bedoeld in artikel 22 van de Bjj. De plaatsing geschiedt alleen indien dit noodzakelijk is ter stabilisatie en behandeling van de jeugdige. De
directeur bepaalt telkens binnen ten hoogste drie maanden en na advies van een psychiater of de noodzaak tot voortzetting van het verblijf op de afdeling voor intensieve behandeling nog bestaat.

In het op de datum van de bestreden beslissing geldende perspectiefplan is een positieve ontwikkeling van klager geschetst. Hij neemt deel aan het dagprogramma en therapie, laat zich aansturen op leerdoelen en gaat gemotiveerd aan de slag op school.
Uit
de stukken valt af te leiden dat een psychiater heeft geadviseerd om klagers verblijf op de afdeling voor intensieve behandeling te verlengen maar dit wordt niet geconcretiseerd door een bij de stukken gevoegd advies van een psychiater of een directe
verwijzing naar een dergelijk advies. Daarbij komt dat niet aannemelijk is geworden dat ten tijde van de bestreden beslissing het noodzakelijk was – het beschreven incident met de pot pindakaas biedt daarvoor onvoldoende aanleiding – om klagers
verblijf op de afdeling voor intensieve behandeling voort de zetten. Voorts is door de directeur niet gemotiveerd om welke reden klagers wens om in een bijzondere zorggroep te verblijven (nog) niet mogelijk zou zijn.
Naar het oordeel van de beroepscommissie voldoet de beslissing van de directeur om klagers verblijf op de afdeling voor intensieve behandeling te verlengen niet aan de eisen als gesteld in artikel 22b, tweede en derde lid, van de Bjj en kan deze
beslissing op basis van de voorhanden zijnde informatie ook niet als redelijk of billijk worden aangemerkt. Zij zal derhalve het beroep gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagrechter vernietigen, het beklag gegrond verklaren en de directeur
opdragen om binnen twee weken na ontvangst van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen. De beroepscommissie zal in een afzonderlijke beslissing bepalen of enige tegemoetkoming aan klager geboden is.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart het beklag alsnog gegrond. Zij draagt de directeur op om binnen twee weken na ontvangst van de uitspraak een nieuwe
beslissing
te nemen.
Zij zal in een afzonderlijke beslissing bepalen of enige tegemoetkoming aan klager geboden is.

Deze uitspraak is gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M. Iedema, voorzitter,
mr.drs. L.C. Mulder en ing. M.J. Mulders, leden, bijgestaan door mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 25 juli 2016.

secretaris voorzitter

Naar boven