Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 12/3314/TB, 12 april 2013, beroep
Uitspraakdatum:12-04-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 12/3314/TB

betreft: [klager] datum: 12 april 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. S.O. Roosjen, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een beslissing van 12 oktober 2012 van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verder te noemen de Staatssecretaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Ter zitting van de beroepscommissie van 24 januari 2013, gehouden in de penitentiaire inrichtingen Amsterdam Over-Amstel, is gehoord [...], werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Klagers raadsman mr. S.O. Roosjen heeft schriftelijk meegedeeld dat klager noch zijn raadsman ter zitting zal verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klagers verzoek om overplaatsing naar de longstayvoorziening van FPC Veldzicht te Balkbrug afgewezen.

2. De feiten
Klager is bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak van 9 mei 1996 ter beschikking gesteld (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege. Bij beslissing van 27 november 2000 is hij in de Dr. Henri van der Hoevenkliniek te Utrecht geplaatst.
Bij beslissing van 11 maart 2004 is hij in de Pompestichting te Nijmegen geplaatst. Op 11 februari 2009 heeft het hoofd van de Pompestichting gevraagd om klager te plaatsen in een longstayvoorziening. Bij beslissing van 6 oktober 2010 is hij in een
longstayvoorziening van de Pompestichting geplaatst. Bij uitspraak van 21 april 2011 nummer 10/3464/TB heeft de beroepscommissie klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen laatstgenoemde beslissing. Op 24 juni 2011 heeft klager verzocht om
overplaatsing naar een reguliere behandelinrichting of naar het PBC. Op 24 januari 2012 heeft de beroepscommissie klagers beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek ongegrond verklaard (nummer 11/2039/TB). Op 20 februari 2012 heeft klager verzocht om
hem over te plaatsen naar de longstayvoorziening van FPC Veldzicht. Bij beslissing van 12 oktober 2012 heeft de Staatssecretaris dit verzoek afgewezen.

3. De standpunten
Door en namens klager is het beroep als volgt toegelicht.
Klager wil graag naar een longstayvoorziening van FPC Veldzicht in verband met bezoek van zijn vriendin en familie die klager onder andere in verband met hun gezondheidstoestand in Vught moeilijk kunnen bezoeken. Klagers vriendin heeft last van
migraine, heeft een whiplash en verzorgt de mantelzorg voor haar schoonmoeder. Zijn vader is de laatste jaren vaak geopereerd aan knieën/heupen en is vaak uit de roulatie. De reisafstand van Zwolle/Raalte naar Vught is te ver. Het bezoek van zijn
familie en vriendin is heel belangrijk voor klager in verband met de uitzichtloosheid van zijn bestaan. Klagers raadsman heeft veel gecorrespondeerd met de Pompestichting en de Staatssecretaris over klagers verzoek om overplaatsing. Juist in het geval
van een longstayplaatsing zou extra aandacht moeten worden besteed aan de kwaliteit van leven. Als de kwaliteit van leven sterk verhoogd kan worden, zou overplaatsing geïndiceerd moeten zijn, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten. Dit
is
hier niet het geval. Indien toch alleen gekeken wordt naar behandelperspectief dan is het mogelijk dat als de kwaliteit van leven voor klager toeneemt dit mogelijk kan leiden tot andere inzichten en hernieuwde behandelingskansen. Klager verwacht dat
als
de LAP in de nabije toekomst zijn longstaystatus beoordeelt deze zal worden voortgezet. Overplaatsing naar FPC Veldzicht wordt verzocht om het verblijf in de longstay zo dragelijk mogelijk te maken. Er zijn geen veiligheidsaspecten die aan deze
overplaatsing in de weg staan.

Namens de Staatssecretaris is inzake het beroep het volgende standpunt ingenomen.
In de reactie op het beroep is verwezen naar de vaste jurisprudentie van de beroepscommissie die inhoudt dat het belang van een spoedig verloop van de behandeling vóór persoonlijke belangen gaan zoals regionale voorkeur. Slechts behandelinhoudelijke
redenen kunnen aanleiding zijn voor overplaatsing. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen verpleegden die in een behandelvoorziening verblijven en verpleegden die in een longstayvoorziening verblijven. In klagers geval zijn geen zwaarwegende
behandelinhoudelijke redenen gebleken. Volgens de inrichting wil klager niet met zijn behandelaars in gesprek gaan over het verzoek om overplaatsing. Klagers stelling dat inwilliging van zijn verzoek leidt tot verbetering van zijn kwaliteit van leven
berust op veronderstellingen.
De longstayvoorziening van FPC Veldzicht wordt afgebouwd naar 26 plaatsen. De termijn waarop dit zal geschieden is niet bekend. Het beleid is momenteel dat er geen tbs-gestelden meer op de longstay van FPC Veldzicht geplaatst worden, omdat er
binnenkort
capaciteit zal worden afgebouwd.

In aanvulling hierop heeft de Staatssecretaris schriftelijk aan de beroepscommissie meegedeeld dat er momenteel drie inrichtingen zijn waarin verpleegden met een longstaystatus kunnen worden geplaatst, te weten: de Dr. Henri van der Hoevenkliniek, FPC
Veldzicht en de Pompestichting. In de Dr. Henri van der Hoevenkliniek verblijven momenteel 11 verpleegden met een longstaystatus, in FPC Veldzicht 38 en in de Pompestichting 91. De longstaycapaciteit in de Dr. Henri van der Hoevenkliniek dient binnen
een half jaar teruggebracht te worden naar 0. De longstaycapaciteit binnen FPC Veldzicht dient binnen een jaar teruggebracht te worden van 46 naar 26 plaatsen. De uitstroom van longstayverpleegden uit de Dr. Henri van der Hoevenkliniek en FPC Veldzicht
wordt opgevangen door de Pompestichting.

4. De beoordeling
Bij de overplaatsing van ter beschikking gestelden dient de Staatssecretaris, op grond van artikel 11, tweede lid, van de Bvt in zijn overwegingen te betrekken:
a) de eisen die de bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de ter beschikking gestelde voor de veiligheid van anderen dan de ter beschikking gestelde of de algemene veiligheid van personen of goederen stelt, en
b) de eisen die de behandeling van de ter beschikking gestelde gezien de aard van de bij hem geconstateerde gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens stelt.

Klager is bij beslissing van 6 oktober 2010 in een longstayvoorziening van de Pompestichting geplaatst.

Klager heeft om overplaatsing verzocht naar de longstayvoorziening van FPC Veldzicht in verband met het zeer sporadische bezoek van zijn vriendin, moeder en vader voor wie de reisafstand van respectievelijk Zwolle en Raalte naar Vught in verband met
hun
gezondheid te ver zou zijn. Door klager in de longstayvoorziening van FPC Veldzicht te plaatsen, zouden zijn bezoekers hem gemakkelijker kunnen bezoeken en dit zou zijn verblijf in een longstayvoorziening dragelijker maken. Aangevoerd is dat klagers
kwaliteit van leven met de gevraagde overplaatsing sterk verhoogd zou kunnen worden.

De beroepscommissie overweegt dat als een overplaatsing naar een andere longstayvoorziening daadwerkelijk de kwaliteit van leven van een longstaygeplaatste zou kunnen verbeteren dit een belang is dat dient te worden meegewogen bij de beoordeling of de
beslissing van de Staatssecretaris als redelijk en billijk kan worden aangemerkt. Klager heeft echter geen medische verklaringen overgelegd, zodat de juistheid van zijn stelling niet kan worden beoordeeld. Daarnaast dient de capaciteit longstayplaatsen
in FPC Veldzicht dit jaar te worden teruggebracht naar 26 plaatsen. Gelet hierop is de beroepscommissie van oordeel dat de Staatssecretaris in redelijkheid tot afwijzing van klagers verzoek tot overplaatsing naar FPC Veldzicht heeft kunnen komen. Het
beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. G.L.M. Urbanus, voorzitter, mr. drs. T.A.M. Louwe en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 12 april 2013

secretaris voorzitter

Naar boven