Onderwerp: Bezoek-historie

Nieuwe uitvoeringspraktijk over de ingangsdatum van de uitkering (AOW en Anw)

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitvoeringspraktijk

De AOW en de Anw bepalen de ingangsdatum van de uitkering. Als een uitkering meer dan een jaar na de ingangsdatum is aangevraagd, kent de SVB deze in ieder geval toe met een terugwerkende kracht van een jaar. In bijzondere gevallen kan de terugwerkende kracht langer zijn.  

Beleid
In bijzondere gevallen kent de SVB de uitkering toe met een terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar gerekend vanaf het moment van de aanvraag. De SVB beoordeelt aan de hand van de individuele feiten en omstandigheden of sprake is van een bijzonder geval. Daarbij kijkt de SVB naar alle omstandigheden in hun onderlinge samenhang.   

In de volgende situaties is in ieder geval sprake van een bijzonder geval:  

  • De uitkeringsgerechtigde kon niet op tijd een aanvraag indienen door een niet aan hem toe te rekenen oorzaak. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als een uitkeringsgerechtigde aannemelijk maakt dat hij de aanvraag te laat heeft ingediend als gevolg van een geestelijke stoornis, een zware lichamelijke handicap of onvoldoende basisvaardigheden.   

  • De uitkeringsgerechtigde was onbekend met zijn recht op uitkering en deze onbekendheid is verschoonbaar. Het is niet verschoonbaar als een uitkeringsgerechtigde zonder goede reden wacht met het indienen van een aanvraag nadat hij bekend is geworden met zijn mogelijke recht op uitkering. De volgende drie situaties zijn in ieder geval wel verschoonbaar:  

    • De uitkeringsgerechtigde is onjuist of onvolledig voorgelicht door een Nederlands bestuursorgaan en hoefde redelijkerwijs niet aan deze voorlichting te twijfelen (CRvB 14 juni 1960, RSV 1960/181 en CRvB 13 maart 1984, RSV 1984, 136).   

    • Het recht op uitkering vloeit voort uit een verdragsbepaling (CRvB 30 januari 1991, RSV 1991/182), omslag in de jurisprudentie, beleidswijziging of bijzondere nationale bepaling (CRvB 15 november 1995, 94/2550 AWW). 

    • De uitkeringsgerechtigde heeft een zwakke band met Nederland. Bij een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont, geldt als uitgangspunt dat de band met Nederland zwakker is naarmate hij langer buiten Nederland verblijft. Bij een uitkeringsgerechtigde die in Nederland woont, geldt als uitgangspunt dat de band met Nederland sterker is naarmate hij langer in Nederland verblijft.   

In de volgende situaties is geen sprake van een bijzonder geval:  

  • De aanvraag is ingediend na het overlijden van de uitkeringsgerechtigde (ECLI:NL:CRVB:2008:BC5628).  

  • De SVB heeft de betaling van een uitkering stopgezet, omdat de uitkeringsgerechtigde de uitkering niet langer wenst te ontvangen. De SVB stopt de betaling, omdat er geen wettelijke basis is om op aanvraag het recht op uitkering in te trekken. Als de uitkeringsgerechtigde later aan de SVB vraagt om de uitkering alsnog te betalen, past de SVB het beleid in SB1089 toe. 

Naar boven