Onderwerp: Bezoek-historie

Betonen van voldoende besef van verantwoordelijkheid (SB1318)
Geldigheid:01-11-2017 t/m Versie:vergelijk
Vergelijk versie 2 met:
Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 47c, tweede lid, aanhef en onder b Participatiewet bepaalt dat de SVB de AIO-aanvulling moet verlagen indien de betrokkene naar het oordeel van de SVB tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan. De SVB is van oordeel dat hiervan sprake is als de betrokkene handelingen verricht dan wel nalaat waardoor onnodig een beroep op een AIO-aanvulling wordt gedaan. Te denken valt aan het niet of te laat aanvragen van een voorliggende voorziening (zie CRvB 17 april 2001) of het onverantwoord interen op het vermogen doordat de betrokkene een schenking doet of zijn vermogen te snel opmaakt (zie CRvB 30 december 2008). Als dit vermogen was gebruikt voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, had dat ertoe geleid dat de betrokkene gedurende een langere tijd geen beroep had hoeven doen op een AIO-aanvulling. De verplichting om voldoende besef van verantwoordelijkheid te tonen, geldt al voordat een AIO-aanvulling wordt aangevraagd (zie bijvoorbeeld CRvB 18 mei 2012).

De SVB leidt uit de jurisprudentie af dat sprake is van onverantwoord interen op het vermogen als de betrokkene per maand meer dan anderhalf maal de relevante bijstandsnorm besteedt aan de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (CRvB 8 juni 2004). Deze kosten worden zo nodig aangevuld met een bedrag voor woonkosten en overige als noodzakelijk aan te merken kosten. Voorts is van belang of de betrokkene over inkomsten beschikte. In dat geval worden deze inkomsten in mindering gebracht op het vermogen dat betrokkene mag besteden aan de noodzakelijke kosten van het bestaan (CRvB 28 augustus 2001).

Grondslag

artikel 47c, tweede lid, onder b Participatiewet

Wijzigingsbesluit Beleidsregels SVB oktober 2017

Naar boven