Onderwerp: Bezoek-historie

Betonen van voldoende besef van verantwoordelijkheid (SB1318)
Geldigheid:01-11-2017 t/m 26-05-2021Versie:vergelijk Vergelijk met versie: 1: 07-09-2016 t/m 31-10-2017  X

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Artikel 47c, tweede lid, aanhef en onder b Participatiewet bepaalt dat de SVB de AIO-aanvulling moet verlagen indien de betrokkene naar het oordeel van de SVB tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan. De SVB is van oordeel dat hiervan sprake is als de betrokkene handelingen verricht dan wel nalaat waardoor onnodig een beroep op een AIO-aanvulling wordt gedaan. VanTe denken valt aan het niet of te laat aanvragen van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid is ook sprake als de betrokkenevoorliggende voorziening (zie CRvB 17 april 2001) of het onverantwoord inteertinteren op zijnhet vermogen doordat hijde betrokkene een schenking doet of hetzijn vermogen te snel opmaakt (zie CRvB 30 december 2008). Als dit vermogen was gebruikt voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, had dat ertoe geleid dat de betrokkene gedurende een langere tijd geen beroep had hoeven doen op een AIO-aanvulling. De verplichting om voldoende besef van verantwoordelijkheid te tonen, geldt al voordat een AIO-aanvulling wordt aangevraagd (zie bijvoorbeeld CRvB 18 mei 2012).

Een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid kan bijvoorbeeld blijken uit het onverantwoord interen op het vermogen of het niet of te laat aanvragen van een voorliggende voorziening (zie CRvB 17 april 2001 en CRvB 30 december 2008). Uit een uitspraak van de CRvB van 18 mei 2012 volgt dat geen sprake is van onverantwoord interen op het vermogen, indien de betrokkene vermogen schenkt of opmaakt voordat hij recht heeft op een AIO-aanvulling.

De SVB leidt uit de jurisprudentie af dat sprake is van onverantwoord interen op het vermogen als de betrokkene per maand meer dan anderhalf maal de relevante bijstandsnorm besteedt aan de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (CRvB 8 juni 2004). Deze kosten worden zo nodig aangevuld met een bedrag voor woonkosten en overige als noodzakelijk aan te merken kosten. Voorts is van belang of de betrokkene over inkomsten beschikte. In dat geval worden deze inkomsten in mindering gebracht op het vermogen dat betrokkene mag besteden aan de noodzakelijke kosten van het bestaan (CRvB 28 augustus 2001).

Grondslag

artikel 47c, tweede lid, onder b Participatiewet

Besluit beleidsregelsWijzigingsbesluit Beleidsregels SVB 2016oktober 2017