Onderwerp: Bezoek-historie

Overgangsvoordelen AOW (SB1051)
Geldigheid:07-09-2016 t/m Versie:vergelijk Status: Geldig vandaag

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Aangezien de AOW op 1 januari 1957 in werking is getreden, zou voor het jaar 2007 niemand aanspraak kunnen maken op een volledig pensioen. Om deze situatie op te lossen, is in de artikelen 55 en 56 AOW een overgangsregeling getroffen, volgens welke de jaren tussen de 15e verjaardag van de verzekerde en 1 januari 1957 met verzekerde jaren uit hoofde van de AOW worden gelijkgesteld, mits de verzekerde na zijn 59ste zes jaren in Nederland heeft gewoond, hij in Nederland blijft wonen en Nederlander is.

Op basis van artikel 57 AOW zijn twee Koninklijke Besluiten tot stand gekomen op grond waarvan de in artikel 56 AOW gestelde nationaliteits- en wooneisen onder bepaalde voorwaarden terzijde kunnen worden gesteld. Het betreft hier het Besluit gelijkstelling niet-Nederlanders met Nederlanders (KB 605) en het Besluit gelijkstelling van wonen buiten het Rijk met wonen binnen het Rijk (KB 632).

De in de artikelen 55 en 56 AOW opgenomen wooneisen ter verkrijging van het recht op de nationale overgangsvoordelen kunnen niet met een beroep op artikel 7 Verordening (EG) nr. 883/2004 terzijde worden gesteld. Dit blijkt uit het arrest van het HvJ EG van 2 mei 1990 (Winter-Lutzins).

De nationaliteitseis van artikel 56 AOW en de nationaliteitseisen in de op artikel 57 AOW gebaseerde Koninklijke Besluiten kunnen opzij worden gezet uit hoofde van de in internationale regelingen opgenomen discriminatieverboden naar nationaliteit. In verband met ontwikkelingen in de rechtspraak van het HvJ EU is dit gegeven mede van belang geworden voor gezinsleden en nabestaanden van personen die vallen onder de werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 883/2004en de overeenkomsten die tussen de EG en enkele derde landen zijn afgesloten (zie hiervoor tevens SB2123 over gezinsleden en nabestaanden en SB2166 over de reikwijdte van de non-discriminatiebepalingen ten aanzien van gezinsleden).

In het bijzonder naar aanleiding van arresten van het HvJ EG van 30 april 1996 (Cabanis) en 3 oktober 1996 (Hallouzi), heeft de SVB voor dergelijke gezinsleden en nabestaanden het volgende beleid ontwikkeld.

Grondslag

artikel 55, artikel 56 en artikel 57 AOW

Besluit beleidsregels SVB 2016

Naar boven