Onderwerp: Bezoek-historie

Huishouden in het buitenland bij verblijf in Nederland (SB1015)
Geldigheid:03-06-2007 t/m 14-06-2008Versie:vergelijk Status: Niet meer geldig

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Beleidsregel

Op de algemene regel dat het huishouden ziet op de feitelijke situatie van samenwonen is een uitzondering mogelijk als een verzekerde naar Nederland is gekomen en zijn gezin in het land van herkomst woont. De verzekerde kan in dat geval met zijn gezin nog één huishouden blijven vormen. Ter beoordeling van de vraag of in de bedoelde situatie sprake is van één huishouden hanteert de SVB het volgende beleid.

Indien een verzekerde naar Nederland is gekomen en zijn gezin in het land van herkomst woont, kan hij één huishouden blijven vormen met zijn gezin indien zijn binding met het land van herkomst zo sterk is dat hij geacht kan worden daar te lande woonplaats te houden. Betrokkene dient dan tevens een voortdurende band met zijn gezin te onderhouden, hetgeen moet blijken uit regelmatige contacten. Indien aan deze voorwaarden niet of niet langer wordt voldaan, dan is sprake van een ‘breuk’ in het huishouden en worden betrokkene en zijn gezin niet geacht één huishouden te vormen. De vraag of het betrokkene kan worden verweten dat een breuk met zijn huishouden is opgetreden kan bij de beoordeling van de desbetreffende feiten en omstandigheden geen rol spelen (zie hiervoor onder meer de uitspraak van de CRvB van 19 juli 2000).

Aan het voortbestaan van het huishouden komt een einde op het moment dat betrokkene als ingezetene van Nederland kan worden aangemerkt. Vanaf dat moment staat de sterke binding met Nederland eraan in de weg om ook nog woonplaats in het land van herkomst aan te nemen. Op deze regel bestaan twee uitzonderingen.

  • Een breuk wordt geacht niet te hebben plaatsgevonden indien betrokkene een aanvraag om gezinshereniging heeft ingediend vóór het moment waarop hij als ingezetene van Nederland wordt aangemerkt. In deze situatie is de beslissing op de aanvraag bepalend voor de vraag of het huishouden blijft voortbestaan. Indien afwijzend op de aanvraag wordt beslist, wordt een breuk in het huishouden aangenomen vanaf het moment waarop deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
  • De tweede uitzondering wordt gevormd door de situatie waarin ondubbelzinnig vaststaat dat betrokkene een dubbele woonplaats heeft (zie Deel I, § 2.2.7).

In deze uitzonderingssituaties kan niettemin een breuk in het huishouden optreden indien betrokkene niet langer regelmatige contacten met zijn gezin onderhoudt.

Aparte vermelding verdient de situatie van de asielzoeker die zijn gezin achterlaat in zijn land van herkomst zonder het voornemen daarnaar nog terug te keren. In een dergelijke situatie wordt volgens de jurisprudentie van de CRvB (zie onder meer de uitspraken van 16 september 1987, 7 december 1988, 27 oktober 1999 en 5 september 2003) een breuk geacht niet te zijn opgetreden indien betrokkene spoedig na zijn aankomst in Nederland de nodige - reële kansen biedende - stappen tot gezinshereniging heeft ondernomen. De SVB hanteert hierbij het uitgangspunt dat stappen tot gezinshereniging spoedig zijn genomen als deze binnen zes maanden na aankomst in Nederland zijn ondernomen.

Indien een breuk in het huishouden is opgetreden, kan het huishouden weer ‘herleven’ indien betrokkene de nodige stappen onderneemt tot gezinshereniging. In deze situatie wordt één huishouden aangenomen vanaf het moment dat op de aanvraag om gezinshereniging in begunstigende zin is beslist. Als vervolgens niet binnen twaalf maanden daadwerkelijk gezinshereniging plaatsvindt, treedt wederom een breuk in het huishouden op.

Naar boven