Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 10/0523/TA, 20 juli 2010, beroep
Uitspraakdatum:20-07-2010

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 10/523/TA

betreft: [klager] datum: 20 juli 2010

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. B.G.M.C. Peeters, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 16 februari 2010 van de beklagcommissie bij FPC De Kijvelanden te Poortugaal, verder te noemen de inrichting,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 28 mei 2010, gehouden in de penitentiaire inrichtingen Amsterdam Over-Amstel, zijn gehoord klager, bijgestaan door mw. mr. A.L. Louwerse, kantoorgenoot van klagers raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, en namens het
hoofd van voormelde tbs-inrichting [...], juridisch medewerker en [...], hoofd behandeling.

Op grond van de stukken en haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de kamercontrole en de inbeslagname van klagers dvd-speler en een map met cd’s.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard voor zover dit ziet op het niet (tijdig) informeren van klager over de kamercontrole en de inbeslagname en voor het overige ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak
weergegeven. De beklagcommissie, dan wel de voorzitter, zal na de directeur te hebben gehoord bepalen of enige tegemoetkoming aan klager geboden is.

2. De standpunten van klager en het hoofd van de inrichting
Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
In de periode dat kamercontrole werd uitgevoerd, verbleef klager in het justitieel medisch centrum Haaglanden (voorheen penitentiair ziekenhuis). Klager heeft na zijn operatie gebeld met de inrichting om te vertellen hoe het met hem ging en hij kreeg
toen te horen dat de inrichting ‘op slot zat’. Klager wist niet wat er aan de hand was, want er werd hem verder niets verteld. Pas anderhalf uur na terugkomst in de inrichting werd klager op de hoogte gesteld van de kamercontrole en de inbeslagname. De
beklagcommissie heeft dit onderdeel van de klacht gegrond verklaard. Klager is het er niet mee eens dat er geen tegemoetkoming is toegekend.
Klager heeft pas na drie maanden een aantal cd’s teruggekregen. De rest heeft hij na vier maanden teruggekregen. Het heeft zo lang geduurd, omdat de inrichting nog niet wist hoe op de cd’s moest worden aangeven dat deze waren gecontroleerd.
Klager wil graag een compensatie van € 25,= à € 30,= voor de late teruggave van zijn spullen.

Namens het hoofd van de inrichting is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
In augustus 2009 waren er signalen dat er pornografisch materiaal op de afdeling van klager aanwezig zou zijn. Hierop zijn kamercontroles uitgevoerd.
Er is wel overwogen de kamercontrole telefonisch aan klager mede te delen tijdens zijn verblijf in het justitieel medisch centrum Haaglanden, maar hiervan is afgezien omdat het wellicht spanningen zou veroorzaken. Achteraf is gebleken dat de
telefonische mededeling dat de kliniek ‘op slot zat’ juist voor onrust bij klager zorgde.
Onderschat is hoeveel tijd ermee gemoeid was om de inbeslaggenomen cd’s van alle patiënten te controleren. Ook moest worden bepaald waarop gecontroleerd moest worden en hoe de cd’s moeten worden gecertificeerd. Personeelsleden in de nachtdienst hebben
heel veel controles uitgevoerd.
De inrichting heeft de patiënten geen compensatie gegeven voor de late teruggave van de inbeslaggenomen cd’s.

3. De beoordeling
De beklagcommissie heeft in haar uitspraak aangegeven dat zij, na de directeur te hebben gehoord, zal bepalen of enige tegemoetkoming geboden is voor de gegrondverklaring van het beklag betreffende het niet tijdig informeren van klager over de
kamercontrole en inbeslagname. Er is dus nog geen uitspraak gedaan over het al dan niet toekennen van een compensatie. De beroepscommissie zal klager dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn beroep.
Indien klager het niet eens met de uitspraak van de beklagcommissie waarin de tegemoetkoming wordt vastgesteld kan hij te zijner tijd daartegen beroep instellen.

Klager heeft ter zitting aangegeven dat hij de originele cd’s na drie maanden en de gebrande cd’s na vier maanden heeft teruggekregen. De inrichting heeft aangegeven dat zij de controle van de grote hoeveelheid inbeslaggenomen cd’s heeft onderschat.
De beroepscommissie is van oordeel dat het onredelijk lang heeft geduurd voordat de cd’s aan klager zijn teruggegeven.
Nu de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing niet meer ongedaan zijn te maken, komt klager een tegemoetkoming toe. Het hoofd van de inrichting is in de gelegenheid gesteld zijn standpunt hieromtrent te bepalen. De beroepscommissie stelt deze vast
op
€ 25,=.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep voor wat betreft de duur van de periode van inbeslagname gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond.
Zij bepaalt de aan klager toekomende tegemoetkoming op € 25,=.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr.drs, F.A.M. Bakker voorzitter, prof.dr. F.A.M. Kortman en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.A.H. de Bruin, secretaris, op 20 juli 2010

secretaris voorzitter

Naar boven