Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 10/0473/GV, 26 maart 2010, beroep
Uitspraakdatum:26-03-2010

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 10/473/GV

betreft: [klager] datum: 26 maart 2010

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 16 december 2009 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Justitie (de Staatssecretaris),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Klager heeft het beroep als volgt toegelicht. Klager meent dat hij tweemaal wordt gestraft. Zijn vriendin mag drie maanden niet op bezoek komen en het verlofadres van zijn vriendin wordt niet goedgekeurd, omdat zij contrabande binnen de inrichting
heeft
gebracht.

Namens de Minister is de bestreden beslissing als volgt toegelicht. Het algemeen verlof van klager is afgewezen in verband met het ontbreken van een aanvaardbaar verlofadres. Het opgegeven verlofadres is van klagers vriendin, die op 23 november 2009
drie maanden ontzegging van bezoek is opgelegd, omdat zij contrabande in haar bezit had. Het is niet consequent haar het bezoek te ontzeggen, maar klager wel zijn verlof bij haar te laten doorbrengen. Na drie maanden is het mogelijk dat het verlof op
het adres van klagers vriendin kan worden doorgebracht. Gelet op de positieve score op THC zal dit verlof dan maximaal 30 uren duren.

Op klagers verlofaanvraag heeft de directeur van de locatie Ooyerhoek Zutphen negatief geadviseerd.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een gevangenisstraf van 30 maanden, wegens zware mishandeling. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 3 mei 2010.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers eerste verlofaanvraag. Hij kan in totaal drie verlofaanvragen indienen.

Uit de stukken komt naar voren dat klager zijn verlof wil doorbrengen bij zijn vriendin, die op 23 november 2009 voor een periode van drie maanden een bezoek aan klager is ontzegd. Tevens heeft klager positief gescoord op THC. De beroepscommissie is
van
oordeel dat voornoemde omstandigheden een forse contra-indicatie vormen voor verlofverlening en dat deze een afwijzing van klagers verlofaanvraag rechtvaardigen. Derhalve kan de beslissing van de Staatssecretaris, bij afweging van alle in aanmerking
komende belangen en gelet op de weigeringsgronden zoals bedoeld in artikel 4 onder c en j van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M. Boone en mr. Th.E.M. Wijte, leden, in tegenwoordigheid van R. Kokee, secretaris, op 26 maart 2010

secretaris voorzitter

Naar boven