Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 09/0731/TA, 3 september 2009, beroep
Uitspraakdatum:03-09-2009

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 09/731/TA

betreft: [klager] datum: 3 september 2009

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 4 maart 2009 van de beklagcommissie bij het FPC De Pompestichting te Nijmegen, verder te noemen de inrichting,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 30 juni 2009, gehouden in de tbs-inrichting De Pompestichting te Vught, is namens het hoofd van voormelde tbs-inrichting gehoord, [...], juridisch medewerker.
Tevens waren als toehoorders aanwezig [...], stagiaire bij de RSJ en [...], stagiaire bij de Pompestichting.

Klager is niet ter zitting verschenen. Hij verblijft inmiddels in een Exodushuis te Groningen.

Op grond van de stukken en haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft, voor zover in beroep aan de orde, het niet nakomen van de zorgplicht.

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten
Klager heeft in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Negen maanden geleden heeft de rechtbank Breda uitspraak gedaan en diende de reclassering een rapport op te stellen. Klager is ondertussen werk gaan zoeken en hij heeft onder andere bij restaurant de Valk gesolliciteerd. Dit restaurant heeft meerdere
malen contact gezocht met klager, maar dat werd door de inrichting steeds tegengehouden. De vacature is toen aan iemand anders gegeven. Op 20 januari 2009
kwam de Reclassering bij klager en heeft hem opgedragen werk te zoeken. In genoemde periode heeft de afdeling Waal 2, waar klager verbleef, het voor klager onmogelijk gemaakt om werk te zoeken. Hij mocht niet bellen naar bedrijven en wanneer bedrijven
probeerden klager te bellen, werden deze telefoontjes niet doorverbonden. Pas na de zitting van 26 februari 2009 heeft klagers afdeling hem ondersteund met het zoeken naar werk.

Namens het hoofd van de inrichting is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Op 12 september 2008 heeft de rechtbank Breda in haar uitspraak aangegeven dat onderzocht moet worden of, en onder welke voorwaarden, klager terug kan keren in de maatschappij. Klagers tbs wordt met één jaar verlengd. De beslissing of de tbs
voorwaardelijk kan worden beëindigd wordt voor drie maanden aangehouden.
De reclassering heeft op 28 november 2008 geadviseerd tot uitbreiding van de verlofmodaliteiten binnen de behandelsetting van de inrichting en acht voorwaardelijke beëindiging op dat moment onverantwoord. Op 21 oktober 2008 heeft de inrichting een
machtiging begeleid verlof aangevraagd. De Minister heeft op 24 december 2008 de aanvraag voor begeleid verlof afgewezen, nadat het Adviescollege Verloftoetsing tbs negatief heeft geadviseerd.
In januari 2009 wordt klager aangepast werk aangeboden in de inrichting. De inrichting heeft op 5 februari 2009 de rechtbank Breda geïnformeerd dat een resocialisatietraject niet kan worden opgestart nu de verlofaanvraag is afgewezen. Op 20 februari
2009 heeft de reclassering gerapporteerd dat klagers maatschappelijke inbedding onvoldoende is. De inrichting is niet in het bezit van dit rapport gesteld. De rechtbank Breda heeft de reclassering vervolgens de opdracht gegeven geschikte (begeleide)
woonruimte te realiseren en een behandelkliniek te vinden die zich bereid verklaard klager te behandelen, zodra de voorwaardelijke beëindiging ingaat. De inrichting heeft op 11 mei 2009 geadviseerd de tbs met twee jaar te verlengen om zo vrijheden
geleidelijk op te kunnen bouwen. De Reclassering heeft op 29 mei 2009 rapport uitgebracht, waarin samen met Exodus een traject (wonen, werken en relaties) wordt uitgestippeld. Er is een plek gevonden voor klager bij Exodus in Groningen. De inrichting
heeft dit rapport nooit ontvangen. Op 19 juni 2009 is klagers tbs voorwaardelijk beëindigd.
De inrichting heeft gehandeld op grond van de gegevens die omtrent klager bekend waren. De inrichting was er niet van op de hoogte dat de reclassering op 20 januari 2009 aan klager de opdracht had gegeven werk te gaan zoeken. Klager heeft reeds op 7
november 2008 beklag ingesteld, terwijl er toen nog helemaal geen sprake was van een voorwaardelijke beëindiging. Klager is wel hulp geboden bij zijn sollicitaties. Klager verblijft sinds 1999 in een tbs-inrichting. Het is niet gebruikelijk dat de
reclassering de inrichting informeert over de door haar uitgebrachte rapportage.

3. De beoordeling
De beroepscommissie stelt vast dat er in dit geval sprake is van twee gescheiden trajecten. Op verzoek heeft de reclassering een aantal malen aan de rechtbank Breda gerapporteerd over een eventuele voorwaardelijke beëindiging van klagers tbs. De
inrichting heeft in oktober 2008 een machtiging begeleid verlof aangevraagd, welke op 24 december 2008 is afgewezen.
Zolang de tbs niet voorwaardelijk is beëindigd valt klager onder de verantwoordelijkheid van de inrichting. Ten tijde van het indienen van het beklag was nog geen sprake van (on)begeleid verlof en klager kon derhalve nog niet buiten de inrichting
werken. Ter zitting is namens de inrichting gesteld dat klager wel hulp is geboden bij zijn sollicitaties.
Hetgeen in beroep is aangevoerd kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr.dr. E.J. Hofstee, voorzitter, mr. C.F. Korvinus en mr.drs. T.A.M. Louwe, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.A.H. de Bruin, secretaris, op 3 september 2009

secretaris voorzitter

Naar boven