Nummer 25/49485/SGA
Betreft verzoeker
Datum 7 juli 2025
Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van
verzoeker (hierna: verzoeker)
1. De procedure
De directeur van de locatie De Schie te Rotterdam (hierna: de directeur) heeft beslist tot ontbinding van verzoekers arbeidscontract voor de duur van één week, als gevolg waarvan hij tijdens die periode is uitgesloten van deelname aan de arbeid.
Verzoeker vraagt om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.
De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van de directeur op het schorsingsverzoek en van het klaagschrift (S-2025-625).
2. De beoordeling
De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval.
Uit de stukken volgt dat verzoeker op 1 juli 2025 niet aanwezig was bij de arbeid in verband met Keti Koti. Aangezien dit volgens de Circulaire arbeidsvrije dagen geen algemeen erkende feestdag is en verzoeker geen verzoek heeft ingediend om op een andere – niet algemeen erkende – feest- of gedenkdag vrij te krijgen, is verzoeker wegens ongeoorloofde afwezigheid uitgesloten van deelname aan de arbeid voor de duur van één week, aldus de directeur. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij niet afwezig was vanwege Keti Koti, maar doordat hij te laat was voor de arbeid en daardoor die dag niet meer mocht deelnemen aan de arbeid.
De voorzitter overweegt als volgt.
Op grond van artikel 1a, tweede lid, van de Regeling arbeid gedetineerden (hierna: de Regeling) kan de directeur beslissen om een gedetineerde structureel uit te sluiten van toegang tot de arbeid. De directeur bepaalt in het besluit de duur van de uitsluiting.
In de memorie van toelichting bij (onder meer) de Regeling arbeid gedetineerden (Stcrt. 2021, nr. 28357) heeft de wetgever in dit verband het volgende overwogen:
“Het tweede lid van artikel 1a bepaalt dat de directeur kan besluiten om gedetineerden vanwege structureel wangedrag tijdens de arbeid uit te sluiten van de arbeid. […] Vanwege het belang van arbeid voor de re-integratie van een gedetineerde kan de directeur niet lichtvaardig tot een besluit tot uitsluiting van een gedetineerde voor arbeid komen. Wangedrag van de gedetineerde tijdens de arbeid moet een structureel karakter hebben en de directeur doet er verstandig aan eerst een gedetineerde die zich schuldig maakt aan dergelijk gedrag te waarschuwen met bijvoorbeeld een disciplinaire straf. […]”
Op basis van de stukken is het de voorzitter niet gebleken dat sprake is geweest van structureel wangedrag van verzoeker tijdens de arbeid, nu verzoeker eenmalig ongeoorloofd afwezig is geweest van de arbeid. Ook is niet gebleken op welk gedrag verzoeker nog meer zou zijn aangesproken. Bovendien heeft verzoeker in het schorsingsverzoek de reden van zijn afwezigheid nader toegelicht, terwijl de directeur dit in de reactie op het schorsingsverzoek onbesproken heeft gelaten en slechts heeft herhaald wat al in de stukken stond vermeld. De voorzitter acht de beslissing om verzoeker uit te sluiten van de arbeid voor de duur van één week dan ook zodanig onredelijk en onbillijk dat er een spoedeisend belang is om de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan te schorsen met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.
3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.
Deze uitspraak is op 7 juli 2025 gedaan door mr. R.H. Koning, voorzitter, bijgestaan door mr. P.H. van Roosmalen, secretaris.
secretaris voorzitter