Nummer 25/48464/SGA (hersteluitspraak)
Betreft verzoeker
Datum 23 mei 2025
Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van
verzoeker (hierna: verzoeker)
1. De procedure
Verzoekers raadsvrouw, mr. K. Elema, heeft namens verzoeker op 1 mei 2025 om schorsing gevraagd van de beslissing van de directeur van de Penitentiaire Inrichting Achterhoek te Zutphen (hierna: de directeur) van 29 april 2025 tot oplegging van maatregelen vanwege zijn status als gedetineerde met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM).
De voorzitter heeft dit schorsingsverzoek afgewezen (RSJ 7 mei 2025, 25/48099/SGA).
Verzoekers raadsvrouw heeft op 16 mei 2025 om herziening gevraagd van deze uitspraak.
De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van de directeur op het herzieningsverzoek.
2. De beoordeling
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat de voorzitter bij de beoordeling van het schorsingsverzoek is uitgegaan van onjuiste informatie, nu de directeur heeft verzuimd om verzoeker voorafgaand aan het nemen van de beslissing te horen.
De voorzitter overweegt als volgt.
Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden is herstel van de uitspraak van de voorzitter mogelijk. Daarbij moet vooral worden gedacht aan een geval waarin de RSJ een vervelende administratieve fout, een kennelijke misslag, in de procedure maakt. Een andere bijzondere omstandigheid kan zijn dat de voorzitter geen kennis heeft kunnen nemen van informatie die, als ze daar wel kennis van had genomen, tot een ander oordeel zou hebben geleid.
De voorzitter is in RSJ 7 mei 2025, 25/47517/SGA uitgegaan van de reactie van de directeur en de feiten en omstandigheden die uit de stukken naar voren kwamen. Wat namens verzoeker in het kader van het herzieningsverzoek naar voren wordt gebracht, had tot een toewijzing van het verzoek geleid. Naar nu blijkt is verzoeker voorafgaand aan het nemen van de bestreden beslissing niet gehoord door de directeur, althans dat de handelwijze van de directeur niet voldoet aan de voorgeschreven hoorplicht bij het opleggen van GVM-maatregelen, nu verzoeker zijn standpunt over de aan hem opgelegde GVM-maatregelen niet naar voren heeft kunnen brengen. Gelet daarop heeft de directeur geen deugdelijke en zorgvuldige belangafweging kunnen maken bij het nemen van de bestreden beslissing. Dat verzoeker inmiddels alsnog is gehoord, maakt dat niet anders.
Gelet op het voorgaande is er aanleiding tot herstel van uitspraak RSJ 7 mei 2025, 25/47517/SGA.
3. De uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing met onmiddellijke ingang tot het moment waarop de beklagcommissie op het onderliggende beklag heeft beslist.
Deze uitspraak is op 23 mei 2025 gedaan door mr. M.L. Plas, voorzitter, bijgestaan door J.A. van der Veen, secretaris.
secretaris voorzitter