Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/44981/GM, 26 mei 2025, beroep
Uitspraakdatum:26-05-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/44981/GM

Betreft             klager

Datum             26 mei 2025

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

 

klager (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtingsarts van   de locatie Roermond (hierna: de inrichtingsarts). Klager beklaagt zich erover dat hij geen contra-indicatie krijgt voor plaatsing op een meerpersoonscel (MPC).

De medisch adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld.                           

Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.

De beroepscommissie heeft klager en zijn raadsvrouw, mr. S.N.M. Lousberg, gehoord op de digitale zitting van 1 mei 2025. Namens de inrichtingsarts heeft het waarnemend hoofd zorg schriftelijk laten weten niet op de zitting te verschijnen.

Mr. J. Sarkisjan, secretaris bij de RSJ, was als toehoorder aanwezig.

Een van de leden van de beroepscommissie, drs. B.A. Geurts, kon niet ter zitting aanwezig zijn, maar beslist wel mee op het beroep aan de hand van het dossier en wat ter zitting is besproken. De voorzitter heeft dit ter zitting medegedeeld.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager kampt met zowel fysieke als psychische problemen. Klager heeft vreselijke dingen meegemaakt en heeft hier verschillende trauma’s van opgelopen. Zo heeft een celgenoot zijn keel doorgesneden en is klagers beste vriend in zijn armen gestorven. Klager moet een lange straf uitzitten en kan het psychisch niet aan om nog zo lang op een MPC te zitten. Daarnaast moet klager elke dag vijftien tot twintig keer per nacht opstaan om te plassen vanwege problemen met zijn prostaat. Dit is niet alleen heel vervelend voor hem, maar ook voor zijn celgenoot. Klager zit inmiddels wel tijdelijk alleen op een cel, maar heeft geen contra-indicatie voor een MPC. In Duitsland en Sittard heeft klager wel een contra-indicatie gekregen.

Naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de beroepscommissie in klagers zaak (RSJ 10 maart 2023, 22/27396/GM) is klager opnieuw besproken in het psychomedisch overleg (PMO). Daarbij is geconcludeerd dat er geen zwaarwegende redenen zijn om klager een contra-indicatie toe te kennen. Gelet op alle verschrikkelijke dingen die klager heeft meegemaakt had het op de weg van de inrichting gelegen om nader onderzoek te doen. Er had een uitgebreid gesprek kunnen plaatsvinden over hoe het met klager gaat en hoe hij zich ontwikkelt. Dat is niet gebeurd.  Dat klagers behandeling bij De Rooyse Wissel ophoudt, betekent nog niet dat klager fit genoeg is om op een MPC te zitten. Klager spreekt weliswaar driemaandelijks met een psychiater, maar dat is een formaliteit in het kader van het al dan niet verlengen van zijn voorgeschreven medicatie. Het medisch advies is niet afdoende tot stand gekomen.

 

Standpunt van de inrichtingsarts

Klager wordt structureel driemaandelijks gezien door de psychiater. Deze consulten zijn primair bedoeld ter controle van de voorgeschreven medicatie, maar er wordt tijdens deze gesprekken ook een inschatting gemaakt van de psychische toestand van klager.

De meest recente psychiatrische consulten zijn van 13 maart 2025 en 12 december 2024. Hierin wordt beschreven dat er geen psychiatrische redenen zijn om klager een contra MPC te verlenen. Het MDO/afdelingshoofd kan hierover anders besluiten. Klagers somatische klachten zijn goed in beeld bij de arts en de medische dienst. Zowel de medische als de psychische problemen van klager zijn uitvoerig bekend bij de zorgprofessionals en er wordt steeds een zorgvuldige afweging gemaakt wat betreft het te volgen beleid, ook als het gaat om het wel/niet adviseren van een contra-indicatie voor een MPC. In het PMO werd eerder de klacht van klager omtrent het niet krijgen van een contra-indicatie voor een MPC besproken. Er werd toen het volgende gesteld:

“De stressklachten rondom de rechtszaak/detentie zijn invoelbaar, maar inherent aan het verblijf in detentie. Vanuit het ministerie is geen onderscheid gemaakt tussen lang- dan wel korter gestraften wanneer het gaat om plaatsing op een dubbelcel. Traumagerelateerde klachten en zeker ook persoonlijkheidsproblematiek zijn zeer veel voorkomende klachten binnen de gedetineerdenpopulatie en vormen zeer zeker niet altijd een indicatie voor een contra MPC-advies. In het geval van klager ziet het PMO dan ook op psychisch/medisch vlak geen zwaarwegende redenen om het MDO te adviseren om klager op een enkelcel te plaatsen.”

De hele situatie in ogenschouw nemend is er op medisch noch op psychisch gebied een indicatie om een contra-indicatie voor MPC te adviseren. Dit advies zal eens per drie maanden binnen het PMO geëvalueerd worden.

 

3. De beoordeling

Op de in artikel 11a, tweede lid, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden genoemde gronden kan de directeur van de inrichting besluiten dat een gedetineerde ongeschikt is te worden geplaatst in een MPC. De medische dienst en het psycho-medisch overleg adviseren de directeur omtrent de medische en psychische gezondheidstoestand van de gedetineerde.

De beroepscommissie zal op basis van het (medisch) dossier en wat ter zitting is besproken nagaan of de inrichtingsarts medisch zorgvuldig heeft gehandeld door klager geen contra-indicatie voor een MPC te verstrekken.

Het hoofd zorg heeft schriftelijk aangevoerd dat naar aanleiding van de eerdere uitspraak in klagers zaak (RSJ 10 maart 2023, 22/27396/GM) opnieuw een multidisciplinaire afweging is gemaakt omtrent het adviseren over een contra MPC. Hierin is de brief van De Rooyse Wissel meegenomen en heeft er mondeling overleg plaatsgevonden met de behandelaren van De Rooyse Wissel. Naar aanleiding van het psychodiagnostisch onderzoek is een behandeling opgestart, die goed verliep. Voor de plasklachten is klager onder behandeling bij een specialist. De stressklachten rondom de rechtszaak/detentie zijn invoelbaar, maar inherent aan het verblijf in detentie. Vanuit het ministerie is geen onderscheid gemaakt tussen lang- dan wel korter gestraften wanneer het gaat om plaatsing op een dubbelcel. Traumagerelateerde klachten en zeker ook persoonlijkheidsproblematiek zijn zeer veel voorkomende klachten binnen de gedetineerdenpopulatie en vormen zeer zeker niet altijd een indicatie voor een contra MPC-advies. Voorts wordt klager structureel driemaandelijks gezien door de psychiater. Uit de meest recente psychiatrische consulten volgt dat er geen psychiatrische redenen zijn om klager een contra-indicatie voor een MPC te verlenen. Wat betreft de somatische klachten is klager goed in beeld bij de arts en de medische dienst. Het PMO ziet dan ook op psychisch/medisch vlak geen zwaarwegende redenen om het MDO te adviseren om klager op een enkelcel te plaatsen.

Uit het voorgaande volgt dat op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet tot de conclusie kan worden gekomen dat niet een (deugdelijk) advies en/of indicatie aan de directeur is gegeven.

Gelet hierop kan het handelen van de inrichtingsarts niet worden aangemerkt als in strijd met de norm zoals bedoeld in artikel 71f, derde lid, onder a. of b., van de Penitentiaire beginselenwet. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 26 mei 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. G.C. Bos, voorzitter, drs. M.I. van den Baar-Vroon en drs. B.A. Geurts, leden, bijgestaan door mr. K. Kiela, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven