Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 24/44926/TA, 9 mei 2025, beroep
Uitspraakdatum:09-05-2025

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          24/44926/TA

Betreft [klager]

Datum 9 mei 2025

 

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van

[klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beklag ingesteld tegen het drie maal niet ontvangen van loon in de maand mei 2024 vanwege de omstandigheid dat hij ten onrechte niet is ziekgemeld.

De beklagcommissie bij FPC Van der Hoeven Kliniek te Utrecht (hierna: de instelling) heeft op 24 november 2024 het beklag ongegrond verklaard (HK2024/98). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.

Klagers raadsman, mr. H. Külcü, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

De beroepscommissie heeft klager (telefonisch), mr. E.M.J.W. Jaspar namens klagers raadsman, en namens de instelling […], plaatsvervangend hoofd van de instelling en […], jurist bij de instelling, gehoord op de zitting van 23 april 2025 in de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught.

[…] en […] waren als toehoorder van de zijde van de instelling aanwezig. Tevens was mr. J.M.M. van den Hoek als toehoorder van de zijde van de RSJ aanwezig.

 

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager lijdt aan een maag-/darmsyndroom en moet zich vanwege onvoorspelbare klachten  altijd op een later moment nog kunnen ziekmelden. Volgens klager zijn nadere afspraken gemaakt op grond waarvan hij later mag beginnen. Bij de beklagzitting van een eerder beklag werd klager duidelijk dat hij zich ook later op de dag mag ziekmelden. Ondanks latere ziekmelding volgens die afspraak is hij als ‘ongeoorloofd ziek’ aangemerkt terwijl hij op de gemaakte afspraak mocht vertrouwen. Hij heeft daardoor over drie weken per week €35,- ten onrechte te weinig aan loon uitbetaald gekregen. Er is nu nieuw beleid, dat met terugwerkende kracht gehanteerd had moeten worden. Klager wenst daarom gecompenseerd te worden voor het niet ontvangen loonbedrag door handelen van de instelling. Klager vindt het onredelijk dat hij een hele week geen loon krijgt uitbetaald als hij wel gewerkt heeft maar onder de zestig punten komt omdat de ziekmelding niet voldoende wordt geacht.

Klager weet zeker dat hij zich op 29 mei 2024 op de arbeid heeft ziekgemeld en daarna bij de medische dienst. Klager was  bij de medische dienst aanwezig en daar is tegen hem gezegd dat ziekmelding op dat moment niet mogelijk was. Het was de medische dienst niet bekend dat ook ziekmelding na 07.30 uur mogelijk was. Dit staat ook zo in het verweerschrift van de instelling van 6 augustus 2024. Klager is daarom niet ziekgemeld door de medische dienst.

Klager heeft zich nadien niet meer hoeven ziekmelden omdat hij nu weet hoe hij met de klachten kan omgaan.

 

Standpunt van het hoofd van de instelling

Klager heeft volgens afspraak vanwege zijn lichamelijke klachten wel een aangepaste starttijd voor de arbeid, maar kan alleen ziekgemeld worden via het spreekuur van de medische dienst. Er is, anders dan klager stelt, met klager nooit de afspraak gemaakt dat hij zich niet op het spreekuur van de medische dienst hoeft ziek te melden. Op de eerdere beklagzitting in 2023 is bedoeld dat wanneer klager aan het werk is en zich in de loop van de dag niet goed voelt, hij zich alsnog zou kunnen ziekmelden bij de medische dienst. Dit geldt voor alle patiënten. De tijdstippen van het spreekuur van de medische dienst, te weten 10.30 uur en 15.30 uur, zijn niet nieuw. Klager heeft geen andere concrete data genoemd dan 29 mei 2024. Op die dag heeft klager zich ziekgemeld bij de werkmeester maar niet het spreekuur van de medische dienst bezocht.

Er wordt binnen de tot op heden geldende procedure tegemoetgekomen aan klagers lichamelijke klachten, mits die klachten als zodanig worden beoordeeld door de medische dienst. Ziektedagen worden alleen uitbetaald na opgave door de medische dienst. Elke patiënt krijgt zak- en kleedgeld. Daarnaast kan een patiënt via het loonbeoordelingssysteem extra beloning ontvangen bij het halen van zestig, zeventig of tachtig punten. Als de patiënt door verzuim onder de zestig punten komt, wordt geen beloning uitbetaald.

 

3. De beoordeling

Klager heeft in beroep, net als bij de beklagcommissie, geen andere concrete datum dan 29 mei 2024 genoemd als datum waarop hij ten onrechte niet is ziekgemeld. De beroepscommissie zal daarom net als de beklagcommissie ook alleen op de klacht betreffende 29 mei 2024 ingaan.

Volgens procedures van de medische dienst is het tijdstip voor ziekmelding bij de medische dienst (voorafgaand aan de arbeid) tussen 07.15 en 07.30 uur, maar kan ook ziekmelding later op de dag plaatsvinden. Ziekmelding wordt beoordeeld op het spreekuur van de medische dienst op doordeweekse dagen om 10.30 of 15.30 uur. Alleen als de patiënt dit volgt en de medische dienst hem op het spreekuur heeft beoordeeld, kan ziekmelding met terugwerkende kracht plaatsvinden.

Deze procedure voor het ziekmelden geldt voor alle patiënten. Op grond van de stukken en het behandelde ter zitting is niet aannemelijk geworden dat, zoals klager stelt, naar aanleiding van een eerdere beklagzaak een andere afspraak met hem zou zijn gemaakt. Voldoende aannemelijk is geworden dat tijdens die eerdere beklagzitting is gemeld dat wanneer klager aan het werk is en zich in de loop van de dag niet goed voelt, hij zich alsnog kan ziekmelden op het spreekuur van de medische dienst.

Klager stelt ter zitting dat hij zich op 29 mei 2024 niet alleen bij de werkmeester, maar ook op het spreekuur van de medische dienst heeft ziekgemeld en hem toen is gezegd dat ziekmelding op dat moment niet mogelijk was. Deze stelling is niet aannemelijk te achten in het licht van de verklaring van het hoofd van de instelling in de reactie van 6 augustus 2024 op het beklag. Daarin staat dat volgens de rapportage van de medische dienst van 29 mei 2024 klager om 10.40 uur telefonisch contact opnam met de medische dienst en hem toen is uitgelegd dat hij dat om 07.15 uur dient te doen. Klager heeft toen gemeld dat hij een uitzondering heeft waarop de medische dienst heeft gezegd niet op de hoogte te zijn van enige uitzondering.

Nu klager zich op 29 mei 2024 kennelijk niet aan de procedure heeft gehouden door zich telefonisch in plaats van op het spreekuur van de medische dienst ziek te melden, heeft geen ziekmelding door de medische dienst plaatsgevonden en kan niet gezegd worden dat hij ten onrechte geen loon heeft gekregen volgens het voor alle patiënten in de instelling geldende loonbeoordelingssysteem als hij door verzuim de voor uitbetaling van loon benodigde zestig punten niet heeft behaald.

Gelet op het voorgaande is de beroepscommissie van oordeel dat de beklagcommissie het beklag terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard.

 

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden.

Deze uitspraak is op 9 mei 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. A.B. Baumgarten en drs. P.Th.H. Richelle, leden, bijgestaan door mr. E.W. Bevaart, secretaris.

 

 

 

secretaris        voorzitter

Naar boven