Nummer 24/43360/GA
Betreft [Klager]
Datum 27 januari 2025
Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van
de directeur van de locatie Norgerhaven te Veenhuizen (hierna: de directeur)
1. De procedure
[Klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen de omstandigheid dat hij onvoldoende mogelijkheden heeft om (evenwichtig) veganistisch te eten.
De beklagcommissie bij de locatie Norgerhaven heeft op 17 september 2024 het beklag gegrond verklaard en de directeur opgedragen om met onmiddellijke ingang zorg te dragen voor de verstrekking van (voldoende) voeding op veganistische basis aan klager
(Nh 2024‑242). De uitspraak van de beklagcommissie is bijgevoegd.
De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.
De directeur heeft daarnaast verzocht om de (verdere) tenuitvoerlegging van de uitspraak van de beklagcommissie te schorsen. De schorsingsvoorzitter heeft het verzoek van de directeur toegewezen en met onmiddellijke ingang de uitspraak geschorst tot het moment waarop de beroepscommissie op het onderliggende beroep heeft beslist (RSJ 26 september 2024, 24/43361/SGA).
De beroepscommissie heeft een juridisch medewerker bij de locatie Norgerhaven gehoord op de digitale zitting van 10 januari 2025. Als toehoorder was aanwezig mr. R.A.E. van Noort, lid bij de RSJ. De beroepscommissie heeft klager op behoorlijke wijze opgeroepen voor de zitting toen hij gedetineerd zat. Klager bevindt zich inmiddels in vrijheid. De beroepscommissie heeft niets van klager vernomen. Zij begrijpt hieruit dat klager geen gebruik wilde maken van de mogelijkheid om op zitting te worden gehoord.
2. De beoordeling
Klagers klacht ziet op het gebrek aan (variatie in het) veganistisch voedingsaanbod in de inrichting. Naar het oordeel van de beroepscommissie is het voedingsaanbod een algemene situatie die niet specifiek klager betreft. De voedingsleverancier van de Dienst Justitiële Inrichtingen bepaalt – zo begrijpt de beroepscommissie – de samenstelling van dit aanbod voor zowel de inrichting waar klager verblijft als de andere inrichtingen in het land en dit geldt zodoende niet specifiek voor klager. Over een algemene situatie kan niet worden geklaagd, tenzij sprake is van strijd met wet- of regelgeving (vergelijk en zie nader RSJ 1 september 2023, 22/29880/GA).
Op grond van artikel 44, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) draagt de directeur zorg dat aan de gedetineerde voeding wordt verstrekt dan wel dat hem voldoende geldmiddelen ter beschikking worden gesteld om hierin naar behoren te voorzien.
Uit artikel 44, derde lid, van de Pbw volgt dat de directeur zorg draagt dat bij de verstrekking van voeding zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de godsdienst (bijvoorbeeld de joodse godsdienst of de islam) of levensovertuiging (bijvoorbeeld vegetarisme of veganisme) van de gedetineerden (zie Kamerstukken II 1994-95, 24263, nr. 3 en vergelijk RSJ 20 mei 2014, 13/4230/GA, 13/4365/GA en 14/0221/GA).
De directeur heeft in beroep gedetailleerd uiteengezet welk veganistisch voedsel binnen de inrichting wordt aangeboden. Daarnaast heeft de directeur aangevoerd dat het voedselaanbod zorgvuldig wordt samengesteld door een diëtist en dat de medische dienst te kennen heeft gegeven dat klager geen aanvullende producten nodig heeft als hij de veganistische maaltijden nuttigt die door de inrichting worden aangeboden. Daarnaast kan klager veganistische producten bij de winkel bestellen voor zover klager toch meer of ander veganistisch voedsel wenst te verkrijgen. Gelet op het voorgaande is het de beroepscommissie niet gebleken dat de directeur onvoldoende zorg heeft gedragen bij de verstrekking van (gevarieerde) voeding en daarbij niet zoveel mogelijk rekening heeft gehouden met veganisme. Naar het oordeel van de beroepscommissie is dan ook niet gebleken van strijd met wet- of regelgeving.
Aangezien het beklag is gericht tegen een algemene situatie en niet is gebleken van strijd met wet- of regelgeving, zal de beroepscommissie het beroep van de directeur gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in zijn beklag.
3. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Deze uitspraak is op 27 januari 2025 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit
mr. A. Jongsma, voorzitter, dr. T. Jambroes en mr. S.C.M. Wouda-van Velzen, leden, bijgestaan door mr. R.A.J. van de Kamp, secretaris.
secretaris voorzitter