Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 08/1427/GA, 5 september 2008, beroep
Uitspraakdatum:05-09-2008

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 08/1427/GA

betreft: [klager] datum: 5 september 2008

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 2 juni 2008 van de beklagcommissie bij het huis van bewaring (h.v.b.) Arnhem-Zuid te Arnhem,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 20 augustus 2008, gehouden in de locatie Zwolle, zijn gehoord klager en [...], unit-directeur bij het h.v.b. Arnhem-Zuid.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft – voor zover in beroep aan de orde – het bezoek aan de arts en de taken en bevoegdheden van de medische dienst.

De beklagcommissie heeft klager in bovengenoemde beklagonderdelen niet-ontvankelijk verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Klager wijst inhoudelijk op de artikelen 42 en 43 van de Pbw. De procedure om toegang te krijgen tot een arts duurt te lang. In de huisregels staat dat er driemaal per week een spreekuur is met een verpleegkundige. In de praktijk is soms sprake van
twee
spreekuren. Als de recreatie ook nog op hetzelfde tijdstip gepland staat, is er dus maar éénmaal per week de mogelijkheid om op spreekuur te gaan. Voorts verrichten de verpleegkundigen taken die artsen normaliter doen. Klager is het daarmee niet eens.
Tevens kan een gedetineerde zichzelf alleen tijdens de recreatie op de wachtlijst zetten voor een consult. Verzoeken door middel van een spreekbriefje worden niet ingewilligd. Klager heeft veertien dagen te weinig medicatie gekregen. Hij wil hiervoor
een tegemoetkoming ontvangen.

De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Ongeveer drie jaar geleden is de Handleiding medische zorg ingevoerd. Daarin staat dat de toeleiding naar de arts bij de verpleegkundige ligt. De arts wordt binnen 24 uur ingeschakeld als dat acuut nodig is. In de Handleiding medische zorg is voorts
opgenomen dat indien een gedetineerde blijft volharden dat hij op consult wil bij een arts, hij daarvoor op een wachtlijst geplaatst wordt. De arts bepaalt de urgentie op de lijst aan de hand van het medische dossier. De directeur heeft daar geen
invloed op. Een verzoek om op de wachtlijst geplaatst te worden kan ook door middel van een spreekbriefje. In het geval van klager worden de verzoeken kritisch bekeken. Verder is er zesmaal per week recreatie en tijdens de recreatie kan een
gedetineerde
inschrijven op de wachtlijst. Verder kan tijdens het spreekuur van de medische dienst een gedetineerde op de wachtlijst geplaatst worden.
In dit geval is geen sprake geweest van een acute situatie en klager heeft naar aanleiding van zijn verzoek binnen zeven dagen een arts bezocht.

3. De beoordeling
Het beroep van klager is gericht tegen de wijze waarop de toegang tot de medische dienst is georganiseerd. De beroepscommissie is van oordeel dat, nu geen sprake is van een klacht gericht tegen het medisch handelen van een inrichtingsarts, de
beklagcommissie klager in zijn beklag had moeten ontvangen.
De directeur heeft ten aanzien van de medische verzorging, althans de toegang daartoe, ingevolge artikel 42 van de Pbw een zorgplicht. Uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht komt naar voren dat niet aannemelijk is geworden dat de directeur
strikt aan die zorgplicht heeft voldaan. Immers, het kan 7 tot 14 dagen duren voordat een gedetineerde die daarom verzoekt, op consult kan bij een arts. In ieder geval heeft de directeur niet weersproken dat de wijze waarop de toegang tot de arts
georganiseerd is in bepaalde gevallen (te) lang kan duren. De beroepscommissie is gezien het vorenstaande van oordeel dat het beklag en het beroep dan ook gegrond moeten worden verklaard. Zij acht geen termen aanwezig om aan klager een tegemoetkoming
toe te kennen.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt in zoverre de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dit beklag gegrond.
Zij bepaalt dat aan klager geen tegemoetkoming toekomt.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. I.E. de Vries, voorzitter, dr. J.P.S. Fiselier en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van
mr. S.S. Dwarka, secretaris, op 5 september 2008

secretaris voorzitter

Naar boven