Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 22/29523/SGA, 28 september 2022, schorsing
Uitspraakdatum:28-09-2022

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          22/29523/SGA

              

Betreft [verzoeker]

Datum 28 september 2022

 

Uitspraak van de voorzitter van de beroepscommissie van de RSJ op het verzoek van [verzoeker] (hierna: verzoeker)

 

1. De procedure

De directeur van de Penitentiaire Inrichting Vught (hierna: de directeur) heeft op

17 september 2022 beslist om verzoekers telefooncontact met personen in het buitenland te weigeren voor een periode van (maximaal) drie maanden.

Verzoekers raadsman, mr. T.S. van der Horst, vraagt namens verzoeker om schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging daarvan.

De voorzitter heeft kennisgenomen van de reactie van de landsadvocaat namens de directeur op het schorsingsverzoek en van het klaagschrift.

 

2. De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat bij een verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling. De zaak kan dus niet ten gronde worden onderzocht. De voorzitter beoordeelt alleen of de beslissing waartegen beklag is ingesteld in strijd is met een wettelijk voorschrift of dat deze zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om op dit moment de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing te schorsen. Naar het oordeel van de voorzitter is dat niet het geval.

Namens de directeur wordt aangevoerd dat uit een rapportage van 16 september 2022 van het Gedetineerden Recherche Informatiepunt (GRIP) sterke aanwijzingen naar voren komen dat verzoeker zijn reguliere telefooncontact met familieleden heeft misbruikt om (versluierde) boodschappen door te geven. Tijdens de contactmomenten zijn boodschappen opgenomen en  'conference calls' opgezet (althans telefoongesprekken met meerdere (onbekende) deelnemers). Daarnaast wordt tijdens de gesprekken gefluisterd en/of ruis veroorzaakt, codetaal gebruikt en gewisseld van spreektaal. Verzoeker zou daardoor in staat zijn geweest om te communiceren met de criminele organisatie waaraan hij – volgens de verdenkingen – leiding zou geven en om (gewelddadige) ontsnappingspogingen vorm te geven. Er bestaat een vermoeden dat verzoeker een dodenlijst hanteert waarop nog tientallen mensen staan. Naar aanleiding van het voorgaande en om de risico’s ten aanzien van verzoekers contact met de buitenwereld te kunnen beperken, heeft de directeur op 23 mei 2022 beslist dat verzoeker slechts mag telefoneren met personen in Nederland die bellen vanaf een vooraf aangewezen locatie. Mede gelet op de aard en ernst van de jegens verzoeker bestaande verdenkingen is het tot op heden – ondanks de nodige inspanningen, die nog steeds worden verricht – niet mogelijk gebleken in het buitenland locaties aan te wijzen waarvandaan personen met verzoeker kunnen bellen. Namens de directeur wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing wordt ingetrokken als het noodzakelijke toezicht in het buitenland binnen de periode van drie maanden tot stand kan worden gebracht. Ook heeft de directeur aan verzoeker te kennen gegeven dat in zeer bijzondere omstandigheden een telefoongesprek met iemand in het buitenland zou kunnen worden toegestaan.

Gelet op het bovenstaande en dat wat verder naar voren komt uit de overgelegde stukken, is naar het voorlopig oordeel van de voorzitter – en anders dan namens verzoeker wordt aangevoerd – de noodzaak van de bestreden beslissing, met het oog op de in artikel 36, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet genoemde belangen, voldoende aannemelijk geworden.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzitter is bovendien geen sprake van een algeheel belverbod. De beslissing van de directeur kan dan ook op voorhand niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Voor zover namens verzoeker wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing strijdig is met het recht op family life, is dit de voorzitter – nog steeds voorlopig oordelend – onvoldoende gebleken. De voorzitter zal het verzoek afwijzen.

 

3. De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek af.

 

Deze uitspraak is op 28 september 2022 gedaan door mr. C.N. Dijkstra, voorzitter, bijgestaan door de secretaris.

      

 voorzitter

Naar boven