Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 22/28480/GB, 10 augustus 2022, beroep
Uitspraakdatum:10-08-2022

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer    22/28480/GB
    
            
Betreft    [klager]
Datum    10 augustus 2022


Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [klager] (hierna: klager)

1. De procedure
De Minister voor Rechtsbescherming (hierna: verweerder) heeft op 28 juni 2022 klager opgeroepen om zich op 18 augustus 2022 te melden in de Penitentiaire Inrichting (PI) Lelystad, voor het ondergaan van driehonderd dagen gevangenisstraf.

Klager heeft verzocht om uitstel van zijn melddatum. Verweerder heeft dat verzoek op 18 juli 2022 afgewezen.

Klagers raadsman, mr. M.E. van der Werf, heeft namens klager beroep ingesteld tegen deze beslissing.

De beroepscommissie heeft klager, zijn raadsman en verweerder in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

De beroepscommissie heeft kennisgenomen van het beroepschrift, de reactie van verweerder en de overige stukken.

2. De standpunten in beroep
Standpunt van klager
Klagers bezwaar grondt op de onzekere situatie in verband met het coronavirus, klagers medische situatie en zijn leeftijd. Ook al houdt de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zich aan de richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), neemt dat niet weg dat zich in verschillende inrichtingen, waaronder in de PI Lelystad, uitbraken van het coronavirus hebben voorgedaan en gedetineerden een groot risico lopen op besmetting. De overheid heeft bovendien aangekondigd in het komende najaar een nieuwe besmettingsgolf te verwachten. 

Daar komt bij dat klager, gelet op zijn leeftijd en gezondheid, extra kwetsbaar is als het gaat om een besmetting met het coronavirus. Het is algemeen bekend dat zestigplussers bij besmetting een vergroot risico lopen op een ziekenhuisopname. Klager is bovendien hartpatiënt en gebruikt daarvoor zware medicatie. Nader onderzoek is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of met behulp van de richtlijnen van het RIVM de medische veiligheid in de inrichting gegarandeerd kan worden. 

Klager verzoekt het beroep mondeling te mogen toelichten.  

Standpunt van verweerder
Verweerder verwijst in het bijzonder naar de beslissing van 18 juli 2022 en voegt daaraan het volgende toe. Volgens de medische wetenschap zal het coronavirus altijd, dan wel een langere tijd, onder ons blijven. Een uitstel van klagers melddatum, in afwachting van een volledige uitbanning van het coronavirus, behoort op dit moment dan ook niet tot de mogelijkheden. 

3. De beoordeling
Klager heeft verzocht het beroep mondeling te mogen toelichten. Dit verzoek is niet onderbouwd, terwijl de stukken voldoende informatie bevatten om het beroep te kunnen beoordelen. De beroepscommissie wijst het verzoek daarom af.

De procedure voor zelfmelders is geregeld in hoofdstuk 2 van de Regeling tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen en hoofdstuk 2 van de Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021.

Klager wil graag uitstel van zijn melddatum, omdat hij, gelet op zijn leeftijd en zijn medische situatie, bang is voor besmetting met het coronavirus. 

De beroepscommissie stelt voorop dat een oordeel over de detentiegeschiktheid van gedetineerden is voorbehouden aan de medisch adviseur bij de afdeling Individuele Medische Advisering (hierna: de medisch adviseur). Het doen van een verzoek tot het instellen van een onderzoek daartoe ligt op de weg van verweerder. De medisch adviseur is kennelijk in het geheel niet om advies gevraagd. De door klager aangedragen argumenten met betrekking tot zijn leeftijd in combinatie met zijn gezondheid/medicatiegebruik en de overgelegde medische documentatie geven daartoe naar het oordeel van de beroepscommissie wel aanleiding. Daarbij kan de medisch adviseur de huidige situatie van de coronacrisis betrekken.

Gelet op het voorgaande is de bestreden beslissing onvoldoende gemotiveerd. De beroepscommissie zal het beroep daarom gegrond verklaren en de bestreden beslissing vernietigen. Zij zal verweerder opdragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak binnen een termijn van twee weken na ontvangst daarvan. Tot die tijd hoeft klager zich dus niet te melden. De beroepscommissie ziet geen aanleiding om aan klager een tegemoetkoming toe te kennen.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing. Zij draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak nadat de medisch adviseur van de afdeling IMA advies heeft uitgebracht. Zij kent klager geen tegemoetkoming toe.


Deze uitspraak is op 10 augustus 2022 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. M.J. Stolwerk en drs. M.R. van Veen, leden, bijgestaan door mr. M. Olde Keizer, secretaris.
 
 
secretaris    voorzitter
 

Naar boven