Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 07/2077/GV, 1 oktober 2007, beroep
Uitspraakdatum:01-10-2007

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 07/2077/GV

betreft: [klager] datum: 1 oktober 2007

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. A.C. Vingerling, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 30 juli 2007 genomen beslissing van de Minister van Justitie (de Minister),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager, alsmede zijn raadsman om zijn beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Namens klager is het beroep als volgt toegelicht. In de vorige afwijzende beslissing wordt minder uitvoerig gemotiveerd waarom klager niet met verlof zou mogen gaan, terwijl de aangevoerde informatie ook toen al bekend was. Het bevreemdt klager
derhalve
dat genoemde feiten eerst nu worden tegengeworpen. Ook is in de vorige afwijzing aangegeven dat er vooralsnog onvoldoende vertrouwen bestond in het verlenen van verlof, waarmee bij klager de hoop is ontstaan dat het thans wel verleend zou worden.
Klager wil werken aan zijn resocialisatie en op financieel vlak één en ander regelen.

Namens de Minister is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Het verzoek is afgewezen vanwege het negatieve advies van de politie. Hierin is, zakelijk weergegeven, aangevoerd, dat klager een kaart naar zijn slachtoffer heeft gestuurd, het verlofadres zich bevindt in de nabijheid van het slachtoffer, klager
tijdens de verhoren heeft aangegeven het slachtoffer na zijn detentie op te zoeken en bedreigingen in haar richting heeft geuit en heeft aangegeven de verbalisant ‘op te zullen zoeken’.

De directeur van de gevangenis de Dordtse Poorten heeft aangegeven gedragsmatig geen beletselen te zien voor verlof, doch de aanvraag gelet op de informatie van de politie niet te ondersteunen.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een gevangenisstraf van twee jaar met aftrek, wegens diefstal met geweld en gijzeling. Aansluitend dient hij de tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf te ondergaan. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of
omstreeks 4 november 2007. Aansluitend dient hij eventueel een subsidiaire hechtenis van drie dagen en één dag gijzeling op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften te ondergaan.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers derde verlofaanvraag. Hij kan in totaal drie verlofaanvragen indienen.

Uit het aan de namens de Minister genomen beslissing ten grondslag liggende advies van de politie blijkt dat klager behoort tot de categorie veelplegers. Klager ondergaat thans zijn vijfde detentie. Daarbij is het door klager opgegeven verlofadres in
de
nabijheid van de woonplaats van zijn slachtoffer. De kans op herhaling van een (agressie)delict, alsmede kans op slachtofferconfrontatie wordt daarmee ook thans nog te groot geacht. Daarbij kan verlofverlening maatschappelijke onrust teweeg brengen.
Klager heeft tijdens het politieverhoor bedreigingen geuit. Alhoewel het vorenstaande contra-indicaties vormen voor verlofverlening en een afwijzing van klagers verlofaanvraag kunnen rechtvaardigen moet, gelet op klagers zeer nabije v.i.-datum, een
groter belang worden gehecht aan zijn belang zijn terugkeer in de maatschappij voor te bereiden. De beroepscommissie betrekt in haar oordeel tevens dat de door de Minister aangevoerde gronden voor weigering van het verlof niet actueel zijn. Hier komt
bij dat aan het verlof voorwaarden kunnen worden verbonden. De beslissing van de Minister is derhalve, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk en onbillijk. Het beroep is gegrond. De Minister zal worden opgedragen een nieuwe
beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak, binnen een termijn van één week na ontvangst. Nu de rechtsgevolgen van de te vernietigen beslissing nog kunnen worden hersteld, acht de beroepscommissie geen termen aanwezig voor het toekennen
van
een tegemoetkoming.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing.
Zij draagt de Minister op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie binnen een termijn van een week (na ontvangst).
Zij bepaalt dat klager niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. A.G. Bosch en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van
mr. I. Lispet, secretaris, op 1 oktober 2007

secretaris voorzitter

Naar boven