Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-20/6960/GM, 7 juni 2021, beroep
Uitspraakdatum:07-06-2021

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

Nummer          R-20/6960/GM

    

Betreft [Klager]

Datum 7 juni 2021

 

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van [Klager] (hierna: klager)

 

1. De procedure

Klager heeft beroep ingesteld tegen het medisch handelen van de inrichtings(tand)arts van de Penitentiaire Inrichting (PI) Almelo (hierna: de inrichtings(tand)arts. Klager beklaagt zich erover dat hij niet tijdig is opgeroepen voor een behandeling bij de tandarts en dat hij in de tussentijd enkel ibuprofen zonder maagbeschermer voorgeschreven heeft gekregen.

De medisch adviseur bij het ministerie van Justitie & Veiligheid heeft bemiddeld. Het bemiddelingsverslag bevindt zich in het dossier.

De beroepscommissie heeft klager en de inrichtings(tand)arts in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van klager

Klager heeft zijn klacht tijdig ingediend. Op het klachtformulier staat weliswaar 11 maart 2020, maar daarmee wordt bedoeld dat toen de pijnklachten zijn begonnen. Klager is op 30 maart 2020 niet geholpen aan zijn kiesklachten en heeft toen direct een klacht ingediend.

Pas op 15 april 2020 is klager door de tandarts geholpen aan zijn klachten. Voor die tijd heeft klager vier weken lang vier keer per dag tegen de pijn ibuprofen, zonder maagbeschermer, moeten slikken. Toen klager inmiddels, maar veel te laat, is geholpen door de tandarts, moesten er twee kiezen worden getrokken. Volgens de tandarts was dit de enige mogelijkheid, vanwege diverse ontstekingen in klagers mond.

Standpunt van de inrichtings(tand)arts

Vanwege de coronamaatregelen zijn de werkzaamheden in de PI tijdelijk afgeschaald geweest. Dit conform de landelijke richtlijnen. De reguliere, niet urgente zorgafspraken kwamen stil te liggen. Dit gold ook voor de mondzorg. Klager heeft tijdens zijn klachtenperiode ondersteunende pijnmedicatie voorgeschreven gekregen. Later is dit aangevuld en heeft klager daarbij ook medicatie om zijn maag te beschermen gekregen.

3. De beoordeling

Ontvankelijkheid

Ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Penitentiaire maatregel (Pm) (Oud) dient een klacht tegen medisch handelen door of namens de inrichtings(tand)arts te worden ingediend uiterlijk op de veertiende dag na die waarop het medisch handelen waartegen de klacht zich richt, heeft plaatsgevonden.

Klager beklaagt zich over de periode vanaf 11 maart 2020 en zijn klacht ziet onder meer op het niet tijdig behandelen door de tandarts van klagers tandklachten. Op 30 maart 2020 en wederom op 7 april 2020 is hij niet opgeroepen voor de tandarts. De periode van zijn klachten loopt dus vanaf 11 maart 2020 tot en met (in ieder geval) 7 april 2020. Op 30 maart 2020 en op 12 april 2020 heeft hij klachten ingediend in de PI. Daarmee heeft klager tijdig zijn klachten ingediend en de beroepscommissie zal het beroep dan ook inhoudelijk behandelen.

Inhoudelijk

Vanwege de getroffen coronamaatregelen zijn in het voorjaar van 2020 de werkzaamheden in de PI – dus ook voor de inrichtingstandarts – afgeschaald. In het geval van klager betekende dit dat hij niet direct kon worden geholpen aan zijn tandprobleem, tenzij er sprake was van spoed. Ondanks dat het voor klager vervelend is dat hij niet direct kon worden behandeld, is niet gebleken dat er sprake was van een spoedsituatie. 

In afwachting van de tandartsbehandeling is aan klager pijnmedicatie voorgeschreven (ibuprofen, zo nodig). Later is zijn pijnmedicatie aangevuld met een maagbeschermer. Ondanks dat klager klaagt dat hij geen maagbeschermer heeft gekregen, volgt uit het dossier dat hij vanaf 3 april 2020 naast ibuprofen ook medicatie voor zijn maag (omeprazol) voorgeschreven heeft gekregen. De beroepscommissie overweegt dat, gelet op klagers leeftijd en nu er overigens geen sprake is van een contra-indicatie, het aan klager voorschrijven van een maagbeschermer niet noodzakelijk was. Het voorschrijven van ibuprofen betekent niet dat dit altijd in combinatie met medicatie om de maag te beschermen dient plaats te vinden. 

Gelet op het voorgaande kan het handelen van de inrichtings(tand)arts niet worden aangemerkt als in strijd met de destijds geldende norm van artikel 28 van de Pm (oud). De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren.

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

Deze uitspraak is op 7 juni 2021 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit

mr. M.J. Stolwerk, voorzitter, drs. B.A. Geurts en drs. K.M.P.A.M. Habryka, leden, bijgestaan door mr. A. de Groot, secretaris.

 

secretaris        voorzitter

 

Naar boven