Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 07/0347/GV, 13 maart 2007, beroep
Uitspraakdatum:13-03-2007

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 07/347/GV

betreft: [klager] datum: 13 maart 2007

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 7 februari 2007 genomen beslissing van de Minister van Justitie (de Minister),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Minister in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman, mr. E.R. Weening, om zijn beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft klagers verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting in het kader van algemeen verlof afgewezen.

2. De standpunten
Door en namens klager is aangevoerd dat zijn verzoek tot het tijdelijk verlaten van de inrichting ten onrechte is afgewezen. Dit is als volgt toegelicht. Het verzoek is op onjuiste informatie afgewezen. Bij de terugkeer van oud en nieuw-verlof in 2004
heeft klager naar de inrichting gebeld om door te geven dat de treinen vertraging hadden. Er kwamen die dag veel gedetineerden te laat terug.
In klagers gedragsrapportage staat dat hij op 1 juni 2004 op de telex werd gezet en op 8 juni 2004 werd opgepakt. Klager had weekendverlof van 29 mei 2004 tot en met 1 juni 2004. Op 1 juni 2004 sprak klager mr. Weening persoonlijk en ging klager zich
melden bij het politiebureau in Rotterdam centrum. Klager werd naar huis gestuurd omdat hij niet op de telex stond. De tweede dag meldde klager zich weer. Op 3 juni 2004 stond klager nog steeds niet op de telex, maar besloten ze klager toch maar aan te
houden.
Gezien de totale duur van klagers detentie en de inmiddels verstreken tijd sinds het zich niet (tijdig) melden – voor zover dit niet wordt betwist – kunnen deze voorvallen in redelijkheid niet meer ten grondslag worden gelegd aan een weigering van de
verlofaanvraag. Het gedrag van klager kan evenmin als contra-indicatie worden beschouwd. Klager staat in zijn recht en probeert deze rechten zoveel mogelijk op de daartoe geëigende weg veilig te stellen.

Namens de Minister is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Klager is tijdens zijn huidige detentie niet en niet tijdig teruggekeerd van een regimair verlof. Hij heeft in zijn beroepschrift de situatie ten tijde van zijn onttrekking aan een regimair verlof van 29 mei 2004 tot en met 1 juni 2004 omschreven. Het
is echter niet duidelijk waarom hij niet is teruggekeerd. Daarnaast is niet bekend waarom hij zich niet gewoon heeft gemeld bij de desbetreffende inrichting en waarom hij niet telefonisch contact heeft opgenomen met de inrichting.

De directeur van de gevangenis Overmaze te Maastricht heeft negatief geadviseerd ten aanzien van de verlofaanvraag.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een gevangenisstraf van zeven jaren met aftrek, wegens – kortweg – doodslag. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 11 september 2007.

Het beroep richt zich tegen de afwijzing van klagers eerste verlofaanvraag. Klager heeft drie eerdere mogelijkheden om verlof aan te vragen niet benut. Hij kan in totaal zes verlofaanvragen indienen.

Klagers verzoek om algemeen verlof is afgewezen. Deze afwijzing is gebaseerd op het feit dat klager tijdens zijn huidige detentie in januari 2004 te laat is teruggekeerd van een regimair verlof en in juni 2004 niet is teruggekeerd van verlof. Deze
omstandigheden zijn onvoldoende zwaarwegend om de afwijzende beslissing thans te kunnen dragen. Het beroep zal derhalve gegrond worden verklaard en aan de Minister zal worden opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing.
Zij draagt de Minister op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak van de beroepscommissie binnen een termijn van veertien dagen (na ontvangst).

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. A.G. Bosch en mr. J.M.M. van Woensel, leden, in tegenwoordigheid van
mr. L. de Greef, secretaris, op 13 maart 2007

secretaris voorzitter

Naar boven