Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 06/1703/GB, 17 oktober 2006, beroep
Uitspraakdatum:17-10-2006

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 06/1703/GB

Betreft: [klager] datum: 17 oktober 2006

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. S. Schuurman, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 28 juni 2006 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de beslissing waarvan beroep.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft klagers verzoek tot overplaatsing naar het huis van bewaring (h.v.b.) / ISD Utrecht te Nieuwegein afgewezen.

2. De feiten
Klager is sedert 13 mei 2006 gedetineerd. Hij verblijft als preventief gehechte in het h.v.b./ ISD Rotterdam te Krimpen aan den IJssel.

3. De standpunten
3.1 Door gemachtigde en namens klager is het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot overplaatsing naar het h.v.b./ ISD Utrecht als volgt toegelicht.
Het is klager niet duidelijk waarom zijn overplaatsingsverzoek niet wordt ingewilligd. Dit zou te maken hebben met zijn gedrag maar er is nagelaten om dit gedrag concreet te omschrijven qua tijd, plaats en handeling. Bovendien heeft zijn gedrag
niets te maken met klagers verzoek tot een overplaatsing naar een andere locatie, welk verzoek hij heeft ingediend omdat het nu heel moeilijk is voor zijn familieleden om hem te komen bezoeken. Klagers oma is invalide en zit in een rolstoel. Mede
hierdoor en door het ontbreken van eigen vervoer, kunnen klagers moeder en zijn twee broertjes hem niet komen bezoeken. Gezien de reactie van de selectiefunctionaris lijkt het of het afwijzen van het verzoek tot overplaatsing wordt gehanteerd als een
disciplinaire straf. Dit is geen juiste gang van zaken.

3.2 De selectiefunctionaris heeft de afwijzing van genoemd verzoek als volgt toegelicht.
Klager vertoont in de inrichting negatief gedrag. Dit komt tot uiting in een negatieve houding t.o.v. het personeel en verbaal agressief, provocerend gedrag. Gelet hierop

heeft de selectiefunctionaris geen reden gezien diens verzoek te honoreren. Te meer daar hij in het h.v.b./ ISD Rotterdam frequent bezoek ontvangt. De door klager overgelegde medische verklaring is voor kennisgeving aangenomen omdat er niet uit
zou blijken in welke relatie de persoon staat tot de gedetineerde.

4. De beoordeling
4.1. Klager behoort, gelet op zijn status als preventief gehechte, tot de categorie gedetineerden voor opneming van wie de huizen van bewaring zijn bestemd.

4.2. De beroepscommissie stelt op grond van de stukken vast dat klager een verzoek tot overplaatsing heeft ingediend vanwege bezoektechnische redenen. Deze bezoekproblemen heeft hij echter niet voldoende aannemelijk gemaakt. Het h.v.b. in Krimpen
aan
den IJssel is immers met het openbaar vervoer te bereizen en evenmin is er een medische oorzaak waardoor klagers moeder en zijn twee broertjes niet zouden kunnen reizen. De voornaamste reden om het verzoek af te wijzen is het ontbreken van de noodzaak
tot overplaatsing. De afwijzingsbeslissing is niet te beschouwen als een straf. De op de onder 3.2 genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris kan derhalve, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, niet als
onredelijk
of onbillijk worden aangemerkt.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.P. Balkema, voorzitter, mr. A.G. Bosch en dr. J.P.S. Fiselier, leden, in tegenwoordigheid van D.C. Carsten, secretaris, op 17 oktober 2006

secretaris voorzitter

Naar boven