Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 05/3025/TB, 30 mei 2006, beroep
Uitspraakdatum:30-05-2006

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 05/3025/TB

betreft: [klager] datum: 30 mei 2006

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een beslissing van 16 november 2005 van de Minister van Justitie, verder te noemen de Minister,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Ter zitting van de beroepscommissie van 25 april 2006, gehouden in de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Amsterdam, is gehoord klager, en namens de Minister [...]. Als toehoorder namens de Minister zijn aanwezig [...] en [...].
Klagers raadsman mr. F.J. Koningsveld heeft schriftelijk bericht te zijn verhinderd ter zitting te verschijnen en verzocht om aanhouding, welk verzoek de beroepscommissie heeft afgewezen met het verzoek een schriftelijke toelichting op het beroep te
geven. Bij brief van 24 april 2006 heeft mr. F.J. Koningsveld bericht daarmee akkoord te gaan en het beroep toegelicht.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Minister heeft beslist klager te plaatsen in de longstayvoorziening van FPI De Rooyse Wissel in de p.i. Overmaze te Maastricht.

2. De feiten
Klager is bij onherroepelijke uitspraak van 12 oktober 2000 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar met aftrek en ter beschikking gesteld (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege. Klagers tbs is op 19 april 2001
aangevangen. Op 8 oktober 2001 is klager geplaatst in de Prof.Mr. W.P.J. Pompekliniek te Nijmegen (hierna: Pompekliniek). Deze inrichting heeft klager op 23 mei 2004 aangemeld voor plaatsing op een longstayafdeling. Bij advies van 15 oktober 2004 van
de
Landelijke Adviescommissie Plaatsing (LAP) en advies van de voltallige LAP van 7 februari 2005 is aangegeven dat de behandelaar ten aanzien van klager in alle redelijkheid tot de longstayindicatie heeft kunnen komen.
Klager is op 14 november 2005 gehoord over de voorgenomen plaatsing in de longstayvoorziening van De Rooyse Wissel. De Minister heeft op 16 november 2005 beslist klager in die voorziening te plaatsen, welke plaatsing hangende het beroep is
gerealiseerd.

3. De standpunten
Door en namens klager is aangevoerd dat de longstayindicatie niet wordt bestreden. Klager wil geen hormonale behandeling. Hij heeft in 1987 in een psychiatrisch ziekenhuis te Franeker een dergelijke behandeling ondergaan en dat had veel invloed op zijn
seksleven, maar niet op zijn gerichtheid op jonge kinderen. Het beroep richt zich uitsluitend tegen het feit dat hij is geplaatst in de longstayvoorziening van De Rooyse Wissel te Maastricht. Klager wil samen zijn met zijn echtgenoot, die verblijft in
de longstayvoorziening De Corridor te Zeeland. Klager wil daarom in De Corridor geplaatst worden. Hij wil een plekje voor hem en zijn echtgenoot, desnoods met zeven hekken er omheen. Hij en zijn echtgenoot hoeven niet op dezelfde afdeling geplaatst te
worden, maar in ieder geval wel in hetzelfde gebouw met minimaal een bezoekregeling. Het zou eenvoudig te realiseren moeten zijn dat klager en zijn echtgenoot in dezelfde longstayvoorziening worden geplaatst waardoor recht wordt gedaan aan het recht op
familie- en gezinsleven. Klager verblijft sinds 4 januari 2006 in de longstayvoorziening te Maastricht en is daar tot op het moment van de zitting slechts eenmaal door zijn echtgenoot bezocht. Ze hebben lang voor hun relatie en een bezoekregeling
moeten
vechten en sinds hij in Maastricht verblijft is er opeens niets meer mogelijk. Hij heeft zelfs een afzonderingsmaatregel opgelegd gekregen, terwijl hij alleen maar samen wil zijn met zijn echtgenoot en met hem een leven wil opbouwen binnen de longstay.
Ze zijn tweeëneenhalf jaar getrouwd, maar de eerste huwelijksnacht moet nog komen. Hij kent iemand in de Pompekliniek die graag naar Maastricht wil, terwijl klager tegen zijn zin in Maastricht is geplaatst. Klager vraagt zich af hoe dom het ministerie
van Justitie kan zijn. Klager kreeg in Nijmegen bezoek van een vriend en nicht, maar dat is afgelopen sinds hij in Maastricht zit vanwege de reisafstand voor hen.

Namens de Minister is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
De mogelijkheid tot resocialisatie speelt geen rol bij een longstayplaatsing. Het plaatsingsbeleid is aselect en er is geen ruimte om dit te doorkruisen door rekening te houden met geografische voorkeuren van longstaypatiënten. De volgorde van de
wachtlijst wordt bepaald door de datum van de indicatiestelling door de LAP en tbs-gestelden worden in beginsel op basis van anciënniteit geplaatst in een voorziening waar het eerst een plaats vrijkomt. Hierbij kan wel rekening worden gehouden met het
advies van de LAP wat betreft aanbevolen zorg- en beveiligingsniveau. Alhoewel klagers argument om dichter bij familie te wonen begrijpelijk is, acht de Minister het, gezien de huidige wachtlijstproblematiek en de noodzaak om behandelplaatsen te
creëren, onwenselijk om klager onnodig een doorstroomplaats te laten bezetten en het aselecte plaatsingsbeleid te doorkruisen. Er zijn door klager geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat de
reisafstand onoverkomelijk is. Voorts wordt in principe bij het plaatsingsbeleid geen rekening gehouden met een relatie met een partner. De klinieken geven aan dat een bezoekregeling toegestaan zou kunnen worden. Naar aanleiding van een incident in De
Rooyse Wissel van twee weken vóór deze zitting, durft deze kliniek bezoek op dit moment niet aan. Dit gaat de Minister niet aan. De rechtspositie van de tbs-gestelde is in elke longstayvoorziening gelijk. Klager heeft op grond van artikel 37 Bvt in
beginsel tenminste recht op bezoek gedurende tenminste één uur per week, maar geen afdwingbaar recht op bezoeken gedurende de nacht. Navraag bij De Rooyse Wissel leert dat de kliniek zich op basis van de huidige beschikbare informatie op het standpunt
stelt dat overnachtingen van de echtgenoot van klager onwenselijk zijn. De delictproblematiek en toename van delictgerelateerd gedrag lijken nauw samen te hangen met wederzijdse bezoeken. Daarnaast zal het effect daarvan op medepatiënten binnen een
relatief klein leefmilieu van de longstayvoorziening aanzienlijk zijn. Wanneer klager een verzoek om overnachtingen van zijn echtgenoot indient, zal de kliniek dat om die redenen afwijzen. Een dergelijke toekomstige beslissing van de kliniek hoort geen
rol te spelen bij de beslissing tot plaatsing in een longstayvoorziening.
Het beroep zal derhalve ongegrond zijn.

4. De beoordeling
De Minister heeft de beslissing tot klagers longstayplaatsing genomen op grond van de uitgebrachte rapportages en adviezen omtrent klagers diagnose, behandelbaarheid en delictgevaarlijkheid waaronder de aanmelding voor de longstayplaatsing en adviezen
van de LAP. Klagers beroep richt zich niet tegen de longstayindicatie, maar uitsluitend tegen de plaats van de longstayvoorziening waarvoor hij is geselecteerd en waarin hij is geplaatst.

Klager heeft geen zwaarwegende argumenten aangevoerd die zouden kunnen of moeten leiden tot het oordeel dat de Minister in redelijkheid niet tot de bestreden beslissing heeft mogen komen. De beroepscommissie is niet gebleken van een, uit het oogpunt
van
een belang van klager, zodanig sterke wenselijkheid van plaatsing van klager in De Corridor dat dit dient te prevaleren boven het belang van een plaatsing in de longstayvoorziening van De Rooyse Wissel.
Hetgeen klager heeft aangevoerd over zijn huwelijk met zijn in een andere longstayvoorziening verblijvende echtgenoot, kan - hoe moeilijk dit ook voor klager (en zijn echtgenoot) zal zijn - niet tot een ander oordeel leiden. Hierbij is in aanmerking
genomen dat de Minister op basis van het gevoerde plaatsingsbeleid aselect plaatst op basis van anciënniteit en dat daarbij in principe geen rekening wordt gehouden met een relatie met een eveneens ter beschikking gestelde echtgenoot. Er is geen
wettelijk afdwingbaar recht van gehuwde ter beschikking gestelden op plaatsing in eenzelfde longstayvoorziening en op overnachtingen bij elkaar. Aldus is sprake van een gerechtvaardigde inbreuk op het in artikel 8 van het Europees Verdrag tot
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden neergelegde recht op respect voor het familie- en gezinsleven. In dit verband is van belang dat De Rooyse Wissel overnachtingen van beide partners onwenselijk acht vanwege een met
bezoeken samenhangende toename van delictgerelateerd gedrag. Bovendien zal het effect van gezamenlijke overnachtingen op medepatiënten binnen een relatief klein leefmilieu van een longstayvoorziening aanzienlijk zijn. Wel kan de beroepscommissie zich
voorstellen dat De Rooyse Wissel en De Corridor zoeken naar een gepaste bezoekregeling, waarbij voorwaarden gesteld kunnen worden.
Hetgeen klager heeft aangevoerd over bezoekmogelijkheden van een vriend en zijn nicht, kan in het licht van het gevoerde plaatsingsbeleid evenmin tot een ander oordeel leiden.

Het hiervoor overwogene in aanmerking genomen is de beslissing klager te plaatsen in de longstayvoorziening van De Rooyse Wissel niet in strijd met de wet en kan deze evenmin als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal derhalve
ongegrond worden verklaard.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.M. van der Vaart, voorzitter, drs. B. van Dekken en mr. H. Heijs, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.W. Bevaart, secretaris, op 30 mei 2006

secretaris voorzitter

Naar boven