Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 04/3076/GA, 4 april 2005, beroep
Uitspraakdatum:04-04-2005

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 04/3076/GA

betreft: [klager] datum: 4 april 2005

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 13 december 2004 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting Vught,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voormelde p.i. in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman mr. J.B. Boone om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het feit dat klager op 2 en 3 november 2004 een half uur langer dan gebruikelijk ingesloten is geweest.

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht. In verband met een of andere organisatorische reden is klager op 2 en 3 november 2004 een half uur langer ingesloten geweest dangebruikelijk. Ze weigeren om dit te compenseren. De beklagcommissie is van oordeel dat klager zijn klacht te laat heeft ingediend maar dit is niet juist. In de mededeling van de directie van 29 oktober 2004 wordt de beklagtermijnniet vermeld. De beklagcommissie heeft klagers klacht niet correct behandeld.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Klager heeft gesteld dat in de door hem bestreden beslissing niet is vermeld binnen welke termijn hij zijn eventuele beklag diende in te dienen en dat hij derhalve niet kan worden gehouden aan de in artikel 61, vijfde lid, Pbwvermelde beklagtermijn van zeven dagen.
De directeur is niet gehouden om terzake van de onderhavige beslissing de beklagtermijn te vermelden.Voorts heeft klager ook nog meer dan zeven dagen laten verlopen sedert de dagen, waarop hij te lang ingesloten zou zijn geweest,alvorens in beklag te gaan.
Hetgeen in beroep is aangevoerd kan - voorzover dat is komen vast te staan - naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Het beroep zal derhalve ongegrond wordenverklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.J. van Oostveen, voorzitter, mr. J.P. Balkema en dr. J.P.S. Fiselier, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 4 april 2005.

secretaris voorzitter

Naar boven