Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-19/3762/GA, 14 juli 2020, beroep
Uitspraakdatum:14-07-2020

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          R-19/3762/GA                   

Betreft [klager]            Datum 14 juli 2020

Uitspraak van de beroepscommissie van de RSJ op het beroep van de directeur van de Penitentiaire Inrichting (PI) Vught (hierna: de directeur)

1. De procedure

[klager] (hierna: klager) heeft beklag ingesteld tegen zijn plaatsing in een afzonderingscel van 7 maart 2019 om 19:30 uur tot 8 maart 2019 om 09:00 (VU-2019-404).

De alleensprekende beklagrechter heeft op 13 mei 2019 het beklag gedeeltelijk gegrond verklaard en aan klager een tegemoetkoming toegekend van €10,-. De uitspraak van de beklagrechter is bijgevoegd.

De directeur heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld.

De beroepscommissie heeft de directeur en klager in de gelegenheid gesteld hun standpunten schriftelijk (nader) toe te lichten.

2. De standpunten in beroep

Standpunt van de directeur

Klager heeft na afloop van het bezoekmoment (rond 14:00) geweigerd om mee te werken aan de visitatie. Klager is toen naar een afzonderingscel overgebracht, waar hij nogmaals de kans kreeg om mee te werken. Ook dit weigerde hij. Daarvan is een schriftelijk verslag opgemaakt, waarna hij op grond van een bewaardersarrest, als bedoeld in artikel 24, vierde lid, van de Penitentiaire Beginselenwet (Pbw), in de afzonderingscel is geplaatst. Het schriftelijk verslag is afgehandeld door een directeur. Klager kreeg drie dagen opsluiting in eigen cel opgelegd.

Enige tijd later (rond 16:30) werd er geconstateerd dat een medegedetineerde niet aanwezig was op de afdeling. De operationele dienst heeft een tijdlijn opgesteld en er werd een crisisteam gevormd. Het incident van klager kort daarvoor viel op. Daarop heeft de operationele dienst besloten klager te isoleren, zodat hij zijn verhaal niet zou kunnen afstemmen met derden. Klager is overgebracht naar de afzonderingscel. Dit betrof een bewaardersarrest en een directeur is in kennis gesteld. Dit heeft minder dan vijftien uur geduurd. Een dergelijke beslissing hoeft niet op schrift te worden gesteld. De directeur maakte onderdeel uit van het crisisteam.

Standpunt van klager

Klager heeft zijn standpunt in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling

De beklagrechter heeft het beklag gegrond verklaard, omdat de beslissing om klager in een afzonderingscel te plaatsen is aangemerkt als ordemaatregel die op schrift moet worden gesteld, hetgeen niet is gebeurd.

Dit is ingegeven door de omstandigheid dat de directeur in zijn reactie op het beklag het volgend heeft vermeld: “In het kader van het onderzoek en de veiligheid in de inrichting heb ik besloten om klager direct te separeren”. Nu de directeur niet bevoegd is om een bewaardersarrest op te leggen, moet in dat geval sprake zijn van een ordemaatregel.

In beroep stelt de directeur eerst dat een crisisteam zelfstandig heeft besloten om klager in de afzonderingscel te plaatsen en dat daarom sprake is van een bewaardersarrest. In reactie op schriftelijke vragen van de beroepscommissie, geeft de directeur aan dat de operationele dienst klager in de afzonderingscel heeft geplaatst. Ook geeft hij aan dat een directeur onderdeel uitmaakte van het crisisteam. Het is daarentegen onduidelijk of een directeur ook direct betrokken was bij de beslissingen van de operationele dienst.

Nu de directeur in deze beklag- en beroepsprocedure drie verschillende partijen heeft aangemerkt als de partij die klager in de afzonderingscel heeft geplaatst, waarbij in (ten minste) twee van de drie scenario’s een directeur daarbij direct betrokken is geweest, moet het ervoor worden gehouden dat geen sprake is geweest van een bewaardersarrest, maar van een ordemaatregel die op schrift moet worden gesteld. De beroepscommissie zal het beroep daarom ongegrond verklaren en de uitspraak van de beklagrechter bevestigen voor zover in beroep aan de orde.

4. De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagrechter voor zover in beroep aan de orde.

Deze uitspraak is op 14 juli 2020 gedaan door de beroepscommissie, bestaande uit mr. M. Iedema, voorzitter, U.P. Burke en mr. D. van der Sluis, leden, bijgestaan door mr. P. de Vries, secretaris.

secretaris        voorzitter

Naar boven