Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ R-19/3048/TA, 1 juli 2019, beroep
Uitspraakdatum:01-07-2019

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:          R-19/3048/TA

betreft: [klager]                                               datum: 1 juli 2019

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 67 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. J.C. de Goeij, namens […], verder te noemen klager,  gericht tegen een uitspraak van 6 februari 2019 van de beklagcommissie bij FPC van der Hoeven Kliniek te Utrecht, verder te noemen de instelling, en van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, die in afschrift aan deze uitspraak is gehecht. Ter zitting van de beroepscommissie van 21 mei 2019, gehouden in het Justitieel Complex Zaanstad, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.C. de Goeij en namens het hoofd van voormelde tbs-instelling mevrouw […] en mevrouw […], juridisch medewerkers. Als toehoorder was aanwezig mevrouw […], senior secretaris bij de Raad. Op verzoek van de beroepscommissie is op 21 mei 2019 namens het hoofd van de instelling een nadere schriftelijke toelichting overgelegd. Klager en zijn raadsman zijn tot 29 mei 2019 in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Van die gelegenheid is op 25 mei 2019 gebruik gemaakt.  Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft de schending van klagers privacy door de wijze waarop hij telefoongesprekken met zijn netwerk moet voeren (HK2018/145). De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2.         De standpunten van klager en het hoofd van de instelling

Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt - samengevat - als volgt toegelicht. Door de wijze waarop klager telefoongesprekken dient te voeren, is feitelijk sprake van een maatregel van beperking op zijn telefoongesprekken. Immers moet klager bellen in een woonkamer in de aanwezigheid van medepatiënten, waar zij bezig zijn met allerlei activiteiten. Het is een aantal keer voorgekomen dat is meegeluisterd door personeel. De inhoud van één van die telefoongesprekken was vervolgens terug te lezen in klagers status. De instelling stelt dat het probleem oplosbaar is door afspraken te maken met medepatiënten. Zij vergeet echter dat sprake is van labiele personen, waardoor afspraken niet worden nagekomen. Bovendien is geen toezicht op de naleving van de gemaakte afspraken en is het maken van afspraken geen optie indien klager (onverwachts) gebeld wordt. Aan voor de hand liggende oplossingen, zoals het meenemen van een advocatentelefoon naar de eigen verblijfsruimte, wil de instelling niet meewerken. Aan de vaste telefoon zit een lang snoer, maar klager wordt niet toegestaan naar een andere ruimte te lopen. Daarbij komt het snoer dan klem te zitten of er moet iets tussen deur worden gelegd, waardoor de deur op een kier komt te staan. Het snoer kan dan ook niet tussen de deur. Ook al zou de deur dicht kunnen, dan is dat geen garantie dat je rustig kan bellen, omdat medepatiënten alsnog binnen kunnen komen. De behandelfilosofie is derhalve in strijd met het recht op privacy. Namens het hoofd van de instelling is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt - samengevat - als volgt toegelicht. Op de leefgroep van klager geldt dat in de gemeenschappelijke ruimte getelefoneerd kan worden. In het kader van de behandelfilosofie dient klager afspraken te maken met zijn medepatiënten over het telefoneren. Indien dat niet lukt, kan een medewerker om hulp worden gevraagd. Recentelijk is een werkgroep ingesteld om te onderzoeken of er andere mogelijkheden zijn ten aanzien van het telefoneren. De feitelijke situatie is volgens na de zitting door de instelling toegezonden informatie als volgt: “De telefoon staat in de keuken. Aan de telefoon zit een lang snoer van zeker zes meter. Aangezien de keuken direct aan de tuin grenst kan een patiënt buiten telefoneren door een houten spie te plaatsen tussen de deur zodat deze niet afgeklemd wordt. Voordeel daarvan is dat er ook gerookt kan worden. Gelet op de lengte van het snoer kan de telefoon die in de keuken staat zowel via de deur als via de schuifdeur naar de woonkamer toe. Via de deur houdt in onder de deur omdat deze kiert en via de schuifdeur ontstaat er een kleine opening, en aangezien het snoer zo lang is kan deze ver worden meegenomen in de woonkamer, de hoek om, waardoor de patiënt kan zitten op de bank in de woonkamer tijdens het telefoneren. Overigens kan de telefoon ook aangesloten worden in de woonkamer aangezien daar ook een aansluiting zit voor de telefoon.”Namens klager is als volgt gereageerd op de door de instelling toegezonden informatie omtrent de feitelijke situatie. Klager stelt dat het snoer niet tussen de deur kan en dat in de woonkamer geen telefoonaansluiting aanwezig is. De optie om buiten te bellen is in de praktijk geen optie. Het wordt wel als optie aangeboden, maar klager wordt vervolgens weggestuurd omdat men het onwenselijk vindt als een patiënt buiten belt.

3.         De beoordeling

Het recht van klager om te telefoneren is geregeld in van artikel 38, eerste lid, van de Bvt. Daarin is tevens bepaald dat de tijden en plaatsen, alsmede het toestel waarmee kan worden gebeld, worden aangewezen in de huisregels. In de instelling waar klager verblijft is voor alle op zijn leefgroep verblijvende verpleegden geldend beleid dat in de gemeenschappelijke ruimte getelefoneerd kan worden, waarbij onderling afspraken worden gemaakt. Over algemeen beleid kan niet worden geklaagd, tenzij dit beleid in strijd is met wet- of regelgeving van hogere orde. Van strijd met hogere wet- of regelgeving is naar het oordeel van de beroepscommissie (vooralsnog) niet gebleken. Hiertoe overweegt zij als volgt. De beroepscommissie acht van belang dat verpleegden van het recht om te telefoneren gebruik kunnen maken op een wijze waarbij hun recht op privacy in voldoende mate wordt gewaarborgd. Uit de inlichtingen van het hoofd van de instelling volgt dat de telefoon, die zich in de keuken bevindt, een lang snoer heeft waardoor gebeld kan worden in onder andere de keuken, de tuin en de woonkamer. Hierbij gaat het snoer onder de deur door of via een kleine opening via de schuifdeur naar de woonkamer. Het snoer is zo lang, dat een verpleegde in de woonkamer om de hoek op de bank kan telefoneren. Tevens kan de telefoon worden aangesloten in de woonkamer. Door het hoofd van de instelling is toegelicht dat klager - in het licht van het behandelaspect - met zijn medepatiënten afspraken dient te maken met betrekking tot het telefoneren. Dit uitgangspunt acht de beroepscommissie op zichzelf niet onredelijk. Klager staan, vanwege het lange snoer, verschillende plaatsen ter beschikking om te telefoneren. Dat voor het ongestoord bellen soms enig overleg nodig is maakt niet dat zijn privacy onvoldoende is gewaarborgd. De stelling dat deze wijze van telefoneren in strijd met artikel 8 van het EVRM volgt de beroepscommissie dan ook niet. Wel merkt de beroepscommissie op dat waar nodig – bijvoorbeeld in geval van gemaakte afspraken die door anderen dan klager niet zouden worden nagekomen – het personeel erop moet toezien dat klager met behoud van voldoende privacy kan telefoneren met zijn netwerk (vgl. ook RSJ 13 april 2015, 14/4209/TA). Klager zal gelet op het voorgaande alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag. Ten overvloede merkt de beroepscommissie op dat door klager is verklaard dat is meegeluisterd met zijn telefoongesprekken en de inhoud van één van die gesprekken was terug te lezen in zijn status. De beroepscommissie acht dit een zeer onwenselijke situatie, die bij voortduring zonder meer strijd kan opleveren met klagers recht op privacy. Nu sprake is van een incident, dat bovendien geen deel uitmaakt van deze klacht, volstaat de beroepscommissie met constatering van de onwenselijkheid ervan.

4.         De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.J.H. van den Hombergh, voorzitter, drs. M.R. Daniel en drs. J.E. Wouda, leden,  in tegenwoordigheid van mr. R. Smeijers, secretaris, op 1 juli 2019.

secretaris                                 voorzitter                   

 

 

 

 

 

Naar boven