Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 18/0327/GA, 9 juli 2018, beroep
Uitspraakdatum:09-07-2018

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

nummer:          18/327/GA

betreft: [klager]            datum: 9 juli 2018

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. F.L.C. Schoolderman, namens […], verder te noemen klager, gericht tegen een uitspraak van 1 februari 2018 van de beklagcommissie bij de locatie Roermond. 

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 15 juni 2018, gehouden in penitentiaire inrichting (p.i.) Vught, zijn gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. F.L.C. Schoolderman. De directeur van de locatie Roermond heeft schriftelijk laten weten niet ter zitting te verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

           

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft het besluit om klager terug te plaatsen van het plusregime naar het basisregime (R-2017-000213).

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2.         De standpunten van klager en de directeur

Door en namens klager is in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. De beslissing is gebaseerd op een onjuiste juridische interpretatie. Klager mag niet enkel op grond van een incident worden teruggeplaatst. Uit  de uitspraak van de RSJ 4 april 2016, 15/4200/GA volgt dat inherente illegale nevenhandelingen niet maken dat sprake is van meer dan een enkel incident. Er moet een belangenafweging gemaakt worden tussen het ongewenste gedrag en het groene gedrag. Er is geen sprake van structureel ongewenst gedrag. Op 21 augustus 2017 is tijdens een cel inspectie een telefoon bij klager gevonden. Klager zat fout en dat hij daarvoor een disciplinaire straf opgelegd kreeg is terecht. Dit was echter het eerste incident. Het al dan niet langere tijd in bezit hebben van een telefoon brengt geen structureel gedrag met zich mee. Volgens de tabellen in bijlage 1 van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden wordt het bezit van een mobiele telefoon als ongewenste gedraging aangemerkt. De overige nevenhandelingen, vallen niet binnen het rode of oranje kader. Bovendien kunnen die handelingen tezamen niet gezien worden als structureel gedrag. In de beslissing van de beklagcommissie is sprake van een evidente misslag. Daarin wordt gesteld dat de directeur voldeed aan de belangenafweging, gelet op de aanvulling van het schriftelijk verweer en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling werd aangevoerd. Die belangenafweging moet echter gemaakt worden in het besluit zelf. Daarnaast is überhaupt geen sprake van een uitdrukkelijke belangenafweging. De directeur benadrukt slechts de ernst van het incident, maar zet dat niet af tegen het structurele groene gedrag. Klager zit sinds 7 september 2015 in het plusregime. Gedraagt zich altijd goed, doet overal aan mee en vertoont geen ongewenst (rood) gedrag. Verder werd opgemerkt dat klager vroeg om het afdelingshoofd om zijn excuses te maken. Daarnaast gaf hij uit zichzelf aan dat hij de telefoon al langere tijd in zijn bezit had. Verzocht werd om het beroep gegrond te verklaren en klager en tegemoetkoming toe te kennen.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht. Dat standpunt luidde als volgt. Klager gaf toe dat de gevonden telefoon van hem is en dat hij hem al geruime tijd in zijn bezit heeft. Hij laat hierdoor zien structureel niet op een positieve wijze mee te werken aan zijn resocialisatie en re-integratie.

In het DBT wordt aangegeven dat het bezit van contrabande, een mobiele telefoon, niet past bij gedetineerden die deelnemen aan het plusprogramma. Daarnaast betreft het bezit van een telefoon geen eenmalig incident. Het gaat ook om alle handelingen voorafgaand aan het bezit. Het handelen getuigt niet van het nemen van verantwoordelijkheid, maar van het misleiden van het personeel door zich heel braaf en vriendelijk voor te doen.

3.         De beoordeling

Op grond van artikel 1d van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de regeling) besluit de directeur over promotie en degradatie van een gedetineerde. Op grond van artikel 1d, derde lid, van de regeling kan de directeur besluiten tot degradatie indien de gedetineerde, die is gepromoveerd, op een van de onderdelen van goed gedrag verzaakt.

De directeur dient voorafgaande aan een beslissing over degradatie een belangenafweging te maken. Bij die belangenafweging dient de directeur het ‘oranje-gedrag’ dan wel het ‘rode gedrag’ van de gedetineerde af te zetten tegen het structurele gedrag, waaronder al het ‘groene gedrag’, van de gedetineerde. Uit die belangenafweging dient duidelijk te blijken waarom dat gedrag van de gedetineerde, bezien in het licht van het uitgangspunt van het DBT dat gedetineerden zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun re-integratie, dient te leiden tot degradatie. Die belangenafweging moet op schrift gesteld zijn, zodat die ook inzichtelijk is voor de betreffende gedetineerde, zoals blijkt uit de uitspraak van de RSJ 16 maart 2015, 14/3222/GA.

De beroepscommissie stelt als onweersproken vast dat klager voorafgaand aan het betreffende incident twee jaar lang groen gedrag vertoonde. Voorts merkt de beroepscommissie op dat klager meewerkte aan het onderzoek, en dus de waarheidsvinding, door zelf te vertellen dat hij de telefoon een maand geleden in zijn bezit kreeg. Hoewel de uitkomst van de beklagcommissie niet onbegrijpelijk is, acht de beroepscommissie alles in afweging nemend dat het illegaal bezit van een telefoon in het licht van  klagers jarenlange groene gedrag bezien, gezien kon worden als een incident.

Van meer of ander negatief gedrag van klager is de beroepscommissie namelijk niet gebleken en in de afweging door de directie wordt uitsluitend aangegeven dat sprake was van bezit van de telefoon gedurende enige tijd voorafgaand aan het ontdekken daarvan.

Het beroep zal dan ook gegrond verklaard worden en klager zal een tegemoetkoming van €30,00 worden toegekend.

4          De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond.

Zij bepaalt dat aan klager een tegemoetkoming toekomt van € 30,=.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.W. Wabeke, voorzitter, mr. A.T. Bol en mr. R.S.T. Rossem-Broos, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Dekker, secretaris, op 9 juli 2018

         

 

            secretaris         voorzitter

 

Naar boven