Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 18/0039/SGA, 5 januari 2018, schorsing
Uitspraakdatum:05-01-2018

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer          : 18/0039/SGA

Betreft : [verzoeker]    datum: 5 januari 2018

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift ingediend door mr. C.G.J.E. Lut, namens

[…], verder verzoekster te noemen, verblijvende in de penitentiaire inrichting (p.i.) Vught.

Verzoekster vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de (verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voormelde inrichting van 3 januari 2018, inhoudende de oplegging van een disciplinaire straf van afzondering in een afzonderingscel voor de duur van drie dagen, ingaande op 3 januari 2018 om 14.00 uur en eindigend op 6 januari 2018 om 14.00 uur.

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van het klaagschrift van 3 januari 2018 alsmede van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 4 januari 2018.

 

1.         De beoordeling

De voorzitter stelt voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en

beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat het geval.

Uit de inlichtingen van de directeur, waaronder begrepen de schriftelijke reactie van de directeur van 4 januari 2018 op het schorsingsverzoek en het verslag met betrekking tot de oplegging van de disciplinaire straf van 3 januari 2018, maakt de voorzitter op dat de opgelegde disciplinaire straf bestaat uit afzondering in een afzonderingscel. De straffen die kunnen worden opgelegd staan limitatief opgesomd in artikel 51, eerste lid van de Pbw. De door de directeur opgelegde straf van “afzondering in de afzonderingscel” behoort niet tot de in artikel 51, eerste lid, van de Pbw genoemde straffen. Voor de beslissing van de directeur bestaat derhalve geen wettelijke grondslag.

 Het verzoek zal dan ook worden toegewezen.

 

2.         De uitspraak

De voorzitter wijst het verzoek toe en schorst de beslissing van de directeur.

 

Aldus gedaan door mr. M.J. Stolwerk, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Dekker, secretaris, op 5 januari 2018

 

 

secretaris         voorzitter

 

Naar boven