Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/1504/GB, 7 december 2017, beroep
Uitspraakdatum:07-12-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 

 

Nummer:         17/1504/GB

Betreft:            [Klager]           datum: 7 december 2017

 

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. J.J. Serrarens, namens

 

[…], verder te noemen klager,

 

gericht tegen een op 3 mei 2017 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de beslissing waarvan beroep.

Op 21 september 2017 heeft een lid van de Raad in het Justitieel Complex Zaanstad gehoord klager, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.J. Serrarens, mevrouw […], selectiefunctionaris bij de Divisie Individuele Zaken, bijgestaan door mevrouw mr. […], landsadvocaat, en de heer mr. drs. […], juridisch adviseur bij de Dienst Justitiële Inlichtingen. Als toehoorders waren aanwezig mr. […] en mr. drs. […], leden van de Raad, en de heer mr. drs. […], rechter in opleiding. 

Het verslag van hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht en de nadere stukken die klagers raadsvrouw ter zitting heeft overgelegd, zijn aan partijen verzonden.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

 

1.         De inhoud van de bestreden beslissing

De selectiefunctionaris heeft klagers verzoek tot overplaatsing naar de locatie Zuyder Bos of een (andere) inrichting met een speciale afdeling voor levenslang- en langgestraften, gelijk aan die in de locatie Norgerhaven, afgewezen.

2.         De feiten

Klager is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij is sedert 27 maart 1998 gedetineerd. Hij heeft van 6 september 2013 tot 2 juni 2015 in de locatie Norgerhaven te Veenhuizen verbleven. Op 2 juni 2015 is hij naar de locatie Zuyder Bos overgeplaatst. Klager is op 8 augustus 2016 naar de gevangenis van de locatie De Schie overgeplaatst, waar hij thans verblijft.

 

3.         De standpunten

3.1.      Door en namens klager is het beroep als volgt toegelicht. Klager heeft tot juni 2015 in de locatie Norgerhaven verbleven op afdeling K, een afdeling voor levenslang- en langgestraften. In juni 2015 is hij overgeplaatst naar afdeling E0 van de locatie Zuyder Bos. De voorzieningenrechter achtte deze overplaatsing niet onrechtmatig, maar oordeelde dat een adequaat alternatief moest worden geboden. Gedetineerden die daarvoor in aanmerking komen, zouden dan opnieuw op een afdeling bestemd voor (levens)langgestraften met een aangepast regime worden geplaatst. Het gerechtshof heeft dit vonnis bekrachtigd. Het hof nam daarin echter tevens mee dat de directeur van de locatie Zuyder Bos uitdrukkelijk heeft verklaard de intentie te hebben zich in te spannen om afdeling E0 samen met de gedetineerden zoveel mogelijk te ontwikkelen tot een soortgelijke afdeling als afdeling K in de locatie Norgerhaven. De beroepscommissie heeft dit herhaald in haar uitspraak van 25 augustus 2015 (15/1573/GB).

Afdeling E0 heeft zich echter niet tot een soortgelijke afdeling als afdeling K ontwikkeld. Klager heeft zich sinds de aanvang van zijn verblijf op afdeling E0 volop ingezet voor de ontwikkeling hiervan tot een afdeling gelijk aan afdeling K van de locatie Norgerhaven en de directie consequent op gedane toezeggingen aangesproken. De directie heeft hem dit niet in dank afgenomen. Hij heeft zijn volhardende en principiële opstelling moeten bezuren, daar hij in de locatie Zuyder Bos is getreiterd, ten onrechte bestraft en in juli 2016 op oneigenlijke gronden overgeplaatst. De directie van de locatie Zuyder Bos wilde van hem af, omdat hij zich volhardend inzette voor de ontwikkeling van afdeling E0 tot een soortgelijke afdeling als afdeling K in de locatie Norgerhaven. Getracht is zijn verblijf op afdeling E0 onmogelijk te maken, zodat hij daar zou vertrekken. Dit wordt onderschreven door de e-mail van de directeur van de locatie Zuyder Bos van 28 juli 2016, die klagers raadsvrouw ter zitting heeft overgelegd. Het Ministerie heeft het streven in de locatie Zuyder Bos een soortgelijke afdeling als afdeling K in de locatie Norgerhaven te creëren van meet af aan tegengewerkt. De voormalig directeur van de locatie Zuyder Bos, de heer […], is bij de locatie Zuyder Bos vertrokken, omdat hij geen enkele ruimte kreeg de beslissingen van de voorzieningenrechter en het hof met betrekking tot het ontwikkelen van een afdeling voor (levens)langgestraften, uit te voeren. Dit heeft hij klager persoonlijk verteld. Namens klager wordt verzocht de heer […] als getuige te horen.

Klager betwist dat sprake was van een verstoorde verhouding tussen hem en het personeel. Hij is altijd aanspreekbaar en correct gebleven en heeft functionele vragen altijd beantwoord. Zijn overplaatsing naar de locatie De Schie is, gelet is zijn gedrag in de locatie Zuyder Bos, volstrekt onrechtmatig. Een terugkeer naar afdeling E0 is volgens klager mogelijk en zou niet tot fricties hoeven te leiden. In de locatie De Schie verblijft hij op een reguliere gevangenisafdeling en geldt geen bijzonder regime voor (levens)langgestraften. Hij is enthousiast over het personeel, maar hij lijdt erg onder de drukte en het lawaai op de (grote) afdeling waar hij verblijft. Voorts kan hij in de locatie De Schie geen gebruik maken van Skype, terwijl zijn vrouw en kinderen in het buitenland wonen en slechts incidenteel op bezoek kunnen komen. Daarnaast kan hij in de locatie De Schie niet koken en mist hij de mogelijkheid buiten te zijn. In de locatie Zuyder Bos had hij de verantwoordelijkheid voor de tuin, zodat hij een groot deel van de dag buiten kon zijn. In de locatie De Schie mag hij enkel een uur per dag luchten en heeft hij geen zinvolle dagbesteding. 

Klager is ermee bekend dat in Nederland momenteel slechts één afdeling voor (levens)langgestraften bestaat, maar hij betwist dat onvoldoende animo onder levenslanggestraften zou (hebben) bestaan voor het verblijf op een dergelijke afdeling. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) heeft voor het laatst van november 2009 tot en met februari 2010 onderzoek hiernaar gedaan. De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat in 2009-2010 in ieder geval voldoende animo was om minstens twee afdelingen voor (levens)langgestraften te kunnen vullen. Wat daarvan ook zij, de animo onder levenslanggestraften voor plaatsing op een afdeling zoals afdeling K in de locatie Norgerhaven is op dit moment onbekend. Er zijn aanwijzingen dat klager niet de enige gedetineerde is die niet op afdeling E0 verblijft, maar wel op een afdeling voor (levens)langgestraften wil verblijven. Klager voorziet geen problemen bij een terugkeer naar afdeling E0 van de locatie Zuyder Bos, althans geen problemen die op zijn gedrag zijn terug te voeren. Hij heeft op afdeling E0 geen ontwrichtende en negatieve houding gehad en zijn verhouding met personeel en medegedetineerden was over de hele linie goed. Klager heeft voorts geen negatieve invloed gehad op de werkverhouding van andere gedetineerden met het personeel. Hij heeft in alle inrichtingen waar hij heeft verbleven, zijn medegedetineerden aangespoord correct met het personeel om te gaan. Klager heeft zich gedurende zijn hele detentie correct gedragen. Dit blijkt ook uit het selectieadvies van 15 maart 2017. De locatie Zuyder Bos is de enige inrichting die negatief over klager heeft gerapporteerd. 

De beroepscommissie heeft inmiddels in verscheidene beroepsprocedures erkend dat klager door (de directie van) de locatie Zuyder Bos onrecht is aangedaan. Hierbij wordt verwezen naar RSJ 1 december 2016, 16/2966/GA en 16/3025/GA, en RSJ 10 augustus 2017, 17/922/GA. In RSJ 23 november 2016, 16/2582/GA, toonde de beroepscommissie begrip voor de teleurstelling die de gedetineerden die van afdeling K van de locatie Norgerhaven afkomstig zijn over het regime in de locatie Zuyder Bos ervaren. Gelet op deze uitspraken, waarvan een deel nog niet bekend was toen de beroepscommissie over de overplaatsing naar de locatie De Schie oordeelde, zal de beroepscommissie met voortschrijdend inzicht moeten zien dat klager welzeker op oneigenlijke gronden naar de locatie De Schie is overgeplaatst. 

3.2.      De selectiefunctionaris heeft de afwijzing van genoemd verzoek als volgt toegelicht. Uitgangspunt van het (nieuwe) beleid ten aanzien van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf is dat het samenplaatsen van (levens)langgestraften de voorkeur heeft. Als locaties voor het huisvesten van deze categorie gedetineerden werden aangewezen de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Krimpen aan den IJssel en Vught en de locatie Norgerhaven te Veenhuizen. Onder levenslanggestraften is in 2011 geïnventariseerd of behoefte aan het samenplaatsen van (levens)langgestraften op een afdeling bestond. Er bleek slechts voldoende animo voor het inrichten van één afdeling voor (levens)langgestraften, te weten in de locatie Norgerhaven. De afdelingen voor (levens)langgestraften in de p.i. Krimpen aan den IJssel en de p.i. Vught zijn vanwege onvoldoende tot geen belangstelling onder levenslanggestraften nooit van de grond gekomen.

Klager is op 8 augustus 2016 vanuit de locatie Zuyder Bos naar de locatie De Schie overgeplaatst vanwege zijn negatieve en ontwrichtende houding en gedrag ten opzichte van medegedetineerden en het afdelingspersoneel van afdeling E0 en een verstoorde verhouding met het personeel. Als gevolg daarvan werden de orde, rust en veiligheid binnen de inrichting bedreigd. Sinds de overplaatsing hebben zich geen wezenlijke wijzigingen in het personeel van afdeling E0 voorgedaan en het afdelingshoofd met wie de verhouding in het bijzonder was verstoord, is nog steeds op afdeling E0 werkzaam. Gelet op de verstoorde verhoudingen kan een eventuele terugplaatsing naar de locatie Zuyder Bos nog niet aan de orde zijn. Kenmerkend voor een afdeling voor (levens)langgestraften is dat op een dergelijke afdeling zo min mogelijk wisselingen van gedetineerden plaatsvinden. Klagers verblijf op afdeling E0 heeft grote impact gehad op de gedetineerden en het personeel. Een terugplaatsing van klager zal de (inmiddels herstelde) werkverhouding van de gedetineerden met het personeel en de orde en rust binnen de inrichting niet ten goede komen. Voor zover klager stelt dat hij destijds ten onrechte is overgeplaatst, dient hieraan voorbij te worden gegaan, nu de beroepscommissie zich hierover reeds heeft uitgesproken (RSJ 19 december 2016, 16/3152/GB). Uit de e-mail van de directeur van de locatie Zuyder Bos van 28 juli 2016, die klagers raadsvrouw ter zitting heeft overgelegd, kan niet worden afgeleid dat de beroepscommissie bij het nemen van haar beslissing van onjuiste feiten is uitgegaan. 

De onderhavige beroepsprocedure gaat niet over het realiseren van een nieuwe afdeling voor (levens)langgestraften, maar over de afwijzing van een verzoek tot overplaatsing. De plaatsing op een afdeling binnen een penitentiaire inrichting en de opzet en inrichting van een dergelijke afdeling betreffen geen beslissingen van de selectiefunctionaris, maar van de directeur. Op dit moment bestaat, anders dan afdeling E0 in de locatie Zuyder Bos, geen afdeling voor de samenplaatsing van (levens)langgestraften. Klager kan niet terug naar de locatie Zuyder Bos en heeft daarom, blijkens zijn verzoek, ook niet gevraagd. De selectiefunctionaris betwist dat het feit dat in de p.i. Krimpen aan den IJssel en de p.i. Vught vooralsnog geen speciale afdeling voor (levens)langgestraften is gerealiseerd, aan een gebrek aan animo onder het personeel aldaar is te wijten. Het realiseren van een dergelijke afdeling is overigens niet aan de selectiefunctionaris, die daartoe niet de bevoegdheid of de middelen heeft. In de praktijk verblijven veel levenslanggestrafte gedetineerden op afdelingen met voornamelijk langgestraften. Ook klager verblijft thans op een afdeling met drie andere levenslanggestraften en verder hoofdzakelijk langgestraften. 

 

4.         De beoordeling

4.1.      Namens klager is verzocht de heer […], voormalig vestigingsdirecteur bij de locatie Zuyder Bos, als getuige te horen. De beroepscommissie wijst dit verzoek af, omdat zij zich op basis van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting voldoende ingelicht acht om op het beroep te beslissen.

4.2.      De beroepscommissie stelt voorop dat het inrichten of realiseren van een afdeling voor (levens)langgestraften, soortgelijk aan (voormalig) afdeling K van de locatie Norgerhaven, niet ter beoordeling van de beroepscommissie staat. Dit betreft immers niet een beslissing van de selectiefunctionaris zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 18, eerste lid, van de Pbw, waartegen ingevolge artikel 72, eerste lid, van de Pbw beroep kan worden ingesteld. Afdeling E0 van de locatie Zuyder Bos is op dit moment de enige afdeling die is bestemd voor het samenplaatsen van lang- en levenslanggestraften en waar deze categorie gedetineerden meer op hen afgestemde vrijheden hebben. Daaronder vallen de mogelijkheid meer tijd in de buitenlucht door te brengen in het kader van de zorg die zij dragen voor de (moes)tuin, en het samen koken en eten. Gelet daarop komt de beroepscommissie uitsluitend toe aan de vraag of de beslissing van de selectiefunctionaris klager niet terug te plaatsen naar de locatie Zuyder Bos, als onredelijk of onbillijk dient te worden aangemerkt.

4.3.      De beroepscommissie is van oordeel dat dit niet het geval is. Zij neemt daarbij in aanmerking dat de gronden waarop klager indertijd vanuit de locatie Zuyder Bos naar de locatie De Schie is overgeplaatst, nog immer bestaan. In RSJ 19 december 2016, 16/3152/GB, heeft zij geoordeeld dat de beslissing van de selectiefunctionaris klager vanuit de locatie Zuyder Bos naar de locatie De Schie over te plaatsen, niet als onredelijk of onbillijk kan worden aangemerkt. Niet is gebleken van (nieuwe) feiten of omstandigheden op grond waarvan thans anders een ander oordeel zou zijn aangewezen. In klagers beleving is van een verstoorde verhouding met het personeel op afdeling E0 van de locatie Zuyder Bos geen sprake. Dit strookt echter niet met de informatie die de beroepscommissie op basis van de stukken bekend is, te weten dat klager met bepaalde personeelsleden niet meer sprak en dat is getracht met klager het gesprek aan te gaan, hetgeen klager heeft afgehouden. Daarnaast neemt de beroepscommissie in aanmerking dat op afdeling E0 van de locatie Zuyder Bos een relatief kleine groep levenslanggestraften verblijft, die daar ‘samenwoont’ en veel vrijheden geniet. Bij een terugkeer van klager naar afdeling E0 bestaat, mede gelet op de grote invloed die klager had op de gedetineerden aldaar, de vrees dat de orde, rust en veiligheid hierdoor opnieuw zullen worden verstoord. Gelet op de relatief korte periode die is verstreken sinds klagers overplaatsing naar de locatie De Schie, is een terugplaatsing naar de locatie Zuyder Bos vooralsnog niet wenselijk. De op de onder 3.2 genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris kan, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, dan ook niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt en het beroep zal ongegrond worden verklaard.

4.4.      Ten overvloede overweegt de beroepscommissie dat zij het niet wenselijk acht dat klager, in het bijzonder gelet op zijn status als levenslanggestrafte, thans niet in staat is of wordt gesteld via een skypeverbinding contact met zijn familie – die in het buitenland woont en hem slechts incidenteel kan bezoeken – te onderhouden en dat hij in de locatie De Schie geen zinvolle dagbesteding heeft. Het verdient dan ook aanbeveling te bezien of klager hierin, zo niet in een andere inrichting dan de locatie De Schie, tegemoet kan worden gekomen.  

 

5.         De uitspraak

De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter, mr. A.T. Bol en J.G.A. van den Brand, leden, in tegenwoordigheid van Y.L.F. Schuren, secretaris, op 7 december 2017.

 

 

 

 

 

 

 

 

            secretaris         voorzitter

 

Naar boven