Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/1755/GA, 9 november 2017, beroep
Uitspraakdatum:09-11-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Zorgplicht  v

nummer:          17/1755/GA

betreft: [klager]            datum: 9 november 2017

 

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[…], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 18 april 2017 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Middelburg.

 

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, die in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

 

Klager en directeur zijn uitgenodigd ter zitting van de beroepscommissie van 6 oktober 2017, gehouden in de penitentiaire inrichting Rotterdam locatie de Schie, te worden gehoord. Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorg gedragen, heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt. De directeur van de p.i. Middelburg heeft schriftelijk laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen.

 

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

           

1.         De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie

Het beklag betreft het feit dat klager niet in de gelegenheid is gesteld zijn kiesrecht bij de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017 uit te oefenen (MB-2017-000064).

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

 

2.         De standpunten van klager en de directeur

Klager heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. Klager vulde de machtigingskaart in, toen hij in februari met verlof was. Bij dat machtigingsformulier moest een kopie van zijn ID-kaart gevoegd worden. De p.i. moest dan ook een kopie van zijn ID-kaart maken. Dat werd niet gedaan op de gewenste datum, maar een maand later. Hierdoor werd zijn (grond)recht te kunnen stemmen geschonden.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

 

3.         De beoordeling

De beroepscommissie merkt vooraf op dat gedetineerden op grond van artikel B6, eerste lid van de Kieswet hun kiesrecht kunnen uitoefenen door het verlenen van een volmacht aan iemand anders. De p.i. heeft de plicht ervoor zorg te dragen dat gedetineerden gebruik kunnen maken van hun stemrecht.

Uit de beschikbare informatie volgt dat de p.i. op 28 februari 2017 alle gedetineerden door middel van een poster op de hoogte heeft gesteld van de mogelijkheid hun stem op 15 maart 2017 uit te brengen. De p.i. maakte kenbaar dat klager kon stemmen door gebruik te maken van de aan hem geadresseerde volmacht kaart met een kopie van zijn identiteitsbewijs of door het inleveren van het volmacht formulier. Dat formulier werd op alle afdelingen neergelegd en kon ingevuld worden. De medewerker kon daarbij een kopie van het identiteitsbewijs voegen. Het formulier moest uiterlijk 10 maart 2017 door de betreffende gemeente ontvangen zijn. Verder blijkt dat klager tijdens zijn verlof in februari de aan hem geadresseerde volmacht kaart heeft ingevuld. Hij moest enkel nog een kopie van zijn identiteitskaart overhandigen aan zijn vriendin, de gemachtigde. Dit wilde hij op 12 maart 2017 doen. Zijn vriendin kwam die dag op bezoek. Hij verzocht de p.i. dan ook een kopie van zijn identiteitsbewijs klaar te leggen. Dat gebeurde niet. De p.i. verzond de kopie per post.

Uit voorgaande is duidelijk geworden op welke wijze klager zijn stem wilde uitbrengen. De klacht is dan ook voldoende toegelicht. Klager zal dus in zijn beklag ontvankelijk worden verklaard. Dat de directeur onzorgvuldig is geweest, kan echter niet worden vastgesteld. Klager heeft immers niet duidelijk gemaakt op welke wijze de directeur onzorgvuldig zou hebben gehandeld.

Het beroep zal dan ook ongegrond worden verklaard.

 

4.         De uitspraak

De beroepscommissie vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie, verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.

 

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter, mr. A.T. Bol en drs. M.J. Selnick Marzullo, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Dekker, secretaris, op 9 november 2017

                                                                            

 

 

 

 

            secretaris         voorzitter

 

 

 

 

 

Naar boven