Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 03/0512/GB, 25 april 2003, beroep
Uitspraakdatum:25-04-2003

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 03/512/GB

Betreft: [klager] datum: 25 april 2003

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een op 4 maart 2003 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], geboren op [1971], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 21 februari 2003 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de beslissing waarvan beroep.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft klagers verzoek tot overplaatsing naar een gevangenis in de omgeving van Enschede afgewezen.

2. De feiten
2.1. Klager is sedert 26 mei 2001 gedetineerd. Na een verblijf in de huizen van bewaring te Almere en Arnhem is hij op 18 november 2002 geplaatst in de gevangenis Nieuw Vosseveld te Vught, een inrichting met een regime van algehelegemeenschap.

2.2. Klager ondergaat een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek. De tenuitvoerlegging van deze straf is aangevangen op 3 september 2002. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 24 januari 2004. Aansluitenddient hij eventueel een subsidiaire hechtenis van 18 dagen te ondergaan.

3. De standpunten
3.1. Door klager is het beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek als volgt toegelicht.
Het verzoek tot overplaatsing is afgewezen, omdat klager negatief gedrag zou vertonen. Klager is het daar niet mee eens. Alleen in Vught heeft hij problemen gehad met als gevolg drie rapporten. In de andere inrichtingen waarin hijverbleef, heeft hij geen problemen gehad.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de afwijzing van genoemd verzoek als volgt toegelicht.
Klagers detentie begon in het huis van bewaring (h.v.b.) Almere-Binnen. Meerdere incidenten deden zich daar voor: gooien met inventaris, dreigende houding richting personeel (24 juni 2001), dreigende houding richting personeel (28november 2001), gooien met inventaris, meermalen belagen van een medegedetineerde (22 februari 2002) en een positieve urinecontrole (25 april 2002). In het h.v.b. te Arnhem liep klager tegen twee verslagen aan: meermalen tenonrechte ziekmelden (16 juli 2002) en een positieve urinecontrole (28 oktober 2002). In Vught is, zoals klager zelf al aangaf, drie keer verslag opgemaakt: werkweigering ( 2 december 2002), agressief en reclacitrant gedrag (2december 2002) en fysiek geweld jegens een medegedetineerde (28 januari 2003). Kortom: niet alleen in Vught hebben zich de nodige incidenten met klager voorgedaan. Al de indicidenten tezamen brengen de selectiefunctionaris tot hetoordeel dat klager zich regelmatig misdragen heeft en dat moeilijk afspraken met hem te maken zijn. Ondanks waarschuwingen, vervalt hij in gedrag dat niet toelaatbaar is. Daarom is zijn verzoek tot overplaatsing afgewezen.

4. De beoordeling
4.1. De op de onder 3.2 genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris is niet in strijd met de wet en kan, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, evenmin als onredelijk of onbillijk wordenaangemerkt.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.R. Meijeringh, voorzitter, mr. A.G. Bosch en dr. G.J. Fleers, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.N.E. Plooij, secretaris, op 25 april 2003

secretaris voorzitter

Naar boven