Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/0654/GA, 21 juni 2017, beroep
Uitspraakdatum:21-06-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 17/654/GA

betreft: [klager] datum: 21 juni 2017

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. A.T. van Rhijn, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 31 januari 2017 van de alleensprekende beklagrechter bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Almere,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van de p.i. Almere in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft a. het ontzeggen van medische zorg en b. de weigering medewerking te verlenen aan het doen van aangifte (AB 2017/34).

De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt in beroep als volgt – kort weergegeven – toegelicht. Klager is geholpen door de tandarts. Hierbij is de verkeerde kies getrokken en zit een deel nog in klagers kaak, wat hevige pijn
veroorzaakt. Verzocht wordt de inrichting op te leggen dat klager daadwerkelijk tandheelkundige verzorging krijgt en niet onnodig zoet gehouden wordt met pijnstillers.
Voorts wil klager aangifte doen bij de politie, maar de inrichting weigert hieraan medewerking te verlenen.

De directeur heeft het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt in beroep als volgt – kort weergegeven – toegelicht. Klager is op 25 januari 2017 naar de tandarts geweest. Daar is in overleg met hem besloten zijn kies te verwijderen. Op 8
februari
2017 is klager wederom bij de tandarts geweest omdat hij pijn zou hebben aan de buccale botrand waar de kies was verwijderd. De tandarts heeft aangegeven dat dit bij het genezingsproces hoort. Er is een foto gemaakt van de pijnlijke plek en aan klager
laten zien dat er niets was overgebleven. De tandarts heeft voorgesteld de buccale botrand te verwijderen, maar klager stemde hier niet mee in.
Voorts heeft de politie te Almere op 27 januari 2017 kennisgenomen van twintigtal aangiftes van klager. Deze aangiftes worden niet strafrechtelijk opgepakt vanwege te weinig opsporingsindicatie. Op 3 maart 2017 wordt klager geadviseerd een klacht in te
dienen bij de eenheidsleiding aangezien de politie de aangifte niet in behandeling kan nemen omdat het een aangifte tegen collega’s bevat, wat de objectiviteit niet zou waarborgen. Gelet hierop is klager wel degelijk in de gelegenheid gesteld om
aangifte te doen.

3. De beoordeling
Ten aanzien van het beklag onder a. overweegt de beroepscommissie als volgt. Namens klager wordt verklaard dat na behandeling bij de tandarts het probleem tot op heden niet verholpen is. Gelet hierop richt het beklag zich tegen medisch handelen en niet
tegen een beslissing van de directeur, waartegen op grond van artikel 60 van de Pbw beklag openstaat. De beklagrechter heeft klager dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard in dit deel van het beklag. De beroepscommissie zal derhalve het beroep in
zoverre ongegrond verklaren.

Ten aanzien van het beklag onder b. overweegt de beroepscommissie als volgt. Het is de verantwoordelijkheid van de directeur om gedetineerden in staat te stellen aangifte te doen bij de politie. Klager had derhalve moeten worden ontvangen in dit deel
van het beklag. De beroepscommissie zal klager dan ook alsnog ontvankelijk verklaren in dit deel van het beklag. Niet aannemelijk is geworden dat de directeur klager niet in de gelegenheid heeft gesteld aangifte te doen bij de politie. Het beklag zal
derhalve ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep met betrekking tot het beklag onder a. ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter met wijziging van de gronden.
Zij vernietigt de uitspraak van de beklagrechter met betrekking tot het beklag onder b., verklaart klager in zoverre alsnog ontvankelijk in zijn beklag, maar verklaart dit beklag ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.A.M. de Wit, voorzitter, mr. A. van Holten en J. Schagen MA, leden, in tegenwoordigheid van S.C. Vogel, secretaris, op 21 juni 2017.

secretaris voorzitter

Naar boven