Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 03/0011/GA, 24 februari 2003, beroep
Uitspraakdatum:24-02-2003

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 03/11/GA

betreft: [klager] datum: 24 februari 2003

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennis genomen van een op 23 december 2002 bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak d.d. 4 december 2002 van de alleensprekende beklagrechter bij de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Veenhuizen, locaties Norgerhaven en Groot Bankenbosch te Veenhuizen, welke uitspraak op 6 december 2002is verzonden,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voormelde p.i. in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft klagers verblijf op de afzonderingsafdeling gedurende de eerste zeven dagen na binnenkomst in de locatie Groot Bankenbosch.

De beklagrechter heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Klager heeft het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht.
Klager heeft op 24 november 2002 een klacht met betrekking tot het gedwongen verblijf op de afzonderingsafdeling van de locatie Groot Bankenbosch ingediend bij de beklagcommissie. Op 18 december 2002 heeft klager de uitspraak van debeklagcommissie ontvangen, inhoudende dat klager niet-ontvankelijk is verklaard. De klacht was evenwel niet tegen klagers overplaatsing naar Veenhuizen gericht maar tegen de omstandigheid dat klager bij binnenkomst in GrootBankenbosch werd geplaatst op de afzonderingsafdeling. Klager heeft daardoor gedurende die zeven dagen een activiteitenprogramma aangeboden gekregen dat niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Klager meent dan ook dat hij tenonrechte niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beklag. Klager heeft nog aangegeven dat op de uitspraak van de beklagrechter weliswaar staat vermeld dat deze op 6 december 2002 is verzonden, maar dat klager die uitspraak pas op 18december 2002 heeft ontvangen. Volgens het poststempel op de aan klager gerichte envelop, is de betreffende uitspraak pas op 17 december 2002 verzonden.

De directeur heeft daarop geantwoord als tegenover de beklagrechter. Voorts heeft hij aangevoerd dat de beslissing van de beklagrechter volgens het daarop geplaatste stempel op 6 december 2002 aan klager is verzonden. Nu klager hetberoepschrift dateert op 17 december 2002, is het beroep niet tijdig ingediend en dient klager niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep. Voor zover klager in beroep ontvankelijk mocht worden geacht, heeft de directeuraangevoerd dat klager bij binnenkomst in de locatie Groot Bankenbosch is geplaatst op de inkomstenafdeling. Toen er na zeven dagen plaats was op een regulier paviljoen, is klager daar geplaatst.

3. De beoordeling
Volgens het daarop geplaatste datumstempel is de uitspraak van de beklagrechter op 6 december 2002 aan partijen verzonden. Het beroepschrift is gedateerd op 19 december 2002. Klager heeft aangevoerd dat hij die uitspraak feitelijkeerst op 18 december 2002 heeft ontvangen en dat het poststempel de datum 17 december 2002 heeft. De beroepscommissie acht aannemelijk dat klager binnen zeven dagen nadat hij kennis heeft genomen van de uitspraak van debeklagrechter, en dus tijdig, beroep heeft ingesteld tegen de onderhavige uitspraak van de beklagrechter. Klager is daarom ontvankelijk in zijn beroep.

Het beklag richt zich - zo verstaat de beroepscommissie - tegen klagers plaatsing op de inkomstenafdeling bij zijn binnenkomst in de inrichting. Een dergelijke plaatsing valt onder de bevoegdheid van de directeur en een dergelijkeplaatsingsbeslissing is een beslissing als bedoeld in artikel 60, eerst lid van de Pbw. De uitspraak van de beklagrechter kan daarom niet in stand blijven en klager wordt alsnog ontvangen in zijn beklag.

Het beklag richt zich tegen een beslissing van de directeur om klager bij binnenkomst, overeenkomstig gebruikelijk beleid in de inrichting in afwachting van plaatsing op een reguliere verblijfsafdeling, te plaatsen op deinkomstenafdeling. Naar het oordeel van de beroepscommissie is die beslissing niet in strijd met een in de inrichting geldend wettelijk voorschrift, noch kan die beslissing, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen,onredelijk of onbillijk worden geacht. Het beroep zal derhalve alsnog ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de beklagrechter en verklaart klager alsnog ontvankelijk in zijn beklag en verklaart dat beklag ongegrond.

Aldus gedaan door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, mr. J.P. Balkema en dr. J.P.S. Fiselier, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 24 februari 2003

secretaris voorzitter

Naar boven