Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/0184/GA, 22 mei 2017, beroep
Uitspraakdatum:22-05-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 17/184/GA

betreft: [klager] datum: 22 mei 2017

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 3 januari 2017 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Krimpen aan den IJssel,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 7 april 2017, gehouden in de locatie De Schie te Rotterdam, zijn gehoord klagers raadsman mr. M. de Reus en [...], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de p.i. Krimpen aan den IJssel.
Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorg gedragen, heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag – voor zover in beroep aan de orde – betreft een disciplinaire straf van veertien dagen opsluiting in een andere verblijfsruimte dan een strafcel, zonder televisie (IJ2016-626).

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
Er zijn twee verslagen opgemaakt van een vechtpartij. Hierin staan geen feitelijke gedragingen van klager beschreven. Klager ontkent de worsteling en de aanleiding hiervan niet, maar wel dat hij stekende bewegingen heeft gemaakt. De camerabeelden
kunnen
hierover uitsluitsel geven, maar die zijn niet beschikbaar. Dat is een kwalijke zaak. In ieder geval is een te hoge straf opgelegd.

De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
De aanleiding van het incident lag in het verrekenen van schulden. Klager heeft een radio van een andere cel weggehaald. Tegen de directeur heeft klager in eerste instantie gezegd dat hij niets heeft gedaan en met zijn handen omhoog stond. De directeur
heeft daarom zelf de camerabeelden bekeken voordat hij de straf heeft opgelegd. Op de camerabeelden zag de directeur een enorme worsteling waarbij goed te zien was dat klager onderop was geraakt in die worsteling en dat hij stekende bewegingen maakte
naar de medegedetineerde. Door de invoering van een nieuw bewakingssysteem zijn de camerabeelden helaas verloren gegaan. Klager was al niet van onbesproken gedrag. Gezien zijn gedragingen en voorgeschiedenis, was een straf van veertien dagen op zijn
plaats.

3. De beoordeling
Het beroep is gericht tegen de hoogte van de opgelegde disciplinaire straf. Op basis van de schriftelijke verslagen van 10 en 11 augustus 2016 en de door de directeur ter zitting van de beroepscommissie beschreven bevindingen, is aannemelijk geworden
dat klager met een aardappelschilmesje stekende bewegingen heeft gemaakt richting een medegedetineerde. Deze medegedetineerde is gewond geraakt. Klager heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan fysiek geweld jegens een medegedetineerde. De directeur
heeft gelet daarop in redelijkheid kunnen beslissen om klager de maximale disciplinaire straf op te leggen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie voor zover hiertegen beroep is ingesteld.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.M. van der Nat, voorzitter, J. Schagen MA en mr. E. Lucas, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Dwarka, secretaris, op 22 mei 2017.

secretaris voorzitter

Naar boven