Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 16/1682/GA, 5 september 2016, beroep
Uitspraakdatum:05-09-2016

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 16/1682/GA

betreft: [klaagster] datum: 5 september 2016

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de locatie Nieuwersluis,

gericht tegen een uitspraak van 3 mei 2016 van de beklagcommissie bij voornoemde locatie, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klaagster,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 17 augustus 2016, gehouden in het Justitieel Complex Zaanstad, is gehoord dhr. [...], plaatsvervangend vestigingsdirecteur van de locatie Nieuwersluis.
Klaagsters raadsvrouw mr. K.C. van Hoogmoed heeft telefonisch te kennen gegeven dat klaagster niet ter zitting zal verschijnen. De raadsvrouw heeft schriftelijk laten weten zelf verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen en heeft schriftelijk op het
beroep gereageerd.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de plaatsing van klaagster op een tweepersoonskamer met een medegedetineerde.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van de directeur en klaagster
De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht. De directeur heeft een ruime bevoegdheid met betrekking tot het onderbrengen van gedetineerden. Deze bevoegdheid geldt ook in de laatste
detentiefase. Klaagster gebruikte de tweepersoonskamer voorheen samen met een medegedetineerde als woonkamer. Deze kamer functioneert nu als tweepersoonskamer, die voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. De kamer is ruimer dan een
normale
meerpersoonscel. Door middel van een kamerscherm en doordat de douche en het toilet zich in een aparte ruimte bevinden, wordt de privacy gewaarborgd. Er is besloten een andere medegedetineerde op de enkele slaapkamer te plaatsen, omdat zij onregelmatig
werkte en vaak vroeg op moest om naar haar werk te gaan. Er was geen contra-indicatie om klaagster op een tweepersoonskamer te plaatsen. Dat klaagster het niet eens is met de plaatsing in een tweepersoonskamer doet hier niet aan af. Hoewel het principe
wordt gehanteerd dat een gedetineerde steeds meer vrijheden krijgt, is een beleid waarbij gedetineerden slechts van een twee- naar een eenpersoonskamer verhuizen en niet andersom, niet vol te houden. De definitieve beslissing tot plaatsing in de
tweepersoonskamer is eerst aan klaagsters medegedetineerde medegedeeld. Zij heeft dit telefonisch aan klaagster laten weten voordat dit vanuit de inrichting met klaagster kon worden besproken. Dit gesprek heeft daarna evenwel alsnog plaatsgehad.
Bovendien was al eerder met klaagster gesproken over het voornemen tot de plaatsing.

Namens klaagster is haar standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep als volgt toegelicht. De directeur heeft bij de beklagcommissie erkend dat de beslissing tot overplaatsing niet op juiste wijze is medegedeeld en de
overplaatsing niet juist is uitgevoerd. Aan klaagster is, anders dan de directeur in beroep stelt, geen reden gegeven voor de overplaatsing, anders dan dat een medegedetineerde de enkele slaapkamer zou gaan bewonen. Dit terwijl klaagsters situatie
richting het einde van de detentie juist zou moeten verbeteren. Klaagster heeft via via kennisgenomen van de beslissing. Klaagster diende nog diezelfde dag te verhuizen.

3. De beoordeling
Op grond van artikel 16 van de Pbw is de directeur bevoegd een gedetineerde in een door hem te bepalen verblijfsruimte te plaatsen. Op grond van artikel 20, tweede lid, van de Pbw alsook artikel 11a, eerste lid, van de Regeling selectie, plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden kan dit een meerpersoonscel c.q. -kamer zijn. Een dergelijke beslissing kan, gelet op de beoordelingsruimte van de directeur, slechts marginaal getoetst worden.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de directeur klaagsters belangen en die van de betrokken medegedetineerden voldoende zorgvuldig heeft gewogen alvorens de bestreden plaatsingsbeslissing te nemen. Hij heeft op grond van die
weging in redelijkheid kunnen beslissen klaagster op een meerpersoonscel te plaatsen.
De beroepscommissie zal het beroep van de directeur dan ook gegrond verklaren, de uitspraak van de beklagcommissie vernietigen en het beklag alsnog ongegrond verklaren.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. M.M. van der Nat, voorzitter, mr. M.M. Boone en J.G.A. van den Brand, leden, in tegenwoordigheid van
P. de Vries, secretaris, op 5 september 2016.

secretaris voorzitter

Naar boven