Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/1298/GA en 17/1345/GA, 19 augustus 2017, beroep
Uitspraakdatum:19-08-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

nummer:   17/1298/GA en 17/1345/GA

 

betreft:     […]                                                                                    datum: 19 augustus 2017

 

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

 

de directeur van de p.i. Grave,

en van een bij het secretariaat ingekomen beroepschrift van […], hierna klager te noemen,

 

gericht tegen een uitspraak van – zo verstaat de beroepscommissie – 13 april 2017 van de beklagcommissie bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Grave,

de beroepscommissie verstaat dat het beroep van klager is gericht tegen de hoogte van de hem toegekende tegemoetkoming.

De beroepscommissie heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 21 juli 2017, gehouden in de p.i. Vught, is mevrouw […], plaatsvervangend vestigingsdirecteur bij de p.i. Grave gehoord.

Hoewel klager, die zich inmiddels in vrijheid bevindt, op behoorlijke wijze was opgeroepen, is hij niet ter zitting verschenen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

 

  1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
    Het beklag betreft het op 16 maart 2017 na het sportmoment voor zijn verblijfsafdeling niet mogen douchen (GO 2017/120).

    De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.
     

  2. De standpunten van de directeur en klager
    De directeur heeft in beroep haar tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
    In de inrichting geldt de regel dat er na het sporten gedoucht moet worden. Dat wil niet zeggen dat alle gedetineerden, ook zij die niet gesport hebben, na het sportmoment zouden moeten douchen. De beklagcommissie gaat er volgens de directeur kennelijk vanuit dat het personeel na een sportmoment alle gedetineerden zou moeten vragen of zij willen douchen en dat zij daar dus een recht op zouden hebben. Volgens de directeur geeft de beklagcommissie daarmee een verkeerde interpretatie aan deze (huis)regel. Volgens de directie probeert leiding van de inrichting alle gedetineerden een douchemoment te bieden na het sporten maar het is geen vanzelfsprekend recht, het betreft meer een ‘gunst’ voor wie niet gesport heeft. Dat betekent ook dat de gedetineerden er zelf om moeten vragen

    Klager heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt  schriftelijk – zakelijk weergegeven en voor zover in het kader van de behandeling van dit beroep van belang  – toegelicht.
    Klager is van mening dat hem een hogere tegemoetkoming toekomt omdat de directeur van de p.i. Grave hem, ook na de gegrondverklaring, slecht behandelt. De directeur luistert niet naar de beklagcommissie. Door klager een hogere tegemoetkoming toe te kennen zal de directeur gedwongen worden rekening te houden met de uitspraken van de beklagcommissie.
     

  3. De beoordeling
    De huisregels van de p.i. Grave luiden – voor zover in dit kader van belang –:
    “(…)
    4.4.4. Douchen
    U bent verplicht minimaal tweemaal per week te douchen. Na het sporten of fitnessen is douchen verplicht. U wordt dringend geadviseerd om slippers te dragen in de doucheruimte.
    (…)”
    De beklagcommissie geeft aan die regel de uitleg dat alle gedetineerden na het voor hun afdeling geldende sportmoment in aanmerking komen voor een douchemoment, ook als zij niet hebben gesport. De beklagcommissie oordeelt kennelijk dat dit niet afhankelijk mag zijn van de vraag van die gedetineerde en geeft aan dat de gedetineerden tijdens dat douchemoment niet mogen worden ingesloten.
    De beroepscommissie acht die uitleg van de betreffende huisregel onjuist. Op grond van de desbetreffende huisregel bestaat voor gedetineerden die deelnemen aan het sporten of fitnessen de verplichting om te douchen. De directeur heeft aannemelijk gemaakt dat de overige gedetineerden op eigen verzoek – bij wijze van voorrecht – dan ook mogen douchen. De directeur mocht daarom in redelijkheid beslissen dat gedetineerden die niet deelnemen aan een sport- of fitnessmoment het verzoek moeten doen om te mogen douchen en dat het niet een verplichting is om hen daartoe ongevraagd in de gelegenheid te stellen.
    Gelet daarop kan de uitspraak van de beklagcommissie niet in stand blijven en moet het beklag alsnog ongegrond worden verklaard.

    Nu het beklag alsnog ongegrond zal worden verklaard, is daarmee de grond voor het toekennen van een tegemoetkoming komen te vervallen. Het beroep van klager zal daarom ongegrond worden verklaard.
     

  4. De uitspraak
    De beroepscommissie verklaart het beroep van de directeur (kenmerk 17/1298/GA) gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

    Zij verklaart het beroep van klager (kenmerk 17/1345/GA) ongegrond.
     

    Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.W. Wabeke, voorzitter, J. Schagen MA en drs. P.J.M. van Puffelen, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 21 augustus 2017.

     

                            secretaris                                                    voorzitter

     

Naar boven