Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/1136/GA, 11 september 2017, beroep
Uitspraakdatum:11-09-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

 


nummer: 17/1136/GA

betreft: [Klager] datum: 11 september 2017


De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. J. Schepers, namens

[…], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 3 april 2017 van de beklagcommissie bij de locatie Sittard,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van bovengenoemde inrichting in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft de weigering om aan klager een ‘plusbaantje’ toe te kennen
(G-2017/000136).

De beklagcommissie heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Door en namens klager is het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht. Het beleid bij de toewijzing van werk binnen de inrichting is niet kenbaar voor klager, waardoor onduidelijk is waarom het zijn van TBS-passant een probleem vormt voor de toewijzing van werk anders dan op de werkzaal. Klager heeft in de penitentiaire inrichting Vught wel in de winkel en als reiniger gewerkt. Er is aldus geen deugdelijk beleid voorhanden en dit zorgt voor willekeur. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom de fysieke en mentale toestand van klager een reden zou moeten zijn hem niet aanmerking te laten komen voor een ‘plusbaantje’. Klager heeft baat bij beweging en dit kan hij krijgen in een functie in de winkel of als reiniger of schilder. Met betrekking tot zijn mentale toestand is enkel zijn taalachterstand mogelijk aan de orde. Dit vormt echter alleen een belemmering bij de functie in de winkel, niet bij de andere functies. Klager en zijn raadsman verzoeken te worden gehoord.

De directeur heeft daarop geantwoord als tegenover de beklagcommissie.

3. De beoordeling
Namens klager is verzocht het beroep mondeling te mogen toelichten. De beroepscommissie wijst dit verzoek, dat niet is onderbouwd, af nu zij zich op basis van de stukken voldoende ingelicht acht om op het beroep te beslissen.
Hetgeen in beroep is aangevoerd kan naar het oordeel van de beroepscommissie niet tot een andere beslissing leiden dan die van de beklagcommissie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat klagers verzoek om een andere functie is besproken in het multidisciplinair overleg. Klagers verzoek is vervolgens afgewezen vanwege zijn status als TBS-passant en zijn fysieke en mentale toestand. Naar het oordeel van de beroepscommissie is deze beslissing voldoende zorgvuldig tot stand gekomen en niet als onredelijk of onbillijk aan te merken. Het feit dat klager in een andere inrichting wel een baantje in de winkel en als reiniger heeft gehad, doet hier niet aan af. Het beroep zal derhalve ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met aanvulling van de gronden.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.A.M. de Wit, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en J. Schagen MA, leden, in tegenwoordigheid van
M.G. Bikker, secretaris, op 11 september 2017

Naar boven