Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 17/2528/SGA, 1 augustus 2017, schorsing
Uitspraakdatum:01-08-2017

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Nummer             : 17/2528/SGA

Betreft : [verzoeker]     datum: 1 augustus 2017

 

 

De voorzitter van de beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw), heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen verzoekschrift van

[…], verder verzoeker te noemen, verblijvende in locatie Sittard.

Verzoeker vraagt om schorsing, met toepassing van artikel 66, eerste lid, van de Pbw, van de

(verdere) tenuitvoerlegging van de beslissing van de directeur van voornoemde locatie van 26 juli 2017, inhoudende de plaatsing van verzoeker op de lijst van Gedetineerden met een

Vlucht- / Maatschappelijk risico (GVM-lijst) en – naar de voorzitter begrijpt de oplegging van een aantal toezichtmaatregelen naar aanleiding van verzoekers plaats en status (Hoog) op die GVM-lijst met ingang 28 juli 2017 tot na de eerstvolgende toetsing van verzoekers risicoprofiel.

De voorzitter heeft voorts kennisgenomen van de mededeling van de secretaris van de beklagcommissie, inhoudende dat het schorsingsverzoek tevens wordt aangemerkt als klaagschrift en van de schriftelijke inlichtingen van de directeur van 1 augustus 2017.

 

1.            De beoordeling

De beslissing om verzoeker op de GVM-lijst te plaatsen met een daaraan verbonden status is geen beslissing van de directeur als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Pbw. Die beslissing is immers exclusief voorbehouden aan het Operationeel Overleg (OO) en tegen die beslissing staat geen rechtsmiddel open. Verzoeker kan in zoverre niet worden ontvangen in zijn verzoek.

Ten aanzien van de beslissing om een aantal toezichtmaatregelen op te leggen, stelt de voorzitter voorop dat in het kader van het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van een beslissing van de directeur slechts ruimte bestaat voor een voorlopige beoordeling en dat de zaak niet ten gronde kan worden onderzocht en beslist. Aan de orde is daarom slechts de vraag of de beslissing waartegen beklag is ingediend in strijd is met een wettelijk voorschrift dan wel zodanig onredelijk of onbillijk is dat er een spoedeisend belang is om thans over te gaan tot schorsing van de (verdere) tenuitvoerlegging van die beslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is dat  het geval.

Bij oplegging en/of verlenging van toezichtmaatregelen als de onderhavige dient, indien het een gedetineerde betreft die op de GVM-lijst staat vermeld met de status ‘Hoog’ dan wel ‘Verhoogd’ te zijn voldaan aan een viertal eisen.

a.            er dient een noodzaak te zijn voor de oplegging van die toezichtmaatregelen;
b.            de gedetineerde dient te worden gehoord alvorens de toezichtmaatregelen worden opgelegd;
c.            de directeur dient een eigen belangenafweging te maken, welke belangenafweging voldoende inzichtelijk en kenbaar moet zijn voor de gedetineerde en – in voorkomende  gevallen de beklag- en (voorzitter van de) beroepscommissie;
d.            indien de toezichtmaatregelen worden opgelegd voor een periode van meerdere maanden, dient de directeur maandelijks te toetsen of er een noodzaak is voor de  voortduring van die toezichtmaatregelen.

Uit de mededeling van de bestreden beslissing noch uit de reactie van de directeur op het schorsingsverzoek blijkt van een noodzaak voor het opleggen van de hier aan de orde zijnde maatregelen, ook blijkt niet dat verzoeker voorafgaand aan de oplegging van die maatregelen is gehoord, terwijl in het geheel niet blijkt van een (voldoende kenbare) belangenafweging welke de hier aan de orde zijnde beslissing kan dragen. Het verzoek komt daarom voor toewijzing in aanmerking en de tenuitvoerlegging van de onderhavige beslissing zal worden geschorst.

 

2.            De uitspraak

De voorzitter verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek voor zover dit zie op zijn plaatsing op de GVM-lijst met de status Hoog.

Hij wijst het verzoek toe ten aanzien van de opgelegde toezichtmaatregelen en schorst de tenuitvoerlegging daarvan met onmiddellijke ingang tot het moment dat de beklagcommissie op het onderliggende beklag zal hebben beslist.

 

Aldus gedaan door mr. A.G. Coumans, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 1 augustus 2017.

 

 

secretaris            voorzitter
 

Naar boven