Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 15/0321/GA, 4 juni 2015, beroep
Uitspraakdatum:04-06-2015

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 15/321/GA

betreft: [klager] datum: 4 juni 2015

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift ingediend door mr. W. Suttorp namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 26 januari 2015 van de alleensprekende beklagrechter bij de penitentiaire inrichting (p.i.) Krimpen aan den IJssel, betreffende, voor zover daartegen beroep is ingesteld, het op bepaalde uren niet in het bezit mogen
hebben van een aansteker,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van de p.i. Krimpen aan den IJssel in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager en zijn raadsman mr. W. Suttorp om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft de weigering om klager over een aansteker te laten beschikken vanaf 16.45 uur tot 07.30 uur.

De beklagrechter heeft het beklag ongegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is het tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt in beroep als volgt toegelicht.
Het enkele feit dat klager verdacht wordt van brandstichting is onvoldoende om hem de aansteker tijdens insluiting te ontzeggen. Hij is niet onherroepelijk veroordeeld. Voorts is er geen verband tussen klagers plaatsing op een speciale zorgafdeling en
het hem onthouden van een aansteker.

De directeur heeft het standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagrechter, in beroep als volgt toegelicht.
Klager mag gedurende de periode van insluiting geen aansteker op cel hebben. Deze beslissing is genomen op grond van het advies van het Psycho Medisch Overleg (PMO). Klager wordt verdacht van brandstichting en is vanwege zijn gemoedstoestand op een
extra zorgafdeling geplaatst. Het verbod is opgelegd vanwege mogelijk brandgevaar. Ondanks de afspraak dat klager aan het einde van het dagprogramma zijn aansteker inlevert bij het personeel heeft zich een aantal incidenten voorgedaan. Op 12 augustus
2014 is bij klager een lichte schroeilucht geconstateerd. Op 13 augustus 2014 is tijdens celinspectie een extra aansteker gevonden die verstopt was in het gordijn. Op 19 augustus 2014 is geconstateerd dat het lampje van de brandmelder in klagers cel
was
afgeplakt. De beslissing is genomen in het belang van de orde en veiligheid in de inrichting. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn voldoende in acht genomen door klager enkel een verbod op te leggen tijdens insluitingsuren.

3. De beoordeling
Klager wordt toegestaan om een aansteker in zijn bezit te hebben onder de voorwaarde dat hij aan het einde van het dagprogramma de aansteker weer inlevert bij het personeel.
De beroepscommissie overweegt dat deze beslissing, die door de directeur is genomen op advies van het PMO, gelet op de door de directeur vermelde incidenten, het feit dat klager verdacht wordt van brandstichting en het belang van de handhaving van de
orde en de veiligheid in de inrichting, niet als onredelijk of onbillijk kan worden aangemerkt. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt in zoverre de uitspraak van de beklagrechter.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, mr. M.A.G. Rutten en mr. M.M. van der Nat, leden, in tegenwoordigheid van
mr. H.S. van Gemert, secretaris, op 4 juni 2015.

secretaris voorzitter

Naar boven