Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 14/3896/GA, 30 maart 2015, beroep
Uitspraakdatum:30-03-2015

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 14/3896/GA

betreft: [klager] datum: 30 maart 2015

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. V.P.J. Tuma, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een uitspraak van 22 september 2014 van de beklagcommissie bij de locatie Zuid te Arnhem,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

De beroepscommissie heeft de directeur van voormelde inrichting in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager alsmede zijn raadsman om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft het grote aantal uren dat klager in zijn cel dient te verblijven.

De beklagcommissie heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn beklag op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van klager en de directeur
Namens klager is het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt in beroep als volgt – zakelijk weergegeven – toegelicht. Klager verblijft sinds 1 maart 2014 minder dan 59 uur per week buiten zijn cel. Derhalve heeft klager ook de zeven dagen
voorafgaand aan de indiening van het klaagschrift van 26 juni 2014 minder dan 59 uur buiten zijn cel verbleven. Voorts is klager pas op 24 juni 2014, door kennisneming van de uitspraak van 24 juni 2014 van de kortgedingrechter van de rechtbank Den
Haag,
duidelijk geworden dat het minder dan 59 uur per week buiten de cel verblijven onrechtmatig is. Klager verzoekt om toekenning van een tegemoetkoming van € 10,= per dag dat hij te weinig uur is uitgesloten.

De directeur heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Daargelaten de vraag of klager tijdig zijn klacht heeft ingediend, klaagt hij over een algemene regel als gevolg waarvan hij in zijn klacht niet kan worden ontvangen. De beslissing van de beklagcommissie zal dan ook worden bevestigd, met wijziging van
de gronden. De beroepscommissie merkt nog op dat de uitspraak van de kortgedingrechter in Den Haag inmiddels bij uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:3961) is vernietigd.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de beklagcommissie met wijziging van de gronden.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.A.M. de Wit, voorzitter, mr. C.M. van der Bas en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Koster, secretaris, op 30 maart 2015

secretaris voorzitter

Naar boven