Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 14/3217/GB, 30 december 2014, beroep
Uitspraakdatum:30-12-2014

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 14/3217/GB

Betreft: [klager] datum: 30 december 2014

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 28 augustus 2014 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft het bezwaarschrift van klager gericht tegen de beslissing hem te plaatsen in de penitentiaire inrichting (p.i.) Krimpen aan den Ijssel ongegrond verklaard.

2. De feiten
Klager is op 24 juni 2014 geplaatst in het huis van bewaring (h.v.b.) van de locatie Zoetermeer. Vanuit deze inrichting is hij geselecteerd voor plaatsing in de gevangenis van de p.i. Krimpen aan den Ijssel. Deze overplaatsing is gerealiseerd op 12
augustus 2014.

3. De standpunten
3.1. Klager heeft het beroep als volgt toegelicht.
Klager heeft als eerste en tweede voorkeur de locatie De Schie te Rotterdam aangegeven omdat zijn moeder daar dichtbij woont. Klagers moeder is slecht ter been. Het is onjuist dat klager als tweede voorkeur de p.i. Krimpen aan den Ijssel heeft
aangewezen. Daarnaast kan er geen vervolgtraject volgen, omdat klager geen toestemming krijgt om zijn verlof in zijn koophuis in Rotterdam door te brengen. Klager is dus niet aan deze regio gebonden. Klager woont officieel in Zweden, waar hij ook
werkt.
Klagers kinderen wonen in Den Haag en zijn familie in de regio Zoetermeer. Klager heeft een nieuw verlofadres in Zoetermeer opgegeven.
De gevangenisafdeling van Krimpen aan den Ijssel is te druk, te groot en luidruchtig. Klager is gestrest omdat hij zich in de minderheid voelt en er is sprake van een agressieve sfeer. Dit was niet het geval in Zoetermeer, waar klager verbleef op een
kleine afdeling. Klager heeft geen gesprek gehad met de inrichtingspyscholoog, omdat hij al een behandelaar heeft van De Waag. De behandelaar is ervan op de hoogte dat klager veel stress ervaart in Krimpen aan den Ijssel. Bovendien komt er per 1
januari
2015 een gevangenisafdeling bij in de locatie Zoetermeer. Klager wil op de wachtlijst geplaatst worden voor een overplaatsing terug naar de locatie Zoetermeer.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Uit het selectieadvies blijkt dat klager als eerste voorkeur de locatie De Schie te Rotterdam heeft aangegeven en als tweede voorkeur de p.i. Krimpen aan den Ijssel. Klager is voor de p.i. Krimpen aan den Ijssel geselecteerd, omdat deze inrichting een
grote celcapaciteit heeft met een snelle doorstroom. Deze inrichting is tevens een goede regionale keuze voor klager. Gezien de bestemmingsaanwijzing van de locatie Zoetermeer, kan klager hier niet teruggeplaatst worden. De stelling dat klagers moeder
slecht ter been is, is niet onderbouwd, waardoor dit niet te toetsen valt voor het bureau medische advisering. De afstand van Rotterdam naar Krimpen aan den Ijssel moet te overbruggen zijn. Voorts heeft klager aangegeven dat hij het te druk vindt op
een
grote afdeling, waardoor hij spanning en onrust ervaart. De selectiefunctionaris heeft naar aanleiding hiervan contact opgenomen met de p.i. Krimpen aan den Ijssel. De gedragsdeskundige heeft een gesprek gehad met klager en kenbaar gemaakt dat de
gemoedstoestand van klager geen aanleiding geeft tot vervolgacties.

4. De beoordeling
4.1. De gevangenis p.i. Krimpen aan den Ijssel is een inrichting voor mannen met een normaal beveiligingsniveau. Klager, die in eerste aanleg is veroordeeld, kan in een gevangenis worden geplaatst.

4.2. Klager dient, gelet op het feit dat hij in eerste aanleg is veroordeeld, conform artikel 10, lid 1, van de Pbw, geplaatst te worden in een gevangenisafdeling. Gezien de taak van de selectiefunctionaris – onder meer het optimaal benutten van de
voorhanden zijnde celcapaciteit – en het feit dat klager is geplaatst in een gevangenis in de regio waar hij snel geplaatst kon worden, kan de op de onder 3.2. genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris, bij afweging van alle in
aanmerking komende belangen en omstandigheden, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Hetgeen klager heeft aangevoerd over onder andere het bezoek, is onvoldoende zwaarwegend om tot een ander oordeel te kunnen komen. Enig ongemak voor een
gedetineerde hierin kan inherent zijn aan de detentiesituatie. De beroepscommissie zal het beroep dan ook ongegrond verklaren.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter, mr. A.T. Bol en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.S. Dwarka, secretaris, op

secretaris voorzitter

Naar boven