Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 14/2643/GV, 28 augustus 2014, beroep
Uitspraakdatum:28-08-2014

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 14/2643/GV

betreft: [klager] datum: 28 augustus 2014

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. L. Huigsloot, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 24 juli 2014 genomen beslissing van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (de Staatssecretaris),

alsmede van de onderliggende stukken.

De beroepscommissie heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het beroep en klager, alsmede zijn raadsvrouw, om het beroep schriftelijk toe te lichten.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De Staatssecretaris heeft klager strafonderbreking verleend voor een kortere duur dan waarom hij had verzocht.

2. De standpunten
Namens klager is het beroep als volgt toegelicht. Klager heeft verzocht om een strafonderbreking voor de duur van een week teneinde bij de bevalling van zijn vriendin aanwezig te zijn. Hem is een periode toegekend van drie dagen. Deze strafonderbreking
is hem verleend om hem in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn bij de geboorte van zijn kind en van de geboorte aangifte te doen bij de burgerlijke stand.
Klager heeft de geboorte van zijn kind kunnen bijwonen aangezien de geboorte heeft plaatsgehad op 26 juli 2014 en klager van 26 juli 2014 te 11.00 uur tot 29 juli 2014 te 11.00 uur de inrichting heeft kunnen verlaten. Klager had echter verzocht om een
strafonderbreking voor de duur van één week. Klager ziet niet in op basis waarvan hem een kortere periode dan gevraagd is toegekend. Klager merkt daarbij op dat de strafonderbreking expliciet is verleend ook voor het doen van aangifte van de geboorte
bij de burgerlijke stand. Dit heeft klager niet kunnen doen. Klager heeft op maandag 28 juli 2014 telefonisch contact gehad met de gemeente waarbij aan hem is medegedeeld dat pas voor 29 juli 2014 een afspraak kon worden gemaakt voor het doen van
aangifte. Op die dag diende klager zich echter weer te melden in de inrichting. Nu een deel van het doel waarvoor de strafonderbreking is verleend niet kon worden bereikt en de gevolgen van de beslissing niet ongedaan kunnen worden gemaakt dient klager
een tegemoetkoming te worden toegekend.

Namens de Staatssecretaris is de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Ondanks het hoge recidiverisico is besloten klager een strafonderbreking toe te kennen. Klager zit een relatief korte straf uit. De einddatum van zijn detentie is 2 oktober 2014.
Voor zijn detentie werd het leven van klager net wat stabieler op het gebied van huisvesting en werk. Het krijgen van een kind is een zeer belangrijke gebeurtenis, welke klager wellicht een zetje in de goede richting zal geven. Klager geeft in zijn
motivatiebrief aan dat hij zich zelf heeft aangegeven om dan verlof te kunnen vragen om bij de bevalling aanwezig te kunnen zijn. Hij nam liever niet het risico om vlak voor de bevalling opgepakt te worden.
Klager krijgt, zoals iedere gedetineerde die daarvoor in aanmerking komt, drie dagen strafonderbreking om bij de bevalling aanwezig te kunnen zijn en het kind daarna aan te kunnen geven bij de burgerlijke stand. Er zijn geen omstandigheden bekend
waarom
van deze periode van drie dagen afgeweken zou moeten worden.

Op klagers verlofaanvraag zijn de volgende adviezen uitgebracht.
De directeur van de penitentiaire inrichting Grave heeft positief geadviseerd ten aanzien van het verzoek om strafonderbreking.
De officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Bosch en de politie zijn blijkens het advies vrijheden van de inrichting positief ten aanzien van een strafonderbreking.

3. De beoordeling
Klager ondergaat een tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek, wegens diefstal. De wettelijk vroegst mogelijke v.i.-datum valt op of omstreeks 2 oktober 2014.

Op grond van het bepaalde in artikel 34 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (de Regeling) kan strafonderbreking worden verleend wegens zodanig bijzondere omstandigheden in de persoonlijke sfeer, dat niet kan worden volstaan met een
andere vorm van verlof. Op grond van artikel 36 van de Regeling kan strafonderbreking worden verleend voor verzorging van een ernstig zieke levenspartner, kind of ouder, voor het bijwonen van de bevalling van de levenspartner en voor de gevallen
bedoeld
in de artikelen 23 en 24. Het bepaalde in artikel 22, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Klager verzoekt om een langere strafonderbreking om bij de bevalling van zijn partner te zijn. De verleende strafonderbreking van drie dagen
teneinde bij de bevalling en nog twee dagen daarna aanwezig te zijn acht de beroepscommissie niet onredelijk of onbillijk. Hierbij is in aanmerking genomen dat van overige dringende redenen niet is gebleken. Ook is niet aangetoond dat klagers
persoonlijke aanwezigheid noodzakelijk is gedurende een week. Derhalve kan de beslissing van de Staatssecretaris, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het beroep zal daarom ongegrond
worden verklaard.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. M.M. Boone en mr. R.S.T. van Rossem-Broos, leden, in tegenwoordigheid van mr. I. Lispet, secretaris, op 28 augustus 2014.

secretaris voorzitter

Naar boven