Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 14/1530/GA, 18 augustus 2014, beroep
Uitspraakdatum:18-08-2014

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 14/1530/GA

betreft: [klager] datum: 18 augustus 2014

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de locatie Ter Peel,

gericht tegen een uitspraak van 28 april 2014 van de beklagcommissie bij voormelde locatie, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klaagster,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 18 juli 2014, gehouden in de penitentiaire inrichtingen Vught, is [...], juridisch medewerker van de locatie Ter Peel, gehoord.
Hoewel klaagster, die zich inmiddels in vrijheid bevindt, op behoorlijke wijze was opgeroepen, is zij niet ter zitting verschenen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft een disciplinaire straf van vijf dagen opsluiting in strafcel, wegens een positieve urinecontrole.

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van de directeur en klaagster
Namens de directeur is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt toegelicht.
De inkomstencontrole is gedaan door het laboratorium Diagnostiek voor U en de vervolgcontrole is uitgevoerd door het laboratorium van het Gelre Ziekenhuis. Diagnostiek voor U hanteert een bovengrens van > 2000 ng/ml op opiaten en het Gelre Ziekenhuis
hanteert een bovengrens van > 1000 ng/ml op opiaten. Hogere gevonden waarden dan 2000 ng/l respectievelijk 1000ng/l worden niet gerapporteerd. De beklagcommissie is ten onrechte uitgegaan van een aanzienlijke daling ten opzichte van de nulmeting. DJI
heeft door middel van een openbare aanbesteding gewisseld van laboratorium en hier kan de directeur geen invloed op uitoefenen. Aan het Gelre Ziekenhuis is gevraagd of methadon een positief resultaat kan opleveren en dat is niet het geval. Ter zitting
is een emailbericht van 10 juni 2014 van het laboratorium van het Gelre Ziekenhuis overgelegd waarin staat dat het gebruik van methadon geen invloed heeft op de afbouwverloop van opiaten. Tevens is informatie verstrekt van de Jellinekkliniek over de
halfwaardetijd van drugs.

Klaagster heeft haar standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagcommissie, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Bij een urinecontrole op het gebruik van opiaten wordt bij opiaten een afkapwaarde gehanteerd 300 ng/ml. Een score hoger dan 300 ng/ml levert een positief resultaat op en betekent dat sprake is van opiatengebruik. De beroepscommissie stelt vast dat op
23 januari 2014 een inkomstenurinecontrole heeft plaatsgevonden, waarvan de uitslag positief op opiaten was, namelijk meer dan 2000 ng/ml. Op 5 februari 2014 heeft een vervolgurinecontrole plaatsgevonden en de uitslag daarvan was eveneens positief,
namelijk een score van meer dan 1000 ng/ml op opiaten. Uit de door de directeur overgelegde informatie blijkt dat methadon geen invloed heeft op een gevonden score met betrekking tot opiaten. De vorenstaande uitslagen, beide boven de afkapwaarde van
300
ng/ml, rechtvaardigen niet de conclusie van de beklagcommissie dat sprake is van een daling, nu de laboratoria verschillende bovengrenzen hanteren. Gelet op in het kader van door de Jellinekkliniek verstrekte informatie dat de halfwaardetijd van
opiaten
2 tot 4 dagen is bij incidenteel gebruik tot maximaal 8 dagen bij intensief gebruik, oordeelt de beroepscommissie dat klaagster in de inrichting heeft (bij)gebruikt gezien de gevonden waarde bij de laatste urinecontrole en het feit dat de
vervolgurinecontrole waarbij klaagster positief scoorde op opiaten vond plaats 12 dagen na de inkomstencontrole. Nu bijgebruik van opiaten ten tijde van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming vast staat was er een grond voor disciplinaire
bestraffing. De strafsoort en strafmaat zijn bij afweging van alle in aanmerking komende belangen niet onredelijk of onbillijk. De beroepscommissie beslist daarom als volgt.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog ongegrond.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. P.C. Vegter, voorzitter, J.M.L. Pattijn MSM en mr. A. van Waarden, leden, in tegenwoordigheid van
mr. S.S. Dwarka, secretaris, op 18 augustus 2014

secretaris voorzitter

Naar boven