Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 13/2024/GA, 29 oktober 2013, beroep
Uitspraakdatum:29-10-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 13/2024/GA

betreft: [klager] datum: 29 oktober 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de locatie Zwaag te Hoorn,

gericht tegen een uitspraak van 5 april 2013 van de alleensprekende beklagrechter bij voormelde inrichting, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Ter zitting van de beroepscommissie van 10 oktober 2013, gehouden in de penitentiaire inrichtingen (p.i.) Amsterdam Over-Amstel , is de plaatsvervangend vestigingsdirecteur bij de locatie Zwaag, [...], gehoord.
Klager is uit Nederland uitgezet en kon derhalve niet voor de zitting worden uitgenodigd.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagrechter
Het beklag betreft de vermissing van klagers trainingspak van het merk Adidas.

De beklagrechter heeft het beklag gegrond verklaard en aan klager een tegemoetkoming van € 50,= toegekend, op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven.

2. De standpunten van de directeur en klager
De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagrechter ingenomen standpunt als volgt – zakelijk weergegeven – toegelicht. Volgens de directeur had klager niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden in zijn beklag. Klager had ervoor kunnen kiezen
om zijn kleding niet door de afdelingsreinigers te laten wassen. Klager heeft er zelf voor gekozen om “anders” te wassen. De waszak wordt aan de buitenkant van de cel gehangen. In de huisregels is vermeld dat het wassen door de afdelingsreiniger voor
eigen risico is. Voor zover klager wel ontvankelijk is in zijn beklag, is nalatigheid aan de kant van het personeel in ieder geval niet aan de orde. Toen klager aangaf dat zijn wasgoed was verdwenen, hebben de reinigers de hele voorraad wasgoed
nagekeken op het vermiste trainingspak. Daarna is in klagers cel en op de afdeling gezocht. De wasmachine en de droger zijn geïnspecteerd en er is een celcontrole gedaan bij de gedetineerden die op dat moment niet in hun cel verbleven. Al deze
inspanningen hebben er echter niet toe geleid dat het trainingspak is teruggevonden. Overigens heeft het afdelingshoofd aan verschillende personeelsleden gevraagd of zij zich het betreffende trainingspak voor de geest konden halen, maar dit was niet
het
geval. Volgens de directeur heeft hij voldoende inspanningen verricht.

Klager heeft zijn standpunt, zoals ingenomen tegenover de beklagrechter, in beroep niet toegelicht.

3. De beoordeling
Nu door de directeur onweersproken is aangevoerd dat gedetineerden er zelf voor kunnen kiezen om hun kleding door de afdelingsreiniger te laten wassen en er een alternatief beschikbaar is, is de beroepscommissie van oordeel dat in dit geval geen sprake
is van een door of namens de directeur genomen beslissing als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Pbw. Gelet hierop zal het beroep van de directeur dan ook gegrond worden verklaard, de uitspraak van de beklagrechter worden vernietigd en zal
klager
alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagrechter en verklaart klager alsnog niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. U. van de Pol, voorzitter, mr. L.M. Moerings en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.L. Koster, secretaris, op 29 oktober 2013

secretaris voorzitter

Naar boven