Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 13/1563/GM, 12 augustus 2013, beroep
Uitspraakdatum:12-08-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 13/1563/GM

betreft: [klager] datum: 12 augustus 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 30 van de Penitentiaire maatregel (Pm) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen medisch handelen door of namens de inrichtingsarts verbonden aan de penitentiaire inrichting (p.i.) Hoogeveen,

alsmede van de overige stukken, waaronder het verslag van 6 mei 2013 van de bemiddeling door de medisch adviseur bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Ter zitting van de beroepscommissie van 19 juli 2013, gehouden in de p.i. Amsterdam Over Amstel te Amsterdam, is klager noch de inrichtingsarts verschenen.
Hoewel voor klagers vervoer naar de zitting was zorg gedragen, heeft hij daarvan geen gebruikgemaakt. De inrichtingsarts verbonden aan de p.i. Hoogeveen heeft schriftelijk laten weten verhinderd te zijn ter zitting te verschijnen.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beroep
De klacht, zoals neergelegd in het verzoek om bemiddeling aan de medisch adviseur van 14 maart 2013, betreft het vervangen van de hem eerder verstrekte medicatie (Ritalin) door een andere medicatievorm (Concerta).

2. De standpunten van klager en de inrichtingsarts
Klager heeft in beroep zijn standpunt niet toegelicht.

De inrichtingsarts heeft schriftelijk het volgende standpunt ingenomen. Klager was gewend Ritalin specialite te gebruiken. Beleid in de inrichting is om géén Ritalin te verstrekken. Reden daarvoor is dat er vaak gedeald wordt met dit middel. In plaats
daarvan wordt Concerta of Medikinet voorgeschreven en in bepaalde gevallen Strattera. Klager heeft aangevoerd de Ritalin specialite nodig te hebben in verband met zijn allergie voor druivensuiker, hetgeen als vulmiddel wordt gebruikt maar geen
bestanddeel is van Ritalin specialite. Klagers claim is onderzocht en niet bleek dat zijn argument steekhoudend was. Hem is daarom Concerta voorgeschreven. Klager is gesproken door de psychiater. Deze zag ook geen aanleiding voor verstrekking van de
door klager gewenste medicatie. Bij klager zijn nooit allergische verschijnselen waargenomen. De inrichtingsarts is van mening dat de aan klager voorgeschreven medicatie voldoet bij klagers ziektebeeld.

3. De beoordeling
Als onweersproken kan worden vastgesteld dat klager voorafgaand aan zijn verblijf in de p.i. Hoogeveen het middel Ritalin specialite voorgeschreven kreeg. De inrichtingsarts heeft die medicatie aangepast in die zin dat klager het middel Concerta
voorgeschreven kreeg. De stelling van klager dat hij overgevoelig zou zijn voor het vulmiddel dat bij andere middelen dan Ritalin specialite wordt gebruikt, te weten druivensuiker, wordt als onwaarschijnlijk aangemerkt nu deze stelling niet op enig
medisch gegeven kan worden gestoeld. De inrichtingsarts heeft aangegeven dat in de inrichting Concerta wordt voorgeschreven in verband met enerzijds de langere werkingsduur van dat middel en anderzijds omdat met Ritalin het risico van handel in
medicatie in de inrichting aanwezig is. Die verklaring van de inrichtingsarts wordt, te meer daar niet aannemelijk is geworden dat het verstrekte middel Concerta in gevallen als die van klager niet goed zou werken, voldoende aannemelijk geacht.
De beroepscommissie is, het voorgaande in samenhang en onderling verband bezien, van oordeel dat het handelen van de inrichtingsarts niet kan worden aangemerkt als in strijd met de in artikel 28 Pm neergelegde norm. Het beroep zal derhalve ongegrond
worden verklaard.
Voor zover door klager is aangevoerd dat hij ten gevolge van de wijziging van de medicatie ontwenningsverschijnselen heeft vertoond, geldt dat klager zelf de keuze heeft gemaakt om zijn medicatie niet meer tot zich te nemen. Daarmee heeft hij zelf het
risico van het ontstaan van ontwenningsverschijnselen genomen. Dit kan daarom niet tot een ander oordeel leiden.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep ongegrond..

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. S.B. de Pauw Gerlings - Döhrn, voorzitter, J.G.J. de Boer en dr. W.J. Schudel, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 12 augustus 2013

secretaris voorzitter

Naar boven