Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 13/1546/GB, 16 juli 2013, beroep
Uitspraakdatum:16-07-2013

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 13/1546/GB

Betreft: [klager] datum: 16 juli 2013

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. F.D.W. Siccama, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 25 april 2013 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft het bezwaarschrift van klager gericht tegen de beslissing hem over te plaatsen naar het huis van bewaring (h.v.b.) van de penitentiaire inrichting (p.i.) Almere ongegrond verklaard.

2. De feiten
Klager is sedert 25 januari 2013 gedetineerd. Hij verbleef als preventief gehechte in het h.v.b. van de locatie Demersluis te Amsterdam. Op 6 maart 2013 is hij overgeplaatst naar het h.v.b. van de p.i. Almere.

3. De standpunten
3.1. Namens klager is het beroep als volgt toegelicht. Klager stelt dat de beslissing op bezwaar van de selectiefunctionaris niet binnen de termijn van zes weken is genomen. De bestreden beslissing kan dus niet in stand blijven. Klager is
overgeplaatst wegens bekendheid met een medewerkster op de bevolkingsadministratie van de locatie Demersluis. Klager erkent de medewerkster te kennen, maar slechts vaag van gezicht. Overigens heeft klager nauwelijks met de bevolkingsadministratie van
de
locatie Demersluis te maken. Volgens de uitspraak van de beroepscommissie met het kenmerk 11/2013/GB kan enkel van een belangenverstrengeling sprake zijn als klager en medewerkster elkaar goed zouden kennen en ook buiten de locatie Demersluis veel
contact met elkaar zouden hebben. Hier is in casu geen sprake van, waardoor geen belangenverstrengeling aanwezig kan zijn volgens klager. De kans op een verstoorde tenuitvoerlegging is gering, waardoor het belang van klager dient te prevaleren.
Bovendien is de reistijd voor klagers bezoek toegenomen, hetgeen tot gevolg heeft dat klagers familie niet of heel moeilijk bij hem op bezoek kan komen.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de bestreden beslissing als volgt toegelicht. De medewerkster van de bevolkingsadministratie van de locatie Demersluis kent klager goed, zij hebben in dezelfde buurt gewoond en geleefd. Functionele contacten tussen
klager en de medewerkster zijn niet uit te sluiten. Hoewel klager geen problemen heeft met bekendheid met de medewerkster, kan dit door haar wel zo ervaren worden. Klager kan niet naar het h.v.b. van de locatie Havenstraat te Amsterdam worden
overgeplaatst, aangezien de zoon van de betreffende medewerkster daar werkt. De selectiefunctionaris maakt excuses voor het feit dat hij drie dagen te laat is met de behandeling van klagers bezwaarschrift. De selectiefunctionaris merkt op dat
bezoekproblemen inherent aan het ondergaan van detentie zijn en zij vormen, behoudens bijzondere omstandigheden, geen selectiecriterium. Hetgeen klager heeft aangevoerd omtrent de bezoekproblemen van zijn familie kan niet als een dergelijke bijzondere
omstandigheid worden aangemerkt.

4. De beoordeling
4.1. Klager behoort, gelet op zijn status als preventief gehechte, tot de categorie gedetineerden voor opneming van wie de huizen van bewaring zijn bestemd.

4.2. De op de onder 3.2 genoemde gronden gebaseerde beslissing van de selectiefunctionaris kan, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, niet als onredelijk of onbillijk worden aangemerkt. Het feit dat een personeelslid een gedetineerde
kent, vormt in beginsel onvoldoende grond de gedetineerde over te plaatsen. In bepaalde omstandigheden kan dit anders zijn. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. Hierbij is met name van gelang dat niet of onvoldoende is gebleken dat (functioneel)
contact tussen klager en de desbetreffende medewerkster onvermijdelijk is. Het enkele gegeven dat dergelijk contact niet is uit te sluiten, is te onzeker en te onbepaald om te spreken van omstandigheden als hiervoor bedoeld. Gelet hierop acht de
beroepscommissie onvoldoende gewicht en relevantie aanwezig om te beslissen tot klagers overplaatsing. Het beroep zal derhalve gegrond worden verklaard.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing. Zij draagt de selectiefunctionaris op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak binnen een termijn van twee weken na ontvangst daarvan. Zij
kent klager geen tegemoetkoming toe.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter, mr. L.M. Moerings en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van C.M.E. Taverne, secretaris, op 16 juli 2013

secretaris voorzitter

Naar boven