Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 11/4166/GB, 17 februari 2012, beroep
Uitspraakdatum:17-02-2012

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

Nummer: 11/4166/GB

Betreft: [klager] datum: 17 februari 2012

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 73, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift, ingediend door mr. M. Veldman, namens

[...], verder te noemen klager,

gericht tegen een op 18 november 2011 genomen beslissing van de selectiefunctionaris,

alsmede van de overige stukken, waaronder de bestreden beslissing.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt.

1. De inhoud van de bestreden beslissing
De selectiefunctionaris heeft het bezwaarschrift van klager gericht tegen de beslissing hem over te plaatsen naar de locatie Het Schouw te Amsterdam ongegrond verklaard.

2. De feiten
Klager is sedert 10 december 2010 gedetineerd. Hij verbleef als preventief gehechte in het h.v.b. van de locatie Havenstraat te Amsterdam. Op 20 oktober 2011 is hij overgeplaatst naar de locatie Het Schouw.

3. De standpunten
3.1. Namens klager is het beroep als volgt toegelicht.
De selectiefunctionaris heeft het bezwaarschrift van klager gericht tegen de beslissing hem over te plaatsen naar de locatie Het Schouw ongegrond verklaard, omdat klager geen verzoek tot overplaatsing zou hebben ingediend bij het bureau selectie- en
detentiebegeleiding (b.s.d.). Deze aanname is onjuist. Klager heeft aanstonds na zijn overplaatsing om terugplaatsing naar de locatie Havenstraat verzocht. Klager heeft vervolgens een brief van het b.s.d. ontvangen met de mededeling dat hij tot zeven
dagen na zijn overplaatsing in beroep kan gaan tegen de overplaatsing. Klager heeft tevens beroep ingesteld. Nu de reden voor het ongegrond verklaren van het bezwaarschrift onjuist en in strijd met de feiten is, moet het beroepschrift gegrond worden
verklaard en moet de beslissing op bezwaar worden vernietigd.

3.2. De selectiefunctionaris heeft de bestreden beslissing als volgt toegelicht.
Klager wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit. Klager is bekend bij het GRIP. Klagers zaak betreft een grote internationale zaak. Zijn zaak wordt door het Landelijk Parket behandeld. Het beveiligingsniveau van de locatie Havenstraat is te laag
voor hetgeen waarvan klager verdacht wordt. De selectiefunctionaris heeft bij haar selectiebeslissing rekening gehouden met het feit dat klager op sociale gronden, vanwege bezoek van zijn vrouw, was overgeplaatst vanuit de locatie De Schie te Rotterdam
naar Amsterdam. Het blijkt dat klager een probleem heeft met een persoon die werkzaam is in de penitentiaire inrichting Amsterdam Over-Amstel. De selectiefunctionaris heeft in haar beslissing op het bezwaarschrift aan klager geadviseerd een
overplaatsingsverzoek in te dienen bij b.s.d. Klager kan een klacht indienen bij de Commissie van Toezicht als hij zich niet gehoord voelt bij het b.s.d. Indien klager uitgeplaatst wil worden uit de locatie Het Schouw, dan zijn er in Amsterdam geen
opties meer. Klager zal dan overgeplaatst moeten worden naar een inrichting in het parket van insluiting, in dit geval het arrondissementsparket Rotterdam.

4. De beoordeling
4.1. Klager behoort, gelet op zijn status van preventief gehechte, tot de categorie gedetineerden voor opneming van wie de huizen van bewaring zijn bestemd.

4.2. Klager heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen de beslissing hem over te plaatsen naar het h.v.b. van de locatie Het Schouw. Klager heeft in zijn bezwaarschrift gemotiveerd aangegeven waarom hij niet overgeplaatst wilde worden naar het h.v.b.
van de locatie Het Schouw. Het oordeel van de selectiefunctionaris op het bezwaar, namelijk dat klager een verzoek tot overplaatsing dient in te dienen bij het b.s.d. en, nu hij dat niet gedaan heeft, er geen grond is om het bezwaarschrift gegrond te
verklaren, is onjuist en onbegrijpelijk. Nu de selectiefunctionaris bij haar beslissing op bezwaar en haar reactie op het beroepschrift niet is ingegaan op de door klager aangevoerde gronden, is de beroepscommissie van oordeel dat er sprake is van een
motiveringsgebrek. Om deze reden is het beroep gegrond en dient de bestreden beslissing te worden vernietigd. De selectiefunctionaris zal worden opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak binnen een termijn van twee
weken na ontvangst daarvan. De beroepscommissie acht geen termen aanwezig voor het toekennen van een tegemoetkoming.

5. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing. Zij draagt de selectiefunctionaris op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak binnen een termijn van twee weken na ontvangst daarvan. Zij
kent klager geen tegemoetkoming toe.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. J.I.M.W.
Bartelds, voorzitter, dr. J.P.S. Fiselier en mr. L.M. Moerings, leden, in tegenwoordigheid van L.A.M. Karels, secretaris, op 17 februari 2012

secretaris voorzitter

Naar boven