Onderwerp: Bezoek-historie

RSJ 11/2361/GA, 11 januari 2012, beroep
Uitspraakdatum:11-01-2012

Dit onderwerp bevat de volgende rubrieken.

Uitspraak

nummer: 11/2361/GA

betreft: [klager] datum: 11 januari 2012

De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat van de Raad ingekomen beroepschrift van

de directeur van de penitentiaire inrichting (p.i.) Grave,

gericht tegen een uitspraak van 6 juli 2011 van de beklagcommissie bij voormelde p.i. Grave, gegeven op een klacht van [...], verder te noemen klager,

alsmede van de overige stukken, waaronder de uitspraak waarvan beroep, welke in afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

Klager, zijn raadsman mr. K.B.H. Welvaart en de directeur hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te worden gehoord ter zitting van de beroepscommissie van 12 december 2011, gehouden in de locatie De Berg te Arnhem.

Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

1. De inhoud van het beklag en de uitspraak van de beklagcommissie
Het beklag betreft een ordemaatregel van plaatsing in afzondering in een andere verblijfsruimte dan een afzonderingscel voor de duur van zeven dagen wegens het doen van onderzoek naar ingekomen informatie over een mogelijke gijzeling van een
personeelslid .

De beklagcommissie heeft het beklag gegrond verklaard op de gronden als in de aangehechte uitspraak weergegeven en aan klager een tegemoetkoming toegekend ter hoogte van € 45,=.

2. De standpunten van de directeur en klager
De directeur heeft in beroep zijn tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt als volgt - schriftelijk - toegelicht.
Bij de inrichting was anonieme informatie ingekomen, waaruit kon worden opgemaakt dat klager van plan zou zijn een personeelslid te gijzelen. Gelet op het daaruit voortvloeiende mogelijke gevaar voor een personeelslid, is besloten aan klager op 25
maart
2011 een ordemaatregel van plaatsing in afzondering op te leggen. Direct na het opleggen van de ordemaatregel is nader onderzoek ingesteld. Zowel het Gedetineerden recherche-informatiepunt (Grip) als de inrichting hebben deze zaak onderzocht. Omdat
niet
is gebleken dat de inhoud van de brief ten aanzien van klager juist was, is de ordemaatregel op 31 maart 2011 voortijdig beëindigd. Naar het oordeel van de directeur was er in dit geval, anders dan de beklagcommissie overweegt, geen ruimte om eerst
deugdelijke verslaglegging of onderzoek af te wachten. De dreiging was ernstig, reëel en concreet gericht op een personeelslid. Er was daarom een dringende reden om de ordemaatregel op te leggen. Het onderzoek bestond (onder meer) uit (leken)onderzoek,
strekkende tot vergelijking van het handschrift van de brief met het handschrift van gedetineerden die mogelijk baat konden hebben bij een verdenking tegen klager en uit het horen van klager. Nader onderzoek was op dat moment, de brief werd op
vrijdagmiddag door de directie ontvangen, niet mogelijk. Overigens was de betreffende brief door de Commissie van Toezicht, waar die brief was binnengekomen aan de directeur doorgezonden. Kennelijk was de Commissie van mening dat de doorzending
noodzakelijk was in het kader van de orde en veiligheid in de inrichting.

Door en namens klager is in beroep het tegenover de beklagcommissie ingenomen standpunt niet nader toegelicht.

3. De beoordeling
Aan klager is op vrijdag 25 maart 2011 een ordemaatregel van plaatsing in afzondering in een andere verblijfsruimte dan een afzonderingscel opgelegd. Tot die ordemaatregel was besloten naar aanleiding van de ontvangst in de inrichting van een anonieme
brief, waarin stond vermeld dat klager voornemens zou zijn een (met name genoemd) personeelslid te gijzelen. De directeur heeft tot de ordemaatregel besloten teneinde nader onderzoek te (kunnen laten) verrichten. De directeur kon naar het oordeel van
de
beroepscommissie - bij afweging van alle in aanmerking komende belangen - tot die beslissing, welke niet onredelijk of onbillijk wordt geacht, komen. Nu evenwel kennelijk op de daaropvolgende maandag niet vanuit andere bron, bijvoorbeeld van de zijde
van het Grip, een bevestiging van de vrees voor een gijzeling is ontvangen, lag het voor de hand om bij gebreke van enige bevestiging van de inhoud van de anonieme brief, de ordemaatregel niet langer te continueren. Dat geldt temeer nu onweersproken is
dat er in klagers detentieverloop geen aanleiding te vinden is voor een verdenking als de onderhavige, dat klager al ongeveer drie jaren detentie had ondergaan, zonder problemen verlof had genoten en op het punt stond naar een zogenaamd open kamp te
gaan.
Het vorenstaande brengt mee dat de uitspraak van de beklagcommissie niet in stand kan blijven en dat het beklag (slechts) gegrond moet worden verklaard voor zover de ordemaatregel langer heeft geduurd dan drie dagen.

De beroepscommissie kan zich gelet daarop evenmin verenigen met de hoogte van de door de beklagcommissie toegekende tegemoetkoming en zal de hoogte vaststellen op € 22,50.

4. De uitspraak
De beroepscommissie verklaart het beroep van de directeur gegrond, vernietigt de uitspraak van de beklagcommissie en verklaart het beklag alsnog gegrond voor zover de ordemaatregel langer heeft geduurd dan drie dagen. Zij verklaart het beklag voor het
overige ongegrond.
Zij stelt vast dat aan klager een tegemoetkoming toekomt ter hoogte van € 22,50.

Aldus gegeven door de beroepscommissie voornoemd, bestaande uit mr. C.J.G. Bleichrodt, voorzitter, mr. U.P. Burke en mr. M.A.G. Rutten, leden, in tegenwoordigheid van mr. H.M.J.D. Maes, secretaris, op 11 januari 2012

secretaris voorzitter

Naar boven